Boeren met nattere veenweiden

Foto: Koos Groenewold
Niet meer water in de sloot; veen beter nat houden met hoger grondwater dát helpt tegen bodemdaling.Je zult maar boer zijn in een veenweidegebied. Dan krijg je om de haverklap van experts, politici en ambtenaren te horen dat het waterpeil in jouw sloten omhoog moet om het veen ‘te vernatten’.De druk neemt toe en de bestuurlijke drukte in en om veenweidegebieden is enorm. Kruiwagens vol onderzoeken, meetrapporten, visies, verkenningen en uitvoeringsprogramma’s zijn er al over geschreven.Iconisch landschap: koeien in veenweiden, volle sloten met eendenkroos. Maar dat landschap is niet onaantastbaar. Waterpeilen steeds weer aanpassen bij bodemdaling is een keer eindig - foto: Koos Groenewold.Boerenprotest in Noord-HollandVeenweideboeren zijn dus wel wat gewend, maar een nota van de provincie Noord-Holland lokte op 3 december vorig jaar een stevig boerenprotest uit met 200 trekkers voor het provinciehuis.Het waterpeil moest omhoog om bodemdaling te stoppen. En als natte teelten renderen, moeten boeren daar maar op overstappen, stond er in het stuk. Politici buitelden later in de verkiezingscampagne over elkaar heen om het te nuanceren. In plaats van over bodemdaling stoppen, praten ze liever over ‘afremmen’. Oud-minister Cees Veerman komt er nu aan te pas om de verhoudingen tussen boeren en provincie vlot te trekken.De geruststelling dat al 20 jaar over hogere waterpeilen gepraat wordt en dat nooit iets gebeurde, gaat niet meer opWaterpeilen zijn een zaak van provincie en waterschap, maar de landelijke politiek voert de urgentie op. D66 en GroenLinks trekken dit voorjaar in de Tweede Kamer samen op met een plan. Dat plan behelst verhoging van waterpeilen, onderzoek, alternatieve verdienmodellen en een ‘veencommissaris’ voor bodemdalingsproblematiek.De geruststelling dat al 20 jaar over hogere waterpeilen gepraat wordt en dat nooit iets gebeurde, gaat niet meer op. Enkele waterschappen in westelijk veenweidegebied passen in nieuwe peilbesluiten (die 10 jaar gelden) waterpeilen niet meer volledig aan bij bodemdaling.“Dat is een teken dat er nu wel iets verandert, dat is een trendbreuk”, zegt Erik Jansen van het Veenweiden Innovatie Centrum (VIC) in Zegveld (U.).Walter Pieterse heeft in Aarlanderveen (Z-H) een veebedrijf met 67 melkkoeien en 33 hectare grasland. Daarvan is 10,5 hectare lage veengrond - foto: Herbert Wiggerman.‘Melkvee heeft hier zeker toekomst’Walter Pieterse en zijn zoon Peter boeren in Aarlanderveen (Z-H) op 33 hectare grasland, waarvan eenderde ‘echt veen’ laag ligt met een ontwatering van 30 centimeter. De andere grond is veen met een laag rivierklei.
“Met veen moet je leren boeren. Het is leren leven met een minder goed grasbestand, maar in de zomer groeit er veel gras en in droge zomers redt het veen je”, zegt Pieterse.
“Als de veengrond nat is, lopen de koeien het zwart. Maar het veen herstelt zich weer en dat is op klei wel anders. Je kunt het ook beter niet over de kop halen voor inzaai. Dan zak je ineens een stuk extra.“
De serrestal van Pieterse is recent met 2 kappen verbreed. De veestapel kan zo geleidelijk groeien naar 75 koeien. Vorig jaar kocht de veehouder 6 hectare grond, waarvan de helft ook laag ligt. Vertrouwen in de toekomst van het bedrijf is er echter wel. Zoon Peter wil straks een volledig inkomen kunnen verdienen, zonder bijbaan.Geen natte teelten
“De boel onder water zetten voor natuur en natte teelten gaat niet op grote schaal gebeuren”, zegt Pieterse. “Dan moeten ze boeren uitkopen en verandert dit gebied van een landschap waar geld uitkomt in een landschap waar veel beheergeld in moet.”
