Lokaal snoeihout rendabel voor stokende boer

Foto: Bert Jansen
Verwarming in stallen gebeurt vaak met gas. Maar snoeihout is ook een optie. Dit kan bovendien lokaal, zodat kleine kringlopen ontstaan.Vooral binnen de vleeskalverhouderij zijn de laatste jaren biomassakachels in opkomst als goedkoper alternatief voor gas. Meerdere kalverhouders doen dit al op individuele basis met snoeihout en pelletkorrels. De laatste jaren ontstaat er echter ook animo om binnen lokale en regionale kringlopen hout te verzamelen en verwaarden. Boerderij zet twee voorbeelden op een rij: Coöperatie Duurzame Energieketen de Baronie (CDEB) en Coöperatie Biomassalland. De eerste is een initiatief van kalverhouders, de tweede signaleerde vraag onder pluimveehouders.“Veel lokaal snoeihout wordt nu buiten gemeentegrenzen weggebracht, maar het is veel slimmer om dat lokaal te verwaarden”, zegt Ton van Korven, ZLTO-projectleider bio-economie. “Het is win-win. Overheden en grondeigenaren raken van het hout af en boeren besparen stookkosten. Ook is de CO2-uitstoot lager, doordat minder transport nodig is en een fossiele brandstof vervangen wordt door een duurzame energiebron. Zulke kleine projecten
passen perfect in de nieuwe klimaatdoelen van het kabinet.”Lastig om subsidies te krijgenKorven merkte dat het de laatste jaren lastig was om subsidies voor biomassacoöperaties los te peuteren. Als voorbeeld haalt hij de Brabantse CDEB aan die in 2015 werd opgestart. “Voor dat project zijn geen echte subsidies verstrekt. Voor een haalbaarheidsstudie hebben RVO.nl en provincie Noord-Brabant wat ‘handgeld’ gegeven. Ook hielp het Europese TWECON-project met businessmodellen en het leggen van verbindingen tussen organisaties. Daarnaast kwam de gemeente Gilze en Rijen de CDEB tegemoet met een iets lagere pachtprijs voor een biomassaplantage. Maar daar hield het wel op.”Toch is van Korven niet somber. Ook al investeert het Rijk vooral in grootschalige energieprojecten, een kleine circulaire economie als die van CDEB is in potentie zeer aantrekkelijk, stelt hij. “De zuidelijke Baronie is een regio met veel bos, landschapselementen en tientallen vleeskalverbedrijven. Die bedrijven verstoken nu samen voor € 1 miljoen aan fossiele brandstoffen en verreweg het meeste van het snoeihout gaat ver de regio uit, bijvoorbeeld naar een biomassa-installatie in Purmerend. Dat kan veel slimmer.”Geen goudmijn, wel goedkoperKalverhouder Rudi Antens. - Foto's: Bert JansenRudi Antens is een van de vier Brabantse kalverhouders die biomassacoöperatie CDEB opzette. Hij werkt samen met drie gemeentes, één boomkweker en de lokale agrarische natuurvereniging. “Het hout voor onze biomassakachel kwam altijd van ver en was van wisselende kwaliteit. De transportkosten konden lager en de verbranding kon beter”, vertelt Antens. “En omdat er genoeg goed hout in deze regio zit, wilden we graag zelf iets regelen. De gemeenten hier betaalden tot nu toe altijd voor het snoeien, transporteren en storten van snoeihout. Maar die contracten liepen tot eind 2017. Toen hebben we ons als alternatief gemeld.”In Gilze en Rijen, Alphen Chaam en Baarle-Nassau mogen de kalverhouders straks al het snoeihout gebruiken. De gemeenten betalen het kortere transport en stellen als voorwaarde dat CDEB al het hout moet gebruiken. Antens: “Onze kosten zitten ’m in het huren van opslagruimte bij een loonbedrijf. Daar wordt het hout gestort. Als er vervolgens genoeg volume is, regelen we een hakselaar/chipper die het hout klein maakt. Vervolgens wordt al het vuil eruit gezeefd, waarna het hout drie maanden blijft liggen. Het chippen kost naar verwachting € 300 per uur, het zeven € 200 per uur en de opslag kost € 300 per maand. Maar bij voldoende volume kan dat goed uit. We verwachten meer te besparen (zie kader). Dat weegt zwaarder dan de extra tijd die we erin steken.”Lokaal snoeihout is een aantrekkelijke optie voor kalverhouders met biomassakachels. Het hout blijft