RUG: minder wormen voor weidevogels door injectie drijfmest

Foto: Anne van der Woude
Weilanden waar drijfmest in de bodem wordt geïnjecteerd, leveren weidevogels minder wormen op dan weilanden die met ruige stalmest worden bemest.Dat schrijft onderzoeker van de Rijksuniversiteit Groningen Jeroen Onrust in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Applied Ecology.Door het opensnijden van de grasmat tijdens het injecteren van drijfmest droogt de toplaag zodanig uit dat de wormen daar wegblijven, constateert de onderzoeker.Bodemvocht erg belangrijkEen vochtige toplaag van de bodem zorgt ervoor dat regenwormen naar boven komen en dat weidevogels met hun snavel in de grond kunnen. Volgens Onrust wordt vaak de grondwaterstand verhoogd om wormen en weidevogels in verdroogde weilanden te helpen. “Maar als de bodem door onder andere mestinjectie al is verstoord, droogt de toplaag in het voorjaar zo snel uit dat een hoger grondwaterpeil niet meer helpt”, vult professor dr. Theunis Piersma aan. Grondwaterstandverhoging zou dus gecombineerd moeten worden met een andere manier of moment van bemesten.2 typen wormenIn Nederlandse weilanden gaat het om twee typen regenwormen die voorkomen: de grijze Aporrectodea caliginosa en de rode Lumbricus rubellus. Laatstgenoemde is een belangrijke voedselbron voor weidevogels. Deze wormen pendelen op en neer tussen diepe en ondiepe bodemlagen om plantenresten te verteren en dragen daarmee positief bij aan de bodemstructuur. Maar deze wormen groeien minder hard door drijfmest, stelde Onrust vast. Naast grondwaterstandverhoging zijn dus extra maatregelen nodig volgens de onderzoeker.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