“Bovendien zorgen we nu voor een mooi landschap met melkvee. Dat wordt hier hoog gewaardeerd. De meeste veehouders maken zich dan ook geen grote zorgen.“
Pieterse vindt wel dat waterschap en landbouw aan de bak moeten met onderwaterdrainage. “Daarmee hou je het veen echt nat in de zomer. Ik vind dat we dan ook snel iets moeten doen, want elke centimeter bodemdaling krijg je niet meer terug.”
Het waterschap is welwillend om mee te investeren. Maar de provincie is Pieterse veel te traag. “Die moet de leidende rol nemen en aanleg stimuleren met subsidie. Een investering van € 2.000 per hectare is veel geld.”Een modern melkveebedrijf in een gebied met veel water en veel veldkavels. Dit is een vrijloopstal voor 150 melkkoeien in Stolwijk (Z-H). De stal is gebouwd in 2013 - foto: Herbert Wiggerman.Klimaatdrukte leidt tot versnellingErik Jansen van VIC signaleerde al een trendbreuk in de denkwijze over veen en bodemdaling. Veen is nu eenmaal iets heel anders dan klei of zand. Het is een bodem van plantenresten die in duizenden jaren is ontstaan.Om er te kunnen boeren met koeien en machines moet het water in de sloot een eindje onder het maaiveld staan. Anders zak je erin weg. Vanaf de jaren ‘60 gingen verkavelingen en ‘diepontwatering’ hand in hand.In het westelijk veenweidegebied werden peilen van 40 tot 60 centimeter onder maaiveld gebruikelijk. In de veenweidegebieden in Friesland is de drooglegging doorgevoerd, naar -90 centimeter.Bodemdaling speelt al heel lang, nu is er klimaatdrukte en moet alles ineens in een paar jaar tijd gebeurenHet gevolg is dat het veenpakket inklinkt en dat de droge bovenlaag onder invloed van zuurstofindringing verteert (oxidatie). Samen zorgt dat voor 0,5 tot 1,5 centimeter bodemdaling per jaar.De vertering van het veen is een proces dat uitstoot van het broeikasgas CO2 oplevert. Naar schatting 20 tot 30 ton per hectare per jaar. Alle veengronden samen zijn goed voor een aandeel van 2% in de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Dat is evenveel als de uitstoot van 1,7 miljoen auto’s.Naast bodemdaling heeft veen er met alle aandacht voor broeikasgassen en klimaat dus nog een probleem. “Bodemdaling speelt al heel lang, maar geen bestuurder heeft het aangedurfd om peilaanpassing te stoppen of peilen te verhogen”, zegt veehouder Sjaak Hoogendoorn in Ilpendam (N-H). “Nu is er klimaatdrukte en moet het ineens in een paar jaar tijd gebeuren.”Boeren zijn zich rot geschrokken, het mooie plaatje van koeien in veenweiden is niet meer onaantastbaar“In de Noord-Hollandse staten lag er van linkse partijen een motie om bodemdaling te stoppen en daar moest een antwoord op komen”, gaat Hoogendoorn verder.“De VVD- en CDA-gedeputeerden gingen er ver in mee. Boeren zijn zich rot geschrokken, want het mooie plaatje waar de melkveehouderij met koeien in de veenweiden voor zorgt, is kennelijk niet meer onaantastbaar.”Hoogendoorn is niet alleen veehouder in Waterland. Hij is ook voorzitter van natuurvereniging Water, Land en Dijken. Die vereniging doet onder meer onderzoek naar natte teelten als lisdodde en azolla (eiwitrijk eendenkroos) en naar drukdrainage.Een proef met zogenoemde drukdrains in Driebruggen (Z-H). De kleine watertoren zorgt voor waterdruk in de drains, zodat het water doordringt tot in het perceel. Zo is het veenpakket het jaarrond nat te houden - foto: Herbert Wiggerman.“Ook met andere politieke verhoudingen is ons probleem niet weg”, zegt Hoogendoorn. “Het aanpassen van peilen bij bodemdaling is eindig. We moeten er mee aan de slag. Het gaat er alleen om in welk tempo we dingen doen en dat waterschappen en provincie dat mét de boeren doen.”Passief vernattenNu komt de verandering in het westelijk veenweidegebied niet zozeer in de vorm van hogere waterpeilen, maar geleidelijker via wat men noemt ‘passieve vernatting’. Concreet: het waterpeil niet – of gedeeltelijk – aan te passen bij bodemdaling.Peilbesluiten liggen voor 10 jaar vast. In die periode kan de bodem 5 tot 10 centimeter verder dalen, zodat het water in de sloot geleidelijk evenveel hoger komt.