Maaihoogte kiezen voor het beste ruweiwitgehalte in het winterrantsoen
Om het ruweiwitgehalte van het winterrantsoen goed te kunnen sturen, is een juiste keuze van het maaimoment nu van belang. Bij een bepaalde stikstofgift betekent massavorming verdunning van het eiwitgehalte. Inschatten van de massa kan soms lastig zijn. DSV zaden geeft als vuistregel dat een centimeter gewas overeenkomt met ongeveer 110 kilo droge stof.

Het in te kuilen gras moet gemaaid worden, afhankelijk van het weer, wanneer het ruweiwitgehalte passend is voor het winterrantsoen. Foto: Henk Riswick
Als er 100 kilo werkzame stikstof per hectare is gegeven uit drijfmest of kunstmest, kan gras daar potentieel 625 kilo eiwit mee vormen. Als je koerst op 18,5% ruw eiwit bij maaien, dan moet je maaien als het gewas tussen 3.350 en 3.400 kilo droge stofopbrengst zit (625: 0,185). Uitgaande van 110 kilo droge stof per centimeter gras kom je uit op een gewaslengte van 31 centimeter gemeten vanaf de grond. Daarbij wordt uitgegaan van een maaihoogte van 7 centimeter. Als er minder stikstof is gegeven, is de potentiële eiwitvorming ook lager. Dan zal bij een gewenst ruweiwitgehalte van 18,5% eerder gemaaid moeten worden.
Lager eiwitpercentage? Langer wachten met maaien
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









