Varkenshouderij

Achtergrond 2673 x bekeken 1 reactie

‘Bodybuilders’ voor Duitse varkenshouder

Varkenshouder Wim Bielderman in Veendam (Gr.) exporteert biggen naar Duitsland. Hij streeft naar zware, vitale biggen die tegen een stootje kunnen.

"We willen dikke biggen”, betoogt varkenshouder Wim Bielderman in Veendam (Gr.). Daar slaagt hij in. In de kraamafdeling liggen biggen van ruim drie weken oud; ze zijn goed geproportioneerd en mooi glanzend.

Veel voeren

Veel voeren is het geheim. Vanaf dag drie voert Bielderman de zogende biggen melk bij. Vanaf twee weken leeftijd krijgen ze speenvoer in brijvorm. Om het risico op uitdrogen te verkleinen zit de eerste twee dagen elektrolytenmix door het drinkwater van de biggen.

Ook worden de zeugen gestimuleerd zo veel mogelijk voer op te nemen: tot 9 kilo per etmaal, met driemaal daags voeren.

Veel voer en melk resulteert in biggen die 7 à 7,5 kilo wegen met spenen. Er wordt alternerend gespeend. De biggen gaan op dag 23 of 24 van de zeug af. De kraamafdeling is eenvoudig ingericht. Bielderman: “De stal is vaak niet de beperkende factor.” Tegen deze bewering is weinig in te brengen in dit geval.

Voer van Duitse fabrikant

Op aanraden van zijn Duitse afnemer koopt Bielderman voer bij een Duitse fabrikant. Dit voldoet prima. De biggen zijn bij afleveren ‘echte bodybuilders’, zo laat de Duitse afnemer weten. Bielderman is ook tevreden, vooral over de prijs. Op jaarbasis scheelt het hem een halve ton. Alleen het lacto- en speenvoer komt van een Nederlandse voerfabrikant.

Goed voer

De varkenshouder is niet iemand die zich veel verdiept in het voer en de samenstelling ervan. Hij heeft er een nuchtere kijk op: “Het voer moet gewoon goed zijn. Zo niet, dan laat ik het wel weten.”

Vijf zeugen per kraamhok

Bielderman beschikt over zelfkennis en kan zijn keuzes goed onderbouwen. Een voorbeeld is stalbezetting. Hij kiest voor alternerend spenen, zodat hij vijf zeugen per kraamhok kan houden. Dat is economisch voordelig. Tegelijk beseft hij het belang van vitale biggen. Met veel voer weet hij zware biggen te spenen in een relatief korte zoogperiode.

In de kraamhokken liggen mooie tomen biggen bij de zeugen. De biggen zijn goed geproportioneerd en hun vel glanst. Foto's: Jan Willem van Vliet

Tweedehands voerstations

Tevens probeert hij de kosten laag te houden. In de zeugenstal staan tweedehands voerstations. De biggenopfok van zijn twee zeugenbedrijven gebeurt in Nieuw-Weerdinge (Dr.). Daar werkt Bielderman zo veel mogelijk met bestaande hokinrichting.

Betere ontwikkelingsmogelijkheden in Groningen

De zeugenhouder en zijn partner Ida Lensink verhuisden in 2004 naar hun huidige bedrijf in Veendam. Daarvoor hielden ze 250 zeugen in Lochem (Gld.). Het stel zit niet vastgeklonken aan een plaats. In Groningen waren in hun ogen betere ontwikkelmogelijkheden voor hun bedrijf. Nu houden ze zeugen in Veendam en vlak over de grens in Haren (D.). De biggenopfok is in Nieuw-Weerdinge.

Twee medewerkers

In de opfokstal wordt het beleid van de kraamstal voortgezet; de biggen verleiden veel te eten. De verzorging van de biggen komt voor rekening van Roelof Rath en Janny van de Veen. Twee Wajongers die vlakbij de stal wonen. De twee medewerkers zijn enthousiast en zorgen dat de biggen niets tekort komen. Rath doet het biggentransport, het onderhoud in en om de stal, spuit schoon en helpt Van der Veen. Zij houdt de voerbakken vol en doet diercontrole. Bielderman is alleen bij het afleveren aanwezig.

Op het bedrijf van Wim Bielderman vult medewerker Janny van der Veen voerkommen van pas gespeende biggen. De rest van het voer halen de dieren uit de brijbak.

Biggengroei: 500 gram per dag

De biggen krijgen voer uit een brijbak. De eerste dagen na opleg in de biggenstal maakt Van der Veen voor alle biggen papjes en giet deze in een ronde voerkom. De biggen pakken het goed op. Als hard wordt gevoerd, zit de biggengroei op 500 gram per dag, bij afleveren op 28 kilo. Er wordt iets rustiger gevoerd, omdat het bedrijf in het recente verleden heeft getobd met streptokokken.

Voor Duitsland zijn zware biggen een must

De biggen gaan op een gemiddeld gewicht van 28 kilo naar de mester. Zware biggen voor Duitsland zijn een must, meent Bielderman, net als een reststal. Hij heeft in Duitsland twee stallen met in totaal 1.800 vleesvarkensplaatsen. Meer dan genoeg ruimte om elke big waar maar iets aan mankeert zelf af te mesten.

 

Tevreden over de biggenexport naar Duitsland

Bielderman exporteert al vier jaar biggen naar Duitsland. Afnemer is producentenvereniging Viehvermarktung Uelsen. Zij rekent af op de Duitse Nord-West-notering voor biggen en betaalt daar boven een toeslag die Bielderman omschrijft als ‘goed’. De varkenshouder is tevreden over de biggenexport naar Duitsland en de afnemer daar. Afgelopen maanden was er geen discussie over de prijs, terwijl de markt slecht is. Ook zijn de biggen in die vier jaar altijd opgehaald.

Over op Topigs 70-zeug

Bielderman kent zijn kostprijs tot op de cent. Hij zit in studieclub Hoge productie, onder leiding van adviesbedrijf DLV. Overschakelen op Deense zeugen voor een euro per big meer loonde niet in zijn geval. De zeugen zijn duurder en vreten meer. Volgend jaar gaat de varkenshouder wel over op de Topigs 70-zeug. Deze schijnt productiever te zijn en biggen te geven met betere mesteigenschappen.

Eén reactie

  • slutter

    Foto........er zitten teveel kneuzen tussen.../

Of registreer je om te kunnen reageren.