Nils den Besten, Agrarisch belangenbehartiger - Foto: Roel Dijkstra RundveeAchtergrond

Belangenbehartiger Den Besten: kracht van het collectief

Agrarische belangenbehartiging is mensenwerk. Wat zijn de drijfveren van de bestuurders die zich het vuur uit de sloffen lopen voor hun achterban? Deze keer Nils den Besten, melkveehouder in Brandwijk (Zuid-Holland), en onder meer actief als ledenraadslid van FrieslandCampina.

Voor Nils den Besten is er geen twijfel over mogelijk. Boeren zijn weliswaar individuele ondernemers, maar samenwerking is het fundament van de agrarische sector.

Op zijn website schrijft hij: “Samenwerken zit in ons bloed, al eeuwen. Zo halen we schaalvoordeel en hebben we macht. Niet om groot en machtig te zijn, maar om zelf aan het roer te staan.”

Dat klinkt optimistisch. Tijdens het vraaggesprek laat hij af en toe zijn twijfels blijken. Dan zegt hij dingen als: “Boeren hebben de ontwikkelingen in de sector niet in eigen hand. Als collectief reageren we op de buitenwereld, we acteren vaak reactief. We hebben topondernemers in dit land, maar als collectief hebben we niet meer de macht over het stuur.”

Den Besten denkt na voordat hij praat. Hij wil voorkomen dat zijn woorden verkeerd vallen. Want dat is een risico als je iets in de krant zegt. Waarom hij toch meewerkt aan het interview? Omdat de belangenbehartiging van boeren hem aan het hart gaat. Misschien kan hij wat mensen aan het denken zetten.

Beweeg over de iconen voor meer informatie.

Genetische besmetting

Nils den Besten is melkveehouder in het Zuid-Hollandse Brandwijk. Naast het bedrijf is hij actief in een aantal besturen. Hij is ledenraadslid van de zuivelcoöperatie FrieslandCampina, lid van de Raad van Commissarissen van AB Midden-Nederland en lid van het provinciaal bestuur van LTO Noord in Zuid-Holland. In een eerdere periode zat hij in het dagelijks bestuur van het NAJK en was hij actief in de jongerenraad van Agrifirm en FrieslandCampina.

Kortom, een rasbestuurder. Hij spreekt over genetische besmetting, zijn vader was ook al zo’n bestuurder. “Toen ik een jaar of 18 was, snapte ik daar niks van. Ik zei eens tegen hem: ‘je bent knettergek, richt je toch op je bedrijf. Nu doe ik hetzelfde. Belangen behartigen zit blijkbaar in mijn bloed.”

Besturen kost tijd en energie, maar het heeft hem ook veel gebracht. “Ik kom op veel plekken, in binnen- en buitenland. Wie de sector vertegenwoordigt, moet nadenken over de belangen en visies van andere actoren, over ingewikkelde dilemma’s. Dat is best lastig, maar mijn wereldbeeld is wel enorm verbreed.”

‘Als collectief hebben we niet meer de macht over het stuur’

Succes van collectief

De agrarische sector dankt zijn succes aan de collectieve belangenbehartiging, zegt hij. “Dat was zo en dat blijft zo. Maar onze strategie móet veranderen. Mijn opa was boer in een totaal andere wereld. De wereld verandert zo snel, de landbouw als collectief kan het allemaal niet bijbenen. De ontwikkelingen overkomen ons, we zien het gebeuren, maar we hebben geen macht over het stuur. Dat is mijn grootste frustratie.”

De tijd dat de voorzitter van een landbouworganisatie samen met de minister in een achterkamer tot een vergelijk kwamen, ligt ver achter ons, zegt Den Besten. Hij noemt de fosfaatdiscussie als voorbeeld. “Als georganiseerde veehouderij weten we best wat er moet gebeuren, maar we hebben geen idee hoe we ons eindbeeld moeten realiseren. We belanden in een situatie waarbij allerlei groepen melkveehouders met hun eigen belangen elkaar in de haren vliegen. En dan nemen anderen het stuur in handen.”

Geen pasklare antwoorden

Den Besten heeft geen pasklare antwoorden. De actie van de zogeheten Wakkere Boerinnen die via Facebook veel sympathie kregen in hun poging om de Tweede Kamer te weerhouden van wetgeving om het kalf langer bij de koe te houden, noemt hij een vorm van nieuwe belangenbehartiging. “In deze wereld gaat het meer om de emotie dan om het argument. De boerinnen hebben daar slim gebruik van gemaakt. Landbouworganisaties, maar ook coöperaties zouden deze groepen meer moeten ondersteunen. Van regisseren naar faciliteren. Politiek Den Haag blijkt steeds minder gevoelig voor argumenten, de politiek reageert op de emoties onder het grote publiek. Dus daar moeten we onze strategie op richten.”

De organisatiegraad in de landbouw neemt af. Den Besten noemt dat vervelend en lastig. “Blijkbaar zijn we niet goed in staat om de diversiteit aan belangen te verenigen. Je merkt dat LTO in een poging om leden te werven, gaat uitleggen dat het lidmaatschap in euro’s meer oplevert dan het kost. Ik vind dat niet de juiste weg. Wie op die manier gaat rekenen, haakt af op het moment dat de uitkomst eventjes negatief is. De kracht van het collectief op de lange termijn, laten we dat uitdragen.”

Met laarzen in de stal

Wie als belangenbehartiger optreedt, moet niet te ver voor de troepen uitlopen, zegt Den Besten. De vertegenwoordiger staat met zijn laarzen in de stal en even later praat hij met – in zijn geval – de directie van FrieslandCampina in een congrescentrum in het centrum van Amsterdam. “Het kan zijn dat andere belangenbehartigers het contact met hun achterban verliezen. Ik sta elke dag in de stal, weet drommels goed dat de huidige melkprijs een drama is voor de sector. Als jonge ondernemer met een flinke hypotheek maak ik namelijk zelf mee wat de financiële gevolgen zijn van de prijsdaling. Maar het is natuurlijk wel handig als je als boerenbestuurder de beleidstaal van de mensen aan de andere kant van de tafel begrijpt. Dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd.”

Dertigers en veertigers

Er zijn niet zoveel jonge bestuurders, Den Besten herkent dat. Boeren in de leeftijd tussen 30 en 45 jaar zijn bezig hun bedrijf op te bouwen, hebben vaak jonge kinderen. Hun ouders doen een stapje terug. “Ik zie dat in mijn eigen studieclub, allemaal dertigers en veertigers. Die hebben vaak geen tijd voor bestuurswerk. Als ze de vijftig zijn gepasseerd, hebben ze er meer tijd voor. Gevolg is dat de sector tamelijk veel grijze bestuurders heeft. Dat vind ik wel een probleem.”

Ziet hij een bestuurlijke droomcarrière in het verschiet? Een landelijke rol wellicht? “Daar ben ik niet zo bewust mee bezig. Ik focus mij op mijn huidige werkzaamheden en probeer dat zo goed mogelijk te doen.”