'Nieuw GLB: gelijk speelveld net zo belangrijk als inkomenssteun'

Foto: Mark Pasveer
Eens in de zeven jaar heeft de EU de kans om het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bij te sturen. Nu staan we weer voor zo’n moment. Volgend jaar moet er een meerjarenbegroting liggen voor de daaropvolgende zeven jaar. En dus zijn er nu hevige gevechten gaande. Dat gebeurt uiteraard allemaal heel discreet en zonder al te veel geschreeuw, maar het gaat om vele miljarden. De belangen zijn enorm.
De afgelopen tientallen jaren hebben we gezien hoe de koers langzaam maar zeker is verlegd. Ooit lag de nadruk van het EU-landbouwbeleid op voedselzekerheid voor de inwoners en inkomenszekerheid voor de boeren. Toen dat ontaardde in overschotten en ontspoorde markten, verschoof het accent van prijssteun en marktregulering naar inkomenssteun. Nog later kwam de nadruk steeds meer te liggen op vergroening en maatschappelijke inpassing van de landbouw, naast inkomensondersteuning.
Landbouwbeleid is gemeenschappelijk beleid
Bij al die veranderingen stond dit altijd voorop: landbouwbeleid is gemeenschappelijk beleid van alle lidstaten samen. Uiteraard moet er oog zijn voor de regionale verschillen binnen Europa, maar de bottomline is: zo veel mogelijk een gelijk speelveld voor iedereen. Vrije handel, vrije concurrentie op de Europese markt en geen voortrekkerij door nationale regeringen. Ook toen er tien nieuwe Oost-Europese lidstaten bijkwamen, een enorme krachttoer voor de EU, bleef dat het uitgangspunt.
De Nederlandse agrosector heeft daar veel baat bij gehad. Zij heeft zich kunnen ontwikkelen tot een waar exportkanon. Eigenlijk is het gelijke speelveld voor Nederland belangrijker dan de inkomenssteun op zich. Die directe inkomenssteun is intussen flink afgenomen. Ooit kon je met de betalingsrechten €370 per hectare halen, nu is de basispremie nog maar ruim €200. Naar verwachting zakt die verder naar €130 per hectare. Dat is het gevolg van budgetkorting en andere prioriteiten.
Renationalisatie voorkomen
Een beetje agrarisch bedrijf heeft een miljoenenomzet en dan lijkt €10.000 minder premie geen groot bier. Maar het komt er wel op aan en voor wie in de marge ploetert, is het wel degelijk van betekenis. Toch is de dalende premie niet de grootste zorg voor Nederlandse boeren. Net zo zorgelijk is de kans op renationalisatie, ofwel veel meer speelruimte voor nationale regeringen om eigen landbouwbeleid te voeren en dus eigen boeren te bevoordelen. Dit dreigt bijvoorbeeld via de eco-regeling. Het idee is dat landen veel meer ruimte krijgen om die zelf in te vullen.
Voor een relatief klein land als Nederland, dat gericht is op handel met het buitenland, zijn eerlijke concurrentiekansen superbelangrijk. Uiteraard is een volledig gelijk speelveld niet mogelijk. Geografie speelt immers altijd een rol. Maar staatssteun is geen natuurverschijnsel, het is een politieke keuze.
In alle landen groeien politieke stromingen die roepen: eigen land eerst. Dat is voor exportland Nederland niet goed. De roemruchte Brusselse staatssteuntoets heeft vaak geen fijne bijklank. Veel Nederlandse overheidsmaatregelen liepen erop stuk. Maar tel uw zegeningen. Als die toets er niet meer is of verwatert, dreigt valse concurrentie, deze keer niet van buiten de EU, maar van binnenuit.








