Neerslagtekort loopt op tot 200 millimeter
Met een neerslagtekort van 200 millimeter tot nu toe behoort 2026 volgens het KNMI tot de 5% droogste jaren. Een neerslagtekort ontstaat wanneer er in een bepaalde periode meer water verdampt dan er door neerslag wordt aangevuld. Het droogste jaar was 1976. Toen liep het neerslagtekort op tot 361 millimeter.

Beregening van grasland. Door het oplopende neerslagtekort gelden in verschillende regio’s beperkingen of verboden voor het onttrekken van oppervlakte- en grondwater. Foto: Michiel Eberwijn
Volgens een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bevindt Nederland zich momenteel in fase 1 van de landelijke droogteaanpak. In deze fase ligt de verantwoordelijkheid voor het waterbeheer voornamelijk bij de regionale waterbeheerders. Als de situatie verslechtert en fase 2 wordt afgekondigd, wordt de aanpak landelijk gecoördineerd en is er sprake van een ‘feitelijk watertekort’.
Lees verder onder de afbeelding
Onttrekkingsverbod
Het neerslagtekort is overal historisch hoog. Daarom nemen de waterschappen steeds meer maatregelen om de schade tegen te gaan. Zo geldt in verschillende regio’s, waaronder bij waterschap Brabantse Delta, waterschap Aa en Maas en Waterschap Rivierenland, een tijdelijk onttrekkingsverbod. Dat houdt in dat het verboden is om water uit sloten of beken te halen. De zwaarst getroffen gebieden zijn de kustgebieden en het zuiden van het land.
Lees verder onder de grafiek
Verzilting bestrijden
Waterschappen in het Westen hebben veel water nodig om polders door te spoelen, onder andere om verzilting tegen te gaan. Zout water komt vanuit de ondergrond naar boven in diepe polders en droogmakerijen, onder andere in het gebied van Hoogheemraadschap van Rijnland.
Dit waterschap heeft bovendien te maken met de instroom van zout water via zeesluizen en de Hollandsche IJssel. Om dat tegen te gaan, wordt nu water uit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal aangevoerd via het gebied van het aangrenzende Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Omdat dat nog te weinig water oplevert, is er een extra aanvoerroute van zoet water bijgekomen. Het water wordt vanuit de Lek door de Krimpenerwaard aangevoerd.
Lees verder onder het kader
Waterschap Rivierenland
Binnen Waterschap Rivierenland geldt het verbod in de zogenoemde Cittersgebieden. Dit zijn streefpeilgebieden waar geen extra water kan worden aangevoerd vanuit de grote rivieren. Door verdamping, wegzijging naar het grondwater en watergebruik dalen de waterstanden daar steeds verder.
Het onttrekkingsverbod gaat in op woensdag 15 juli. Er gelden wel enkele uitzonderingen. Water onttrekken voor veedrenking, brandbestrijding en irrigatie via druppelbevloeiing blijft toegestaan. Daarnaast geldt het verbod tussen 12.00 en 18.00 uur niet voor het koelen van stallen en het koelen van appels en peren, om schade door zonnebrand te voorkomen.
Lage waterstand rivieren
Een groot zorgpunt is intussen de lage waterstand in de rivieren. Omdat het ook in omliggende landen erg droog is, voeren de Rijn en de Maas veel minder water aan dan normaal. De afvoer van de Rijn is voor juli op een recordlaag niveau uitgekomen van 800 kubieke meter per seconde. De afvoer van de Maas bij Maastricht bedraagt 25 kubieke meter per seconde.
Dit is niet alleen lastig voor de scheepvaart, maar vergroot ook de kans op de instroom van zout water vanuit zee via de riviermondingen. Om die reden is de Haringvlietdam al gesloten.
Beregeningsverboden
Waterschap Rijn en IJssel in de Gelderse Achterhoek heeft per 16 juli om 12.00 uur een beregeningsverbod voor oppervlaktewater afgekondigd. Het verbod geldt voor alle personen en bedrijven, ook voor mensen met een vergunning. Sluizen gaan beperkt open om water te sparen.
Waterschap Brabantse Delta heeft vanaf 14 juli een urenverbod ingesteld voor het gebruik van oppervlaktewater. Dit geldt van 9.00 uur ’s ochtends tot 21.00 uur ’s avonds. Verder geldt in verschillende delen van dit waterschap een totaalverbod.
Ook hebben alle waterschappen plaatselijk maatregelen genomen, die variëren van beperkingen aan beregening tot het minder spuien van water op het buitenwater. Dat gebeurt zelfs in gebieden die normaal gesproken weinig last hebben van droogte.








