Aardappelruggen ophogen in 1957, kluiten waren een probleem
Een oer-Hollands plaatje, genomen in het voorjaar van 1957. De boer is bezig met schoffelen en ophogen tegelijk. In één werkgang kreeg men zo een onkruidvrije aardappelrug.

Begin jaren ’50 van de vorige eeuw experimenteerden boeren en onderzoekers met de opbouw van aardappelruggen. Kluiten waren een probleem, steeds als de trekker door de geulen ging, werd de losgemaakte ondergrond weer aangedrukt. Werkgangen combineren, zoals op de foto aanaarden en schoffelen tegelijk, scheelde in het vastdrukken van de ondergrond. - Foto: Misset
Aardappels telen op ruggen werd in die tijd nog lang niet overal gedaan. Vlak land met plantgaten of een plantgeul was veelal de norm maar daar zaten enkele nadelen aan. Het kon bij nat weer een hele modderboel worden en allerlei bodem- en andere schimmels sloegen makkelijk hun slag.Tegen die achtergrond bleek de teelt op ruggen gunstig. Veldproeven lieten zien dat de opbrengst op ruggen soms wel 7% hoger lag dan op vlakke grond. Het verschil kon nog toenemen als het pootgoed was ontsmet en voorgekiemd.Maar bij andere veldproeven ging het soms helemaal mis. Dan bleek dat juist in aardappelen op ruggen aardappelziekte was ontstaan. Hoe kon dat?
Aardappelruggen moesten hoog en breed zijn
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









