Redactieblog

1462 x bekeken

Vion-vlees in de winkel in China

Tijdens de derde dag van het staatsbezoek aan China hebben we een hele dag rondgekeken in de varkensvleesketen in China. In verschillende grote steden van China liggen Vion-producten in de winkel. Zo levert Vion ook aan een vleesverwerker die een groot deel van Peking verzorgd met vlees.

Er zijn twee dingen die meteen opvallen in vleesbedrijven: dat is veel ruimte om de verschillende processen goed van elkaar te scheiden  en het grote aantal mensen dat overal aan de lijnen staat. Arbeid is (nog) goedkoop in China. Je ziet veel machines in de slachtlijn staan die we ook in Europa kennen, zoals de Midas, de verdovingsapparatuur van Stork voor varkensslachterijen. Wat verderop in de lijn staat soms wat ongebruikte apparatuur.

Zwoerd

De Chinezen delen het karkas heel anders op dan wij in Europa. Dit heeft vooral te maken met de specifieke producten die waardevol zijn in China. Een hoge kwaliteit van het zwoerd is een van de belangrijke eisen die Chinezen stellen, want vrijwel alle zwoerd gaat in China voor directe consumptie.

Nier duurder dan de haas

De consumptie van vlees is in China heel anders dan wij gewend zijn. Een varkenshaasje kost €5,50 per kilo in de winkel en een kilo varkensniertjes kost €6,50. Ik moet ook eerlijk toegeven dat ze de varkensniertjes op een manier bereiden dat het lekkerder is dan een varkenshaasje in Europa. De zogenaamde bijproducten in Nederland zijn de hoofdproducten op de Chinese markt; dit is dus heel complementair.

China is duurder

De productiekosten van varkensvlees in China liggen hoger dan in Nederland. De oorzaken daarvan liggen in de verschillende hervormingen van de landbouw. Een belangrijke hervorming was de Landhervorming van rond 1980. Op dat moment hebben de boeren zelf land in eigendom gekregen om hun producten te verbouwen. Maar ondanks het feit dat de boeren land kregen, heeft er ook in die periode een industrialisatie plaatsgevonden in China. Veel mensen van het platteland zijn in de industrie gaan werken en dus in steden gaan wonen. Om het platteland leefbaar te houden, heeft de overheid rond 1990 een minimum prijs voor graan ingevoerd.

Van kleine naar grote bedrijven

In 1980 werden de varkens vooral op kleine bedrijven gehouden, zogenaamde 'backyard farms'. In 1990 heeft de overheid een politiek gevoerd om grote bedrijven in de landbouw op te bouwen en de landbouwproductie te industrialiseren. In 2015 zijn ongeveer 50 procent van de slachtvarkens afkomstig van bedrijven die meer dan 5.000 varkens per jaar produceren. Dit aandeel van de grote bedrijven zal de komende jaren verder toenemen.

Varkenshouderij in China.
Varkenshouderij in China. Henk Riswick

 

Hoge kostprijs varkens

De overheid liet de fokkerijorganisaties verder uitgroeien tot een paar grote bedrijven voor heel China. Hetzelfde geldt voor de slachterijen en de vleesverwerking, die altijd gekoppeld is aan de slachterij. De prijzen voor de slachtvarkens in China zijn momenteel €2,42 per kilo levend gewicht. Dit komt voor een belangrijk deel door de minimumprijs voor graan. Ook de matige technische productie cijfers, zoals een productie van 15 biggen per zeug, dragen bij aan de hoge kostprijs voor de slachtvarkens. De Chinezen verwachten dat ze minstens 15 jaar nodig hebben om de dierlijke productie sectoren te hervormen.

Of registreer je om te kunnen reageren.