Mais op zand vraagt om extra maatregelen

Foto: Mark Pasveer

Foto: Mark Pasveer


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Maisteelt op zand blijft alleen bestaan met minder stikstofverlies naar het grondwater. Een betere N-benutting levert ook extra rendement op.De nitraatconcentratie van het grondwater is vanaf 1992 gedaald. Op lössgrond en gronden in de zuidelijke en oostelijke zandregio is de nitraatconcentratie nog te hoog. In veen- en kleiregio’s zijn nitraatconcentraties in uitspoelend water veel lager, omdat meer nitraat wordt afgebroken. "Mais verliest in verhouding tot gras veel meer stikstof naar de bodem, waarna het kan uitspoelen", zegt Laurens Gerner, beleidsadviseur planvorming bij het Waterschap Rijn en IJssel. "Mais neemt vanaf begin augustus al geen stikstof meer op, terwijl de mineralisatie in de bodem dan nog volop doorgaat. Wij zien in het najaar dan ook veel meer stikstof in de bodem onder maispercelen dan onder graspercelen. Met het neerslagoverschot in de winter gaat het grotendeels als nitraat verloren naar grond- en oppervlaktewater.”Voor behoud van maisteelt op zandgrond zijn verlaging van de stikstofuitspoeling en een efficiënte mineralenbenutting noodzakelijk. - Foto: Mark PasveerVruchtbare kringloopprojecten in regioLTO Noord heeft samen met diverse partners regionale vruchtbare kringloopprojecten opgezet, gericht op een efficiënte benutting van mineralen en het verminderen van mineralenverliezen (nitraat en fosfaat) in de agrarische sector. Gerner is betrokken bij het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek en is positief over de resultaten van het project. “Melkveehouders boeken met diverse maatregelen milieuwinst en realiseren daarmee ook extra rendement.” Mais op scheurlandEen belangrijke maatregel om stikstofuitspoeling te verlagen, is mais telen op gescheurd grasland zonder het perceel te bemesten met stikstof. Dat blijkt uit recente resultaten van het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek waarbij zeven melkveehouders deze strategie in 2016 hebben toegepast. Zij hebben op een perceel gescheurd grasland voor maisteelt één gedeelte niet en een ander gedeelte uitsluitend bemest met drijfmest (gemiddeld 30 kuub). Uit metingen blijkt de gemiddelde maisopbrengst van het bemeste (21,1 ton ds/ha) en onbemeste gedeelte (21,0 ton ds/ha) nagenoeg gelijk (zie tabel Opbrengst en voederwaarde van mais in het eerste jaar na scheuren grasland). “Stikstofbemesting van mais in het eerste jaar na het scheuren van grasland is dus overbodig”, concludeert Nick van Eekeren, onderzoeker van het Louis Bolk Instituut. “De mineralisatie van stikstof uit gescheurd grasland is indrukwekkend. Zelfs bij een koud voorjaar waarin de mineralisatie traag op gang komt, blijken de onbemeste percelen een lichte groeiachterstand vlot in de lopen.”Inzaai van gras onder mais op proefbedrijf De Marke. Dit is een effectieve maatregel om stikstof vast te houden voor een volggewas - Foto: Koos GroenewoldUit jarenlang onderzoek in België en op melkveeproefbedrijf De Marke naar mineralisatie van stikstof na het scheuren van grasland, blijken dezelfde effecten op de maisopbrengst. “Bij maisteelt op scheurland is geen stikstofgift nodig. Afhankelijk van de fosfaattoestand van de bodem kan een fosfaatstartgift en extra kali nodig zijn”, zegt Gerjan Hilhorst, onderzoeker van Wageningen University & Research, die uit ervaring weet dat veel melkveehouders nog