Foto's: Familie Madou BoerenlevenAchtergrond

‘Netje was een mooi meidje, en aardig’

Lees hier de voorpublicatie van Liefde achter de erpelkuul en maak kans op een gratis boek.

Piet Snijders beschrijft in ‘Liefde achter de erpelkeul’ het levensverhaal van boer Jan Madou. In dit fragment vertelt Jan over hoe een toevallige ontmoeting zijn hele leven zou veranderen.

Lees verder onder foto

Het was in de zomer van 1953. Jan was zestien jaar intussen. Heusden zat midden in een turbulente tijd. De naoorlogse emigratiekoorts hield er in alle hevigheid huis. De eerste landverhuizers waren eind jaren veertig al vertrokken; de bulk emigreerde onder invloed van een door de overheid gestuurde campagne, die krachtdadig werd opgepikt door Boerenbond en R.K. Kerk. Nederland had na de oorlog niets te bieden, de toekomst lag overzee, zo heette het. Toen in de late jaren vijftig de kruitdamp was opgetrokken, bleek in Heusden meer dan 20% van de dorpsbevolking uitgewaaierd over Canada, Nieuw-Zeeland en Australië. Hier en daar waren hele straten en buurten ontvolkt en herbevolkt. Sommige achterblijvers zagen zelfs tot 70% van hun familie ‘voor altijd’ vertrekken. Bij alle rompslomp die ermee gepaard ging, moet de emigratie een ongekende emotionele draaikolk zijn geweest. Vertrekken of blijven, men raakte bijna vanzelf ontheemd. Geen Heusdenaar die zich aan de emigratiekoorts kon onttrekken.

Jan: “Mijn vader had ook wel willen gaan. Die is een tijdje in Asten in zaal Bakens naar de Engelse les geweest. Dat hoorde toen zo. Als je wou vertrekken, moest je ten minste iets van de taal leren, daar werd sterk op gehamerd.” “Maar bij ons is het niet tot emigratie gekomen omdat ons moeder niet wou. En bij de grote kinderen was er ook weinig animo. Dan verstomt het gepraat over emigratie vaneiges.”

Ik wou bij een grote boer werken, die tractor trok me nog het meeste

En Jan zelf? Jan: “Ik was er te jong voor. Ik heb al die Heusdense emigranten natuurlijk ook zien vertrekken. Soms letterlijk want ze werden altijd uitgezwaaid. Maar mij raakte het persoonlijk niet zo erg. Toevallig zaten er geen kameraden van mij bij. Ook geen familie, want op Heusden hadden wij geen familie.”

Lees verder onder foto

Netje in de wei bij een koe. Jan leerde haar kennen toen hij als knecht bij een boer in Waalre werkte. Met Netje bouwde hij aan een droom: een mooie ontginningsboerderij. - Foto's: Familie Madou
Netje in de wei bij een koe. Jan leerde haar kennen toen hij als knecht bij een boer in Waalre werkte. Met Netje bouwde hij aan een droom: een mooie ontginningsboerderij. – Foto’s: Familie Madou

Jan voelde ook geen aandrang om naar de Noordoostpolder te gaan, zoals sommige jonge boeren ook wel deden. “In de polder was werk. Sommige gingen ernaartoe om genoeg geld te verdienen om te kunnen emigreren; anderen hoopten er zich te kunnen vestigen. Maar je moest van goeden huize komen om daar een boerderij te krijgen.”

Dat was in een tijd dat een pilske dertig cent kostte

Had Jan dan nergens ambitie voor? Toch wel. Op zekere dag in de zomer van 1953 had hij zijn vader aangesproken. Dat hij elders bij een grote boer wou gaan werken om het vak beter te leren. Want al had hij de landbouwschool niet afgemaakt, hij wou later nog steeds boer worden.