-35 of -30 centimeter is ongeveer de grens waarbij nog net economisch koeien zijn te houden en te weidenOok als -40 centimeter de norm is, hebben boeren in het westelijk veenweidegebied in de praktijk dus soms te maken met -35 of -30 centimeter. Dat is ongeveer de grens waarbij volgens melkveehouders en deskundigen nog net enigszins economisch koeien zijn te houden en te weiden.Totnogtoe werd het waterpeil in een nieuw peilbesluit bij de bodemdaling aangepast. Waterschappen die nog maar 70% aanpassen, vinden dat dat nu kan omdat veehouders de overblijvende gevolgen kunnen opvangen met investeringen in onderwaterdrainage.Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is het eerste waterschap dat dit systeem op grote schaal meefinanciert en in polders uitrolt als oplossing voor boer en waterbeheerder.Ander waterbeheerDrainagebuizen ónder het slootpeil om water in het perceel te krijgen, in plaats van eruit. De techniek van onderwaterdrainage lijkt inmiddels de heilige graal om maatschappelijke én boerenbelangen te dienen.De vele pilots met onderwaterdrainage hebben volgens LTO-bestuurder Aad Straathof bewezen dat het werkt en dat de tijd rijp is om het grootschalig uit te rollen. “Met onderwaterdrainage kun je feilloos regelen dat het veenpakket jaarrond nat blijft. Daarmee kun je bodemdaling en CO2-uitstoot remmen.”In de winter is het grondwater in een perceel hoog, terwijl het in de zomer kan wegzakken tot 80 à 100 centimeter onder maaiveld. Water uit de sloot dringt niet ver genoeg in het perceel om dit aan te vullen. Het droge deel van het veen komt in contact met zuurstof. Daardoor oxideert het veen en komt CO2 vrij.Straathof trekt voor LTO West-Nederland het veenweidedossier. In zijn visie zijn (geleidelijk) hogere peilen alleen draaglijk als de nadelen worden opgevangen met flexibel peilbeheer en onderwaterdrainage.Voor een goede werking van onderwaterdrainage is het nodig om het slootpeil tijdig omhoog te zetten als infiltratie nodig is, maar juist lager in natte perioden en bij veel neerslag. Straathof: “Het betekent voor waterschappen dat ze waterbeheer binnen afgesproken marges aan boeren moeten durven overlaten.”Er zijn polders waar kades verhogen en harder pompen geen soelaas meer biedt, omdat het te duurt wordtHij voegt er wel aan toe dat er polders zijn waar kades verhogen en harder pompen geen soelaas meer biedt, omdat het te duur wordt. “Daar moet de provincie knopen doorhakken over herbestemming van lage percelen, want dan pas is het mogelijk om boeren uit te kopen.”Sterke Friese samenwerkingIn Friesland zorgde de vaststelling van een veenweidevisie en een uitvoeringsplan door provincie en waterschap Fryslan ervoor dat agrarische clubs de handen ineensloegen.Er kwam een collectief van Agrarisch Jongeren Friesland, LTO, NMV, Verenigde agrarische collectieven, biologische boeren, Federatie van Polderbelangen en Het Fries Grondbezit.Als we nog invloed willen, dan moeten we stevig samenwerken en zelf achter het stuur kruipen“Willen we nog invloed, dan moeten we echt stevig samenwerken. Sterker nog: dan doen we het samen met provincie en waterschap en kruipen we zelf achter het stuur”, zegt Bouwe Bakker, die in Friesland het dossier trekt namens het collectief.De beoogde peilverhoging van -90 centimeter naar -60 centimeter in gebieden met een kleidek op het veen is maar een deel van het verhaal. De peilvakken zijn groot en dus wordt het bij peilaanpassing nat