bovendien in de eigen regio waardoor de CO2-uitstoot fors lager is.Dat is niet het enige CDEB-initiatief. Er is een tweede overeenkomst met de gemeente Gilze en Rijen. Hierin heeft de gemeente 3,2 hectare gemeentegrond met bestemming industrie beschikbaar gesteld tegen een lagere pachtprijs. “Daar hebben we samen met een boomkweker wilgen geplant die hij uit Zweden haalt. Daar verwachten we jaarlijks 12 ton droge stof vanaf te halen. Daar kan één kalverbedrijf op draaien”, zegt Antens.Landschap beherenIn Overijssel is Coöperatie Biomassalland al sinds 2011 actief. Grofweg in het gebied tussen de IJssel (Zwolle-Deventer) en de Sallandse Heuvelrug. “Dat zijn vooral kleine landschapselementen; houtwallen, houtsingels en knotwilgen”, vertelt bestuurslid en coördinator Gerard Willemsen. “Jaarlijks verzamelen we duizenden kuubs. Dat doen we met vijftien tot twintig mensen. Daar zitten ook boeren als winterse zzp’ers tussen.”‘We beheren het landschap, zien tevreden klanten met rendement en kunnen financieel onze broek ophouden’Het hout – dat voorheen vooral in het bos werd versnipperd – heeft nu andere bestemmingen: zes pluimvee- en varkenshouders, Zwolse en Wijhese woon- en kassencomplexen en zelfs een zwembad. Willemsen: “We beheren het landschap, houden het hout in de regio, zien tevreden klanten met rendement en kunnen financieel onze broek ophouden.”En zonder jaarlijkse subsidie. Al kreeg de coöperatie van de provincie in het begin wel een duw in de rug. “Verharding van de houtopslag, meetapparatuur en afdekmaterialen zijn in 2011 gesubsidieerd”, vertelt Willemsen. “In Overijssel was dat goed geregeld, maar dat is niet overal zo.”Meer winst mogelijk met lokale kringloopErwin Kusters investeerde in 2012 in een biomassakachel. De warmte gebruikt hij voor het water om kalvermelk te maken en voor de vloerverwarming. De investering was – ondanks een beetje subsidie – fors: € 50.000 (kachel, voorraadbunker, opslagplaats). “Tot 2012 verstookte ik jaarlijks voor € 18.000 aan gas voor 700 kalveren”, vertelt Kusters. “Sinds ik biomassa – houtsnippers – gebruik, zit ik op € 8.000 per 1.200 kalveren. Dat scheelt aanzienlijk. Het bijvullen van de houtsnippers kost me een half uur per week. Dat is goed te doen. Vaker bijvullen is ook niet nodig. De kachel heeft 100 kilowatt capaciteit.”Naam: Erwin Kusters (39)
Woonplaats: Baarle-Nassau (Noord-Brabant)
Bedrijf: vleeskalverbedrijf met 1.200 kalveren (2 stallen)De herkomst en kwaliteit van het hout waren in het begin aandachtspunten. Kusters werkte met verschillende leveranciers en die zaten vaak op flinke afstand van zijn bedrijf. Ook was het hout nogal eens van wisselende kwaliteit. Dat is extra vervelend, omdat houtsnippers van slechte kwaliteit vaker tot storingen van de kachel leiden, merkte Kusters, die liever iets meer wilde betalen voor een constante houtkwaliteit. Zo kwam hij uit bij een bosbouwbedrijf in Schalkwijk (Utrecht). “Dat bood goed gechipt stookhout, voornamelijk eikenhout. Het bedrijf ‘bezorgt’ vier keer per jaar 100 kuub. Dat bevalt zeer goed.”Lokale energiecoöperatieToch bleef er één nadeel: de grote afstand en extra transportkosten. Hij besloot daarom met andere kalverhouders een lokale energiecoöperatie op te starten, gericht op biomassa van eigen bodem. En bijna letterlijk. Kusters: “Ik zit hier in een bosrijk gebied met goed hout, veel eiken- en beukenhout. Harde houtsoorten branden ook het langst. Pallethout is bijvoorbeeld minder efficiënt. Bovendien zorgt een lokale energiecoöperatie voor een lokale kringloop.”Maar los van de goede houtkwaliteit en het lokale karakter gaan stookkosten ook verder omlaag doordat de factor transport flink kleiner wordt. “We zitten nog in de opstartfase, maar we hebben al berekend dat de stookkosten in het gunstigste geval uitkomen op € 15 per kuub. In mijn geval betekent dat € 6.000 per jaar. Dat scheelt toch € 2.000.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









