Rundveehouderij

Nieuws 1358 x bekeken

Vion en Masterrind krijgen gelijk van CBB

Den Haag - Vion Livestock in Tilburg en Masterrind GmbH in Verden zijn door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) in het gelijk gesteld in een beroepszaak over terugvordering van Europese uitvoerrestituties voor runderen door het Productschap Vee en Vlees.

Toch moeten de bedrijven de restituties terugbetalen.

Vion en Masterrind hadden in 2010 runderen uitgevoerd naar landen buiten de EU en vroegen daarvoor uitvoerrestitutie aan. Bij de export was het vervoersbedrijf Van de Wetering betrokken. Van de Wetering exploiteert ook verzamelcentra voor runderen en is een erkende controlepost. Vion en Masterrind laadden de runderen in het verzamelcentrum in de vrachtwagen en wogen de dieren en lieten deze keuren door de NVWA. Vervolgens werden de dieren uitgeladen en tussen de 15 uur en een week later pas daadwerkelijk op transport gesteld. In de tussentijd werden de dieren bij Van de Wetering gestald. Bij vertrek werden de dieren niet opnieuw gekeurd.

De NVWA stelt dat met het inladen het transport was begonnen. Met het uitladen werd dit onderbroken en de verzamelplaats van Van de Wetering gold dan als controlepost waar de dieren tijdens het vervoer rust krijgen. Volgens de Europese regels moeten de dieren dan voor het opladen opnieuw worden gekeurd. De rechter volgt die redenering van de NVWA niet. Het daadwerkelijke transport begint in de ogen van de rechter pas als er sprake is van een verplaatsing. Dat was hier niet het geval. Om die reden worden Vion en Masterrind in het gelijk gesteld.

Ze moeten echter toch de restituties terugbetalen omdat de rechter vindt dat ze op andere punten wel degelijk in gebreke blijven. De hele vervoersoperatie was in de ogen van de rechter begonnen met het inladen van de dieren. En met hun handelswijze hebben de bedrijven de duur van het transport niet tot een minimum beperkt. Hiermee is de Europese verordening EG1/2005 niet nageleefd. Ook de stelling van Vion en Masterrind dat de NVWA op de hoogte was van de werkwijze en deze stilzwijgend goedkeurde wordt door de rechter weersproken.

De rechter veroordeelt het ministerie van Economische Zaken, de rechtsopvolger van het PVV in dezen, tot betaling van het griffierecht en de betaling van de proceskosten.

Of registreer je om te kunnen reageren.