op lage percelen.Bij toepassing van onderwaterdrainage met drains om de 4 meter kan het water vanuit de sloot wel tot in het midden van het perceel komen. Zo blijft een groter deel van het veenpakket nat en nemen bodemdaling en CO2-emissie met de helft af, blijkt uit onderzoek van van WUR in Zegveld.Boeren meten WaterDe knelplekken moeten in beeld komen en er is maatwerk voor het waterbeheer nodig, legt Bakker uit. Inmiddels gonst het van de pilots met klankbordgroepen en gebiedsinventarisaties met boeren.Bakker: “Boeren willen best een hoger zomerpeil accepteren. Mits het dan maar zo werkt dat bij flinke neerslag op vrijdag het waterpeil op zaterdagmorgen meteen omlaag gaat.”Sommige percelen kunnen echt te laag liggen en dan is er gewoon schade die vergoed moet wordenIn het project Boeren meten Water gaan boeren in 7 gebieden grondwaterstanden meten en met die gegevens het peilbeheer sturen. Het kan leiden tot een zelflerend systeem en nieuwe vormen van samenwerking tussen boeren en waterschap.“We zijn er samen op uit om schade te voorkomen en flexibel met oplossingen om te gaan. Zoals bijvoorbeeld onderwaterdrainage voor lage percelen”, vertelt Bakker.“Maar sommige percelen kunnen echt te laag liggen en dan is er gewoon schade die vergoed moet worden, of opgelost met vervangende grond. Inzet is dat geen peil omhoog gaat voordat er afspraken liggen over het flankerende beleid.”Verdienen met CO2?Bij de veelbesproken klimaattafels lag een kansrijk plan op tafel om in korte tijd in 80.000 hectare veenpercelen onderwaterdrainage aan te leggen. Achtergrond ervan is de rekensom dat onderwaterdrainage bij jaarkosten van € 300 per hectare een CO2-reductie van 10 ton oplevert, ofwel zo’n € 30 per ton.
Dat is een koopje vergeleken bij wat CO2-besparing in de industrie kost. Door onzekerheid over de bespaarde tonnen CO2 is het plan aangepast: aanleg van 80.000 hectare geldt nu als doel voor 2030.Ook nog onzekerheden
In afwachting van meer zekerheid die moet komen van langjarige metingen van CO2-uitstoot boven veenpercelen met én zonder onderwaterdrainage.Reden voor de onzekerheid is dat metingen op 4 plaatsen in Friesland zouden wijzen op veel hogere CO2-emissies uit veen dan de gemiddelde 20 tot 30 ton per hectare per jaar, die tot nu toe werd aangenomen. Dat geldt ook voor percelen met onderwaterdrainage.
Deze voorlopige resultaten werden op 11 april door onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen gepresenteerd op het veenweidesymposium in Leeuwarden.Eerst 4 jaar meten
Alterra-onderzoeker en veendeskundige Jan van den Akker laat zich er niet door van de wijs brengen. “De gemiddelde uitstoot van 20 ton per hectare is een internationaal bekend gegeven. VN-klimaatpanel IPCC gaat daar ook van uit.“
“Het gaat nog maar over metingen van 1 of 2 jaar. Je moet 4 jaar meten om iets te kunnen zeggen. Om allerlei redenen kun je uitschieters meten. De percelen in Friesland zijn bijvoorbeeld opnieuw ingezaaid na de muizenplaag van 2015.“
Bodemdaling door veenafbraak en CO2-vorming hangen nauw samen, stelt Van den Akker. Als de bodem 1 centimeter daalt, is er een laagje van 1 centimeter veen verteerd. Dat gaat samen met 22 ton CO2-emissie.Verdienmodel is mogelijk
Meerjarige proeven in Zegveld lieten zien dat bij onderwaterdrainage de bodemdaling met de helft afneemt. Zo komt de wetenschapper op een geschatte besparing van rond de 10 ton CO2.
Als dat gegeven ook na langjarige metingen redelijk overeind blijft, is met onderwaterdrainage een verdienmodel te maken, hoopt LTO‘er Straathof.
“In de vorm van CO2-credits kunnen burgers of bedrijven die emissies willen of moeten besparen dat dan ‘afkopen’ met in het veen bespaarde emissie.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









