‘Mechanische onkruidbestrijding verliest vaart’
Fabrikanten van spuiten, schoffels en wiedeggen voelen dat boeren investeringen uitstellen. Niet de techniek, maar gebrek aan vertrouwen remt de markt.

De Duitse machinefabrikant Lemken maakte onlangs bekend de productie van schoffelmachines en precisiewiedeggen te concentreren in Alpen (D). Foto: Koos Groenewold
In mechanisatieland volgden de afgelopen weken de opvallende berichten elkaar in hoog tempo op. John Deere trekt de stekker uit spuitenfabrikant Mazzotti. De Duitse spuitenfabrikant Dammann heeft faillissement aangevraagd, met uitzicht op een doorstart. Lemken sluit de fabriek in Dinteloord (N.-Br.), waar wiedeggen en schoffelmachines worden gebouwd. En van andere fabrikanten klinkt inmiddels hetzelfde onheilspellende geluid. Opvallend genoeg draait het telkens om bedrijven die actief zijn in gewasbeschermingstechniek. Toeval is dat nauwelijks. De vraag is eerder: waarom wordt juist dit segment nu zo hard geraakt?
Groeimarkt stokt
Bij de spuiten is bekend dat verkoopaantallen achterblijven. Vooral de kleinere fabrikanten hebben het daar moeilijk mee. Maar vooral in de markt van wiedeggen en cameraschoffels wringt het. Jarenlang was de verwachting dat mechanische onkruidbestrijding zou uitgroeien tot een groeimarkt van formaat. Het pakket aan chemische middelen staat immers steeds verder onder druk, dus lag het voor de hand dat telers massaal naar mechanische alternatieven zouden uitwijken. Die gedachte leek logisch en werd in de sector breed gedeeld.
Dat vertrouwen vertaalde zich ook in strategie. Tussen 2018 en 2023 namen grote fabrikanten in rap tempo gespecialiseerde merken over. Steketee kwam bij Lemken, Schmotzer bij Amazone, CFS bij Pöttinger, BC Technique bij Kverneland en Thyregod bij Väderstad. Vrijwel iedereen wilde een positie opbouwen in een markt die op papier veelbelovend leek. Juist daarom is de huidige terugval zo veelzeggend: de praktijk blijkt weerbarstiger dan de verwachting.
Nieuwe machines kunnen wachten
Noodzaak ontbreekt
De belangrijkste reden is misschien wel even simpel als ongemakkelijk: de noodzaak wordt door veel boeren nog niet als acuut ervaren. Mechanische onkruidbestrijding is geen verplichting geworden, terwijl het bestaande middelenpakket in veel situaties nog altijd voldoende houvast biedt. Zolang het niet echt moet, blijft de investering uit. Daar komt bij dat subsidies voor dit type techniek grotendeels zijn weggevallen. Wat een logische volgende stap leek, blijkt in de praktijk voor veel ondernemers nog te vrijblijvend.
Zowel voor de spuiten als voor de mechanische techniek geldt dat daarbovenop de bredere economische onzekerheid komt. Oorlogen, schommelende energieprijzen, hoge kosten en tegenvallende opbrengstprijzen maken telers voorzichtig. Ook wie de middelen heeft, stelt investeringen liever nog even uit. Machines kunnen vaak best een seizoen langer mee, zeker na de jaren waarin juist veel is vernieuwd.
Vertrouwen bepaalt tempo
Alles bij elkaar laat deze markt vooral zien hoe sterk investeringsgedrag samenhangt met vertrouwen. Niet alleen regelgeving of techniek bepaalt het tempo van verandering, maar ook de vraag of ondernemers voldoende rust en perspectief voelen om vooruit te durven kijken.
Misschien is dat wel de kern van het verhaal achter de recente onrust in fabrikantenland. De transitie in de gewasbescherming is wel degelijk ingezet, maar minder hard en minder rechtlijnig dan lang werd gedacht. En zolang vertrouwen daarin schaars blijft, zullen zowel de schoffel en de wiedeg als de hypermoderne spuit met spotspraying niet vanzelf de status krijgen van een onmisbare investering. De markt laat nog op zich wachten. En de vraag is: welke fabrikant houdt dat vol?








