WUR: minder benutting, maar niet meer uitspoeling bij gebruik dierlijke mest

Bij bemesting met dierlijke mest is sprake van een significant lagere stikstofbenutting door gras ten opzichte van bemesting met kunstmest, maar dat leidt niet tot hogere uitspoeling naar het bovenste grondwater. Dat blijkt uit meerjarig onderzoek door Wageningen UR. - Foto: Peter Roek
Bij bemesting met dierlijke mest is sprake van een significant lagere stikstofbenutting door gras ten opzichte van bemesting met kunstmest, maar dat leidt niet tot hogere uitspoeling naar het bovenste grondwater. Dat blijkt uit meerjarig onderzoek door Wageningen UR. Ook als het nawerkende effect in de opvolgende twee jaren na het aanwenden van de mest wordt meegerekend, is de benutting van mineralen door het gewas bij dierlijke mest lager.
In de veldproef zijn verschillende soorten kunstmest en dierlijke mest met elkaar vergeleken: de kunstmestsoorten kalkammonsalpeter (KAS) en ureum met een ureaseremmer, en rundveedrijfmest, vergiste rundveedrijfmest en varkensdrijfmest. Per kunstmest- en dierlijke mestsoort zijn vier bemestingsregimes met elkaar vergeleken: een controle zonder stikstofbemesting en een jaarlijkse N-totaal-bemesting van 300 kg per ha voor één, twee en drie opeenvolgende jaren.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