Sjaak Madou, een man van weinig woorden, dacht er een poosje over na en zei dat het goed was. Als Jan dat wou, dan kon dat. Hij zou wél thuis zijn loon moeten inleveren, want zo ging dat in de grote gezinnen van toen. Je werkte voor het collectief van de familie, tot je wat kapitaal moest vergaren om echt te kunnen uitvliegen. Tot die tijd moest je het doen met het zakgeld dat je thuis kreeg toegeschoven. Jan: “In mijn geval was dat twee gulden vijftig. Dat was in een tijd dat een pilske dertig cent kostte.” Jans wens om zich bij een andere boer verder in het vak te bekwamen, kwam niet uit de lucht vallen.

Het was een sprong in het diepe, want ik was nog nooit van huis geweest

Jan: “Het verhaal deed de ronde dat een zekere Herman Janssen uit Woldere – dat is Brabants voor Waalre – in ons dorp op werkvolk uit was geweest. Waarom uitgerekend in Heusden weet ik niet. Misschien had hij in Woldere in het café van Janus Berkvens opgepikt dat er in Heusden boerenzonen werk zochten. Die Janus was een broer van Haske Berkvens van de Meijelseweg.”

Lees verder onder foto

Jan op de trekker. Hij had de landbouwschool niet afgemaakt maar hij wilde toch boer worden. In dienst als knecht, wilde hij het vak beter leren.
Jan op de trekker. Hij had de landbouwschool niet afgemaakt maar hij wilde toch boer worden. In dienst als knecht, wilde hij het vak beter leren.

Alsof de duvel meeluisterde toen Jan zijn wens uitsprak, klopte er de zondag daarna een onbekende man aan bij Madou. Hij was op de brommer en droeg een lange leren jas. Jan: “Deze man kwam óók uit Woldere en maakte zich bekend als Piet Verhappen. Hij kwam voor zijn vader Jan, die eveneens werkvolk nodig had op zijn boerderij. Bij Verhappen hadden ze een behoorlijk bedrijf en een erpelhandel en ze kwamen er handen tekort. Ik luisterde met veel interesse. Piet Verhappen kwam als geroepen, want ik wou immers bij een grote boer gaan werken. En ze hadden daar een tractor, dat trok me nog het meeste.”

Vanaf de eerste dag leek ik een bezienswaardigheid voor de vlotte buurmeisjes Kuijpers

“Afijn, zijn aanbod werd gewikt en gewogen, vader en hij kwamen mijn beloning overeen en toen is dat doorgegaan. Ik kon op 1 februari 1954 bij Verhappen beginnen. Het was een sprong in het diepe, want ik was nog nooit van huis geweest. Maar echt veel risico zat er niet aan, want als het moest kon ik zo weer thuis zijn.” Dus hapte Jan toe. En hij zou geen moment spijt krijgen van die stap, al zou die zijn leven totaal veranderen.

“Bij Jan Verhappen en zijn vrouw Anna Koppens had ik meteen d’n aard. Ik arriveerde op 31 januari, aangezien de werkdag ’s anderendaags al om kwart over vijf ’s morgens zou beginnen. Op dat tijdstip moesten de koeien gemolken en gevoerd worden. Jan en Anna Verhappen woonden aan de Heuvelstraat 14 aan de Veldhovense kant van Waalre. Ze hadden twee kinderen: Piet en Maria. Piet werkte mee op de boerderij; Maria studeerde. Verder was er een ongetrouwde zus van Anna inwonend, tante Miet. Ik kreeg er een eigen slaapvertrek boven de keuken, bereikbaar via een trap in de koeienstal. Niks te min, hoor, de kamer was netjes en ruim genoeg. Ik zou me sowieso gauw thuis voelen bij de familie Verhappen. Mocht ook met de familie mee-eten. Anna kon goed koken, dus daar ging ik niet op achteruit.”

De koeien molken we met drie of vier man: Piet Verhappen, Guus en ik

“Wel moest ik al op de eerste dag mijn voornaam inleveren, want nu waren er twee Jannen in huis en dat zou maar lastig zijn. Vanaf dat moment heette ik Jo. Ook niet onbelangrijk: vanaf de eerste dag leek ik een bezienswaardigheid voor de vlotte buurmeisjes Kuijpers. Vooral voor de jongste, zoals ik nog zou merken. Ik kon niet buiten komen, of zij hing er ook ergens rond.”

“Op de tweede dag, 2 februari, gingen we kennismaken bij buurman Bartel Konings, ook aan de Heuvelstraat. Ik werd er voorgesteld als Jo Madou. Bij Konings hadden ze negen kinderen: vijf meiden en vier jongens. Er woonde ook nog een vrijgezel in, een broer van Bartel.”

Lees verder onder foto

Een eigen boerderij, het was een droom die uitkwam. Helaas bleek geen van de kinderen interesse te hebben het bedrijf over te nemen.
Een eigen boerderij, het was een droom die uitkwam. Helaas bleek geen van de kinderen interesse te hebben het bedrijf over te nemen.

“Bij de familie Konings kon veel. Er werd twee keer in de week aan twee tafels gekaart. ’s Avonds van half acht tot half elf, thee met een koekje erbij, gewoon gezellig. Ik heb er een hoop lui leren kennen: Frans – Cis – Wouters, Giel Fos, Frans de Bie, Cor Fuchs, Piet Smolders, Jan Teunissen en Nico van de Meerakker. Veel gelachen ook.”

“Een van de zonen Konings was Guus, ook Giel genoemd. Hij was veertien of vijftien jaar en werkte ’s morgens en ’s avonds als melkhulp ook bij Verhappen. Mijn baas had twintig tot vijfentwintig koeien met bijbehorend jongvee. De koeien molken we met drie of vier man: Piet Verhappen, Guus en ik. Vader Jan Verhappen hielp maar af en toe mee. Zijn trots waren zijn twee sterzeugen. Daarmee fokte hij stamboekvarkens.”

Het klikte meteen, maar vraag me niet precies waarom

“Piet Verhappen had daarnaast dus die aardappelhandel. Hij had bij een boer aan de Bosbroekseweg 7, Pietje van den Broek, een erpelkeul gekocht en op de derde dag dat ik daar werkte – 3 februari – moest ik die aardappelen sorteren en opzakken. Daarna zouden Guus en ik de Zusters van Meerveldhoven moeten bevoorraden; we moesten er de zakken gesorteerde aardappelen in een kelder leegschudden.”

“Bij het aardappelen sorteren kreeg ik hulp van Netje, de dochter van Pietje van den Broek. Zij was een nichtje en vriendin van de Kuijpers-zusjes en al van school af. Samen zaten we de hele dag achter de erpelkeul.”

“Netje was 15 en ik 17 intussen. Wij spraken wel, maar niet zo heel veel. Het ging vooral over sport, meen ik. Ik hield van sport en zij ook; ze deed aan volksdans en fietste er graag op uit. Het klikte meteen, maar vraag me niet precies waarom; dat is ook voor mij nog steeds een raadsel. Wij voelden zoiets als wederzijdse genegenheid.”

“Netje was een mooi meidje en aardig, dat zag ik wel. Heel secuur ook. Wij moesten de hele erpelkeul met de hand sorteren. De rotte eruit halen, de goeie in een mand gooien en dan opzakken. Dat betekende dus echt samenwerken. En dat ging prima. Maar je staat er op zo’n moment natuurlijk niet bij stil dat zo’n toevallige ontmoeting uiteindelijk je hele leven kan bepalen. Toch zou het zo gaan, want in 1962 ben ik met Netje van den Broek getrouwd. Achteraf kan ik alleen maar zeggen dat het daar begonnen is, achter de erpelkeul van Pietje van den Broek!”

Reacties

  1. Ik had mijn reactie al geplaatst maar zal het nog eens doen.

    Ik vind het een mooi verhaal en zie hier mijn eigen levensloop maar ben ook nooit vertrokken en ben toch geslaagd hier in het land.

    J.F.M. Smet

  2. Ik vind het mooi en interessant zulke verhalen lees ik graag, ik zie hierin mijn eigen levensloop maar ik ben ook nooit vertrokken.

    J.F.M. Smet
    Molenweg 7
    4576 CW Koewacht