Schenk: grootschalige melkveebedrijven niet vanzelfsprekend


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Er moet een eenvoudiger vergunningentraject komen voor de bouw van het merendeel van nieuwe melkveestallen. LTO-vakgroepvoorzitter Siem-jan Schenk is bang dat toenemende bureaucratie de ontwikkeling van de sector te veel gaat afremmen.Het afgelopen jaar is voor de Nederlandse melkveehouders een stuk beter verlopen dan het jaar daarvoor. Een betere melkprijs heeft de rust in de sector enigszins doen terugkeren, maar dat betekent zeker niet dat de sector in rustig vaarwater terecht is gekomen. De ontwikkelingen volgen elkaar nog steeds in rap tempo op. De LTO-vakgroep melkveehouderij komt in februari met een update van haar toekomstvisie.

“In Nederland is er misschien wel ruimte voor grootschalige melkveehouderij, maar dit is zeker niet vanzelfsprekend”, aldus Siem-jan Schenk, voorzitter van de LTO-vakgroep melkveehouderij. Hij sluit grootschalige melkveebedrijven niet uit maar vreest dat de maatschappelijke weerstand tegen dit soort bedrijven de ontwikkeling van de sector als geheel gaat hinderen. Het vergunningentraject voor de bouw van significant grotere melkveebedrijven blijkt een ingewikkelde weg.

”We zien momenteel veel plannen voor de bouw van melkveestallen voor 100 tot 250 koeien”, zegt Schenk. ” Dit soort stallen past goed in het Nederlandse plaatje en wekken minder weerstand op dan de bouw van stallen voor bijvoorbeeld zevenhonderd koeien.” Het zou volgens LTO daarom goed zijn bij de vergunningaanvraag onderscheid te maken. ”Voor je het weet moet iedereen de procedures doorlopen voor de aanvraag van een stal voor zevenhonderd koeien. Definieer daarom een groep bedrijven die eenvoudig aan de benodigde vergunningen kunnen komen”, aldus Schenk.

Als voorbeeld geeft hij de wijze waarop een milieuvergunning kan worden aangevraagd. ”Voor bedrijven tot tweehonderd melkkoeien bestaat er alleen een meldplicht.” Volgens de voorman zou het goed zijn als 95 procent van de vergunningaanvragen via een eenvoudige procedure zou verlopen. ”We moeten oppassen dat de sector niet dichtgeregeld wordt zoals bij de intensieve veehouderij. De discussie over megastallen, een begrip dat aan inflatie onderhevig is, gaat daarom iedereen aan.”Verdere schaalvergroting in de melkveehouderij hangt nauw samen met de teruggang van het aantal bedrijven dat nog weidegang toepast. De LTO-vakgroep melkveehouderij vindt dat weidegang een essentieel onderdeel is van de sector. ”Veel melkveehouders vragen zich af of weidegang met dierwelzijn te maken heeft”, legt Schenk uit. Hoewel er volgens hem technische oplossingen zijn om het dierwelzijn van koeien ook binnen te garanderen, is deze denkwijze een valkuil voor de sector. ”We zijn als melkveehouders niet goed in emotie en vaak te rationeel in ons denken. De consument neemt hier geen genoegen mee.”

De huidige initiatieven om weidegang te promoten sorteren volgens Schenk niet genoeg resultaat richting 2015. Het is volgens hem zowel voor de kleinere als grote melkveebedrijven van belang dat een meerderheid van de koeien in de wei blijft staan. ”We moeten zorgen dat we het natuurlijke karakter van de sector behouden. Maatschappelijk organisaties worden soms om hun kritiek verguisd, maar zijn vaak voorlopers van de vraag uit de markt.”

De oplossing moet volgens Schenk worden gezocht in de markt. ”De maatschappij stelt bepaalde voorwaarden waar een vergoeding tegenover moet staan.” Verschillende melkstromen kunnen aan deze eisen tegemoet komen. De wijze van produceren is volgens hem een wezenlijk onderdeel van productdifferentiatie, en dus het creëren van meerwaarde. Maak maar een cent verschil, is zijn boodschap aan zuivelondernemingen.

De vakgroepvoorzitter is blij met het feit dat staatssecretaris Henk Bleker de verantwoording inzake het mestprobleem bij de agrarische sector heeft gelegd. ”Duidelijk is dat wij als LTO na 2013 geen fosfaat- of dierrechten willen, maar dat betekent dat we het onszelf niet gemakkelijk maken”, aldus de liberaal ingestelde Schenk. ”Het leggen van de verantwoording bij het bedrijfsleven is volgens mij de enige weg.” Goed voorbeeld is volgens hem de auto-industrie. ”Er zijn in Nederland meer auto’s bijgekomen terwijl de co2-uitstoot is afgenomen.”

De agrarische sector heeft beloofd de fosfaatuitstoot dit jaar terug te brengen tot het niveau van 2002. Schenk denkt dat het mogelijk is om dit jaar aan de fosfaateis te voldoen, maar voor een structurele oplossing is volgens hem meer tijd nodig. Het scheiden van mest staat hierbij centraal. Mest is na het verdwijnen van het quotum en de dierrechten de beperkende factor voor verdere groei van de sector.

Schenk noemt verschillende initiatieven die zijn genomen om de fosfaatuitstoot te beperken. Zo zijn er afspraken gemaakt met de voerindustrie om het fosfaatgehalte in het mengvoer te verlagen. Daarnaast beschikken veehouders zelf over het instrument bedrijfsspecifiek excretie om hun fosfaatuitstoot te beperken. Als laatste noemt hij mestverwerking. ”Doel hiervan is om de bestaande mineralen beter te benutten en minder afhankelijk te worden van kunstmest”, aldus Schenk. Volgens hem blijft het een vreemde situatie dat melkveehouders kunstmest moeten aankopen terwijl er ruwe mest moet worden afgezet. ”Mest is veel te waardevol om er geld achteraan te brengen. Ik geloof erin dat we vanuit het mestperspectief de introductie van nieuwe dierrechten kunnen tegenhouden. De techniek om dit mogelijk te maken moet er gewoon komen. Uiteindelijk hebben alle boeren belang bij minder druk op de mestmarkt.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.