Varkenshouderij

Achtergrond

Linda Janssen: ik ervaar POV niet als onwerkbare club

Linda Janssen nam het POV-voorzitterschap over van haar voorgangster die er vroegtijdig mee stopte. Janssen: ‘Ik houd van mijn werk en voel me thuis bij de POV.’

Het eerste halfjaar van het POV-voorzitterschap van Linda Janssen zit erop. Bij haar voordracht als kopstuk van de vereniging viel alles op zijn plek, vertelt ze. Ze kan het werk combineren met privé en ze heeft het vertrouwen van de achterban. En omdat het landelijk en dagelijks bestuur volgens haar goed in elkaar steken, durft ze het aan om de Producenten Organisatie Varkenshouderij te leiden.

Uitgezonderd ‘de week van Boxtel’, die begon met de bezetting van het varkensbedrijf van familie Van Sleuwen, geniet ze van haar werk. Janssen: “Ik houd van mijn werk, van mijn leven en ben gelukkig. Ik voel me ook thuis in een sectorale belangenbehartigingsorganisatie, die de POV is.”

Actievoerders van Meat the Victims in Boxtel. - Foto: ANP
Actievoerders van Meat the Victims in Boxtel. - Foto: ANP

Wat maakte Boxtel zo dramatisch?

“Ten eerste de sfeer veroorzaakt door de activisten, zo intimiderend en walgelijk. Toen ik op het bedrijf aankwam, zongen de actievoerders hun protestliederen. Dat ging maar door. Ik dacht: waar ben ik in vredesnaam beland. Ik heb er die nacht niet van geslapen. De achterban heeft die week ook 2 uitersten van zichzelf getoond. Op maandag was iedereen vol lof over de communicatie. Op dinsdag en woensdag ben ik zwaar onder druk gezet door de leden. Zij wilden geld inzamelen om het bedrijf te ruimen. Ook wilden zij dat de actievoerders onder het snelrecht zouden vallen. Veterinair was geen reden om te ruimen en wij hebben ook niet de bevoegdheid om daarover te beslissen. Snelrecht zou heel onverstandig zijn. Het is een nieuwe vorm van actievoeren. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging van de feiten door justitie. Op donderdag ten slotte zien de leden in dat de juiste keuzes zijn gemaakt. De druk van de achterban was enorm. Daar kon ik die week niet tegen.”

En de andere weken? De vorige voorzitters zijn 3 maal binnen een jaar afgetreden. Dat wekt niet de indruk van een goed bestuurbare organisatie.

“Natuurlijk lopen de emoties soms hoog op, maar niet wekelijks. Ik ervaar de POV niet als een onwerkbare club. Als voorzitter heb je te maken met meningsverschillen en druk van leden. Daar heb ik normaal geen moeite mee. Mijn eerste termijn loopt 3 jaar. Om echt iets te kunnen realiseren, is wellicht een tweede, daaropvolgende en volledige termijn van 4 jaar nodig. Dat is de insteek. Maar als de leden het niet meer zien zitten met mij of ik zie het niet meer zitten, dan scheid ik er mee uit.”

Ik geloof niet in een betere margeverdeling, wel in meer geld naar de varkensvleesketen

Wat voor bestuurder wil je zijn?

“Ik wil een voorzitter zijn voor alle varkenshouders. Ik zal het anders doen dan Ingrid Jansen. Zij was politiek sterk. Ik wil juist dichter bij de leden staan en verbinden. Ik wil er zijn voor zowel de voorlopers, de middengroep als de stoppers. Op de laatste groep zal de focus even minder liggen. Door de stoppersregeling en de warme sanering zal een flink deel van hen het bedrijf beëindigen. Ik wil allereerst de grote middengroep bereiken om ze te motiveren als een front op te trekken en gezamenlijk de noodzakelijke klussen te klaren om de varkenshouderij te versterken. Deze groep bepaalt in grote mate de publieke opinie. En juist deze boeren doen nog niets om het draagvlak voor de sector te verbeteren.”

Linda Janssen, voorzitter van de Producenten Organisatie Varkenshouderij. - Foto: Herbert Wiggerman
Linda Janssen, voorzitter van de Producenten Organisatie Varkenshouderij. - Foto: Herbert Wiggerman

Staat de hoge varkensprijs de saneringsregeling niet in de weg?

“Dat weet ik niet. We krijgen in ieder geval veel vragen van leden over deze regeling. Er is dus belangstelling. Of varkenshouders echt gaan deelnemen, daar heb ik geen invloed op. De stoppersfaciliteiten zijn er. Ik zie ook in dat een hoge rechtenprijs varkenshouders eerder beweegt te stoppen. Maar ontschotten om de rechtenhandel te stimuleren gaat niet gebeuren. Daar is het landelijk bestuur tegen. Dat heeft het laatste woord, niet ik.”

Het vitaliseringsplan is 3 jaar oud. Dit staat vol ambities waarvan nog niets is waargemaakt. Accepteren de leden dat nog?

“5 leden hebben opgezegd omdat zij vonden dat de POV niks doet. Wij hebben ze allen bezocht en kunnen overtuigen dat we wel veel doen voor de varkenshouderij. Ze hebben hun besluit herzien en blijven lid. Het is waar dat het streven van mestafzet voor € 10 per ton in 2020 niet wordt gehaald en het jaar daarna net zo min en misschien in 2025 nog niet. Dat is niet alleen te wijten aan de complexe vergunningverlening bij mestverwerking. Ik ben van mening dat varkenshouders mest moeten bundelen en collectief moeten aanbieden aan verwerkers. Zij gaan zo deel uitmaken van een mestketen en hebben daarin ook een stem. Maar zelf mest verwaarden zie ik niet zitten. Dat is een vak apart. Wij steunen daarom initiatieven zoals Twence en Greenferm. Ik ben niet bang voor een herhaling van scenario’s van 30 jaar geleden met mestfabrieken die droogstaan en boerenbestuurders die als gevolg van de falende mestverwerking het veld moeten ruimen. De tijd is er nu rijp voor. Ik verwacht trouwens ook van LNV dat zij een bijdrage levert om mestverwerking van de grond te krijgen. Bijvoorbeeld bij de vergunningverlening. Het ministerie heeft het actieplan Vitale varkenshouderij immers mede-ondertekend.”

“Boer aan het roer’ is achterhaald’

De Producenten Organisatie Varkenshouderij telt 2.380 leden. Met de andere kentenpartners opgaan in een brancheorganisatie wijst Janssen op voorhand niet af. Ze wil dat alleen als dat ook voordelen heeft voor de varkenshouderij. Ze kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat een brancheorganisatie gunstig is bij ontwikkelen van marktconcepten. Er lopen gesprekken met ketenpartners hierover. Met 1 ding is de voorzitter wel klaar. Janssen: “De kreet ‘boer aan het roer’ is achterhaald. Dat kun je niet blijven roeptoeteren. Die kreet hoorde bij de vorming van de POV. We zitten nu in een volgende fase.”

Wat zijn de successen?

“Onderdeel van het akkoord over het diergezondheidsfonds is dat LNV de provincies oproept wilde zwijnen te jagen in de nulstand-gebieden. We zitten daarover nu met het landbouwministerie en de provincies om tafel. Er wordt nu wel degelijk gejaagd. Dit onderhandelingstraject zie ik als een blauwdruk voor toekomstige trajecten. Denk aan gesprekken over emissies, waarbij provincies ook een grote rol spelen. Het ministerie kan daarin ook het verschil maken.”

Maar dan komen jullie met het varken als ultieme kringloopdieren, terwijl nog een hele trits urgente klussen wacht op een afronding. Is dat logisch?

“Ja, wij willen de varkenshouderij op een aantal sterke punten beter framen. Een daarvan is het verwerken van reststromen. Dan kan nog veel meer. Bijvoorbeeld door het afnemen van voedselresten van restaurants en supermarkten. Dat is volgens mij te regelen, zonder veterinaire risico’s. Met dierenwelzijn kunnen we ook wat. De varkenshouderij heeft al veel gedaan om het welzijn te verbeten. Die voorbeelden moeten we uitdragen.

Een beter verdienmodel is inderdaad een speerpunt dat nog niet is geregeld. Ik geloof niet in een betere margeverdeling. Slachterijen verdienen ook geen kapitalen. Ik geloof wel in meer geld naar de varkensvleesketen. Dat geld moet komen van de afnemers, supermarkten en buitenlandse klanten. In Nederland zijn sterke ketens. Voor de export is het noodzakelijk dat er een kwaliteitslabel komt, Holland Varken. Dat beamen alle vleesexporteurs. Beter Leven is echter toe aan een update. Daarbij zijn de varkenshouders ook aan zet. Ik ga de markt niet regelen, maar wil collectieven van varkenshouders wel faciliteren. Beter Leven wordt nu links en rechts ingehaald door diverse concepten. Het zou voor de boeren en slachterijen triest zijn als dit trendsettende concept het niet redt.”

Als we aantonen dat luchtwassers wél het beloofde rendement leveren, vind ik dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de reductienormen weer moet terugbrengen naar de oude percentages

Sectorontwikkeling is vrijwel onmogelijk met nieuwe emissienormen voor luchtwassers en het einde van het PAS. Wat nu?

“Bedrijfsontwikkeling is een urgent thema. Wat betreft emissies hebben luchtwasserfabrikanten én varkenshouders nog wat te doen. Idealiter meten we per bedrijf continu de emissies. Zover is de techniek nog niet. Maar als we aantonen dat luchtwassers wél het beloofde rendement leveren, vind ik dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de reductienormen weer moet terugbrengen naar de oude percentages. Dan zijn er nog knelgevallen. Prima. Vertel mij om welke bedrijven het gaat. Dan kijken we samen of daarvoor een oplossing te vinden is.”

Of registreer je om te kunnen reageren.