Foto: Misset BoerenlevenAchtergrond

1915: Geen fornuis maar vuur in de keuken

Water verhitten boven een vuurtje, harde stoelen, een snelle bak koffie en hup, weer aan het werk.

Een Gelderse boerenkeuken in 1915. Het is beslist geen weelde, maar helemaal kaal is de ruimte toch ook weer niet. Het valletje om de schouw, de mooie borden erbovenop (meestal erfstukken en bedoeld ter decoratie), de klok links aan de muur; het heeft iets huiselijks zij het sober.

Takkenbos binnen handbereik

Elektriciteit ontbreekt, centrale verwarming was er nog niet, fornuizen evenmin. Althans, eenvoudige boeren van de zandgrond hadden die niet. Ook de boerin op de foto moet het zonder fornuis doen. In plaats daarvan blaast ze het vuur aan, de takkenbos ligt binnen handbereik. Rijshout, werd dat genoemd, nu zouden we aanmaakhout zeggen. In korte tijd was er een pittig vuur mee te maken om de inhoud van de erboven hangende ketel aan de kook te brengen.

Stoelen in boerenkeukens zaten zelden lekker. De zitting van biezen was hard, de leuning kaarsrecht. Maar lekker zitten was ook niet de bedoeling, dat zou het vele werk dat nog lag te wachten, maar ophouden. - Foto: Misset

Stoelen in boerenkeukens zaten zelden lekker. De zitting van biezen was hard, de leuning kaarsrecht. Maar lekker zitten was ook niet de bedoeling, dat zou het vele werk dat nog lag te wachten, maar ophouden. – Foto: Misset

Kettinghaal of zaaghaal

In deze keuken hangt de ketel aan een zogenaamde kettinghaal; door de ketting langer of korter te maken kon de ketel dichter of verder van het vuur worden gehangen, afhankelijk van hoe snel de inhoud heet moest zijn.

Er waren ook zaaghalen, in plaats van een ketting ging er dan een stang in de schouw met zaagvormige inkepingen waar de ketel op de gewenste hoogte aan kon hangen. De ketel op de foto is bedoeld voor persoonlijk gebruik, ketels om varkensvoer in te koken waren groter en meestal hingen die ook niet in de woonkeuken maar in een aparte keuken.

De twee mensen lijken pauze te hebben, ze zitten in hun daagse goed dat flink versleten is. De muts van de boerin is een type voor overdag, zonder kant, franje of andere opsmuk.

In de rubriek Zo ging het toen gaan we terug in de tijd. Boerderij bestaat al meer dan 100 jaar en aan de hand van foto's uit het archief kijken we naar de agrarische sector in de vorige eeuw. Benieuwd naar meer historie? Check het dossier Zo ging het toen.