huiverig zijn om mais te telen zonder drijfmestgift. “Het is bijna onbespreekbaar, terwijl de N-nalevering uit gescheurd grasland meer dan voldoende stikstof levert voor een goede maisopbrengst op scheurgrond.”FosfaatbemestingHilhorst vindt dat het verbod op fosfaatkunstmest voor derogatiebedrijven averechts werkt op een goede stikstofbenutting. “Om de fosfaatbehoefte van mais te dekken, kunnen deze veehouders alleen met drijfmest fosfaat geven, waarmee ze dan onnodig extra stikstof geven. Dat vergroot het uitspoelingsrisico van stikstof met hogere nitraatgehaltes in het grondwater.” Ook staat de eiwitopbrengst van grasland onder druk als minder dierlijke mest beschikbaar is voor graslandbemesting. Om fosfaat uit dierlijke mest beter te benutten, is toedienen van drijfmest in de maisrij de beste optie. Ook kunnen veehouders fosfaatgecoat maiszaad of Groen Fosfaat gebruiken. Groen Fosfaat, ontwikkeld door DLV Advies en MeMon, is een meststof gemaakt met fosfaat van natuurlijke oorsprong, deels uit varkensmest. Het bevat ook stikstof, kalium en borium. Zeker op gronden met een lage fosfaatbeschikbaarheid en weinig fosfaat in de bodem, is toepassing van Groen Fosfaat interessant. De eerste resultaten met Groen Fosfaat zijn positief. De droge stofopbrengst is 6% hoger en de zetmeelopbrengst (kg/ha) is 10% hoger in vergelijking met een standaard bemesting (breedwerpig). Daarbij was de basisgift van N, P, K en borium gelijk op alle proefvelden. Groen Fosfaat komt naar verwachting in 2017 op de markt. Groen Fosfaat is een organo-minerale meststof met 100% organisch fosfaat. Bij aanwending geldt de staldiernorm van 170 kilo N dierlijke mest per hectare. Gerrit Lieftink (45) in Neede (Gld. heeft in vof met broer Herman (56) 92 koeien en 60 stuks jongvee op 56 hectare. Daarvan is 48 hecare gras en 8 hectare mais. Het rollend jaargemiddelde (rjg) is 8.962 kilo melk, met 4,57% vet en 3,63% eiwit. - Foto: Hans PrinsenWel en geen drijfmest in de rijGerrit Lieftink experimenteerde in 2016 met verschillende bemestingen in mais op gescheurd grasland. Hij concludeert dat drijfmest overbodig is voor een goede opbrengst. Lieftink is één van de zeven deelnemers die in het project Vruchtbare kringloop Achterhoek in 2016 mais heeft geteeld op gescheurd grasland zonder drijfmest. Naast een behandeling zonder drijfmest op één hectare, heeft Lieftink op gedeelten van zijn maisperceel (circa 0,3 hectare) nog drie andere behandelingen toegepast: 32 kuub drijfmest, 32 kuub drijfmest met humuszuren en 32 kuub drijfmest met Piadin. De drijfmest is in alle gevallen in de rij toegepast tijdens het zaaien en de VOF gebruikt al jaren geen kunstmest meer in de mais. “Er bleek geen verschil in opbrengst tussen de percelen die geen drijfmest kregen en waar 32 kuub is opgebracht. In beide gevallen leverde dat 50 ton mais op”, vertelt Lieftink, die concludeert dat mais op scheurgrond geen drijfmest nodig heeft. Het gedeelte waar Lieftink 32 kuub drijfmest met humuszuren had aangewend, had met 47 ton mais de laagste opbrengst. Het stuk waar 32 kuub drijfmest met Piadin was gebruikt, leverde met 53 ton product de hoogste opbrengst. Lieftink vindt dat je goed op grondsoort en bemestingstoestand van een perceel moet letten, voordat je stopt met drijfmest aanwenden. “De proef zonder drijfmest durfden wij op onze hoge esgrond wel aan, omdat deze grond veel humus en voldoende fosfaat en stikstof bevat. Maar we hebben ook wel mindere grondsoorten, waar we toch huiverig blijven om na scheuren van grasland helemaal geen drijfmest meer toe te passen.” De vof denkt nog na hoe ze volgend jaar de stikstofbenutting verder wil verbeteren. “We overwegen om weer voederbieten in het bouwplan op te nemen, waar we tot aan 2003 zo’n tien jaar ervaring mee hadden. Bietenteelt is interessant, want de opbrengst is hoog.” Op basis van de resultaten dit jaar kiest Lieftink niet standaard voor toevoeging van Piadin aan drijfmest. “Want Piadin is niet goedkoop en dan is het de vraag of de extra kosten opwegen tegen de hogere maisopbrengst.” Stikstofvanggewas voorkomt uitspoelingHet telen van een stikstofvanggewas in mais voorkomt ook stikstofuitspoeling. Een vanggewas bindt stikstof, die anders verloren gaat, en houdt de stikstof beschikbaar voor het volgende gewas. Het houdt ook het organische stofgehalte in de bodem op peil. Bij afbraak van organisch materiaal komen nutriënten vrij, met name stikstof, fosfor en zwavel en dat levert voedingsstoffen voor de plant. “Organische stof verbetert ook de bodemstructuur, het bodemleven en de waterhouding”, zegt Gerner. Een goede natuurlijke ontwatering beperkt het risico op verslemping en afstroming over het maaiveld. Zeker op percelen met minder dan 3% organische stof. “Onderzaai van gras in mais slaagt vaak beter dan inzaai van een gewas na een late maisoogst en brengt ook meer op. Wij zaaien 20 kilo Italiaans raaigras per hectare in juni, als de mais 40 tot 50 cm hoog is, zodat het gras niet concurreert met de mais. Dat gebeurt gelijktijdig met het schoffelen in de mais”, zegt Hilhorst. Najaarsinzaai van gras of groenbemester gebeurt pas na de maisoogst. Het gewas komt pas laat in het seizoen op gang en legt in vergelijking met onderzaai van gras in het algemeen minder stikstof en organische stof vast. Een nieuwe variant is het gelijktijdig zaaien van mais en gras als vanggewas. “Het is gemakkelijk uit te voeren. Wij gebruiken hiervoor rietzwenkgras, omdat dit ras heel traag kiemt en daardoor niet concurreert met de mais. Het gras loopt ook vertraging op door een onkruidbestrijding in mais, zodat het effect hetzelfde is als onderzaai in juni.” In het algemeen geldt: hoe eerder een stikstofvanggewas is ingezaaid, hoe meer N en organische stof het kan vastleggen. Dat verhoogt de rentabiliteit van de inzaai en het geeft de meeste milieuwinst. Bemesting en vruchtwisselingMet perceelspecifieke bemesting kunnen veehouders de mineralenbenutting optimaliseren en mineralenverliezen naar het milieu te beperken. “Hierbij gaat het om een betere verdeling van dierlijke mest over gras- en maispercelen. Percelen die veel opbrengen, hebben meer mest nodig”, zegt Hilhorst. “Om optimaal te kunnen bemesten, zijn bodem- en mestanalyses noodzakelijk. Want alleen als de samenstelling van dierlijke mest bekend is, weet je hoeveel stikstof en fosfaat hieruit beschikbaar is.” Arjan Freriks (51) in Winterswijk (Gld.) heeft in maatschap met zijn vrouw Annemieke 65 koeien en 30 stuks jongvee op 24 hectare. Daarvan is 17,5 hectare gras, 2,5 hectare grasklaver, 2 hectare mais en 2 hectare voederbieten. Het rollend jaargemiddelde (rjg) is 8.600 kilo melk, met 4,70% vet en 3,80% eiwit. - Foto: Hans PrinsenBetere N-benutting door vruchtwisseling met voederbietenArjan Freriks teelde in 2015 en 2016 voederbieten op gescheurd grasland. “Ik wilde graag de bodemstikstof beter benutten. Want met maisteelt op scheurland verlies je veel stikstof”, zegt Freriks, die deelneemt aan het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek.In 2015 teelde hij op de ene helft van zijn twee hectare gescheurde grasland voederbieten en op de andere helft mais. Uit metingen van stikstof in de bodem bleek dat voederbieten 128 kilo N meer onttrokken per hectare dan de mais, doordat bieten tot in november blijven doorgroeien. “Op basis van een hogere N-onttrekking door de bieten, zou het logisch zijn om op het totale bedrijf ook meer stikstof te mogen bemesten. Dan zou ik meer dierlijke mest kunnen benutten voor mijn grasland”, zegt Freriks.De voederbieten leverden in 2015 ruim 20 ton droge stof per hectare op plus 4 ton droge stof bietenblad. “Bij elkaar is dat een hogere opbrengst dan de 22 ton droge stof die we van ons maisperceel haalden.” De maisopbrengst op het perceel waar het jaar daarvoor voederbieten zijn geteeld, ondervindt met een bemesting van 150 kilo maismap geen nadeel van de N-onttrekking door de voederbieten. “De extra opgenomen stikstof door de bieten zou anders zijn uitgespoeld. Dus rotatie van gras, voederbieten en mais levert ook milieuwinst op” In 2015 lagen de teeltkosten van voederbieten op €1.700 per hectare, dat was ruim €600 per hectare hoger dan die van snijmais door het vaker spuiten van de voederbieten. Freriks voerde vorig jaar 14 kilo bieten versnipperde voederbieten per koe per dag, dit jaar is 20 kilo mogelijk vanwege een drogere graskuil. “De hogere voederwaarde van voederbieten in vergelijking met mais en de besparing op 2 kilo krachtvoer per koe per dag in het winterrantsoen maken de hogere kosten van voederbieten goed. Netto houd ik ongeveer €1.600 per jaar extra over aan bieten in vergelijking met mais.” Stikstofleverend vermogen bodemBodemanalyses geven aan welke percelen het ook echt nodig hebben. Veehouders moeten daarbij letten op verschillen in kwaliteit van mest per afzonderlijke mestopslag en op verschillen in het stikstofleverend vermogen van de bodem (NLV) en fosfaattoestand per perceel. Om stikstof beter te benutten is het belangrijk om het niveau van N-bemesting af te stemmen op de verschillende NLV’s. Vruchtwisseling is belangrijk om het organische stofgehalte onder maispercelen op peil te houden of te verbeteren. Op De Marke wordt drie jaar grasklaver gevolgd door drie jaar mais. “Het laatste maisjaar zaaien we een zeer vroeg maisras om in het najaar succesvol grasklaver te kunnen inzaaien”, vertelt Hilhorst. Van Eekeren is ook voorstander van maisteelt in vruchtwisseling met grasklaver voor een optimale opbouw van de bodemkwaliteit. “Het optimale landgebruik op melkveebedrijven met derogatie is 60% blijvend grasland met een lage frequentie van graslandvernieuwing van één keer per twaalf jaar en 20% grasklaver (rode en witte klaver) in rotatie met 20% maisland.” Het blijvend grasland wordt gebruikt voor maaien en weiden en de grasklaverpercelen alleen voor maaien. “De inzet van grasklaver in combinatie met beperking van kunstmestgift op blijvend grasland is een goede manier om milieuwinst en economische winst te combineren.” Om de stikstofbenutting te verbeteren is vruchtwisseling van grasland, voederbieten en mais ook een goede optie. “Bieten vangen op gescheurd grasland heel veel stikstof weg en dit gewas levert veel opbrengst per hectare en extra voederwaarde”, aldus Van Eekeren.Lees ook: 'Werk aan de winkel in de maisteelt'

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.