Varkenshouderij

Achtergrond

Zo doen zij dat: voerproducten controleren

Lees hoe 3 varkenshouders de ingangscontrole en kwaliteitsborging regelen van bijproducten en losse grondstoffen.

Varkenshouders Hermans, Pluk en Vernooij nemen standaard drogestofmonsters van inkomende bijproducten. Ze willen weten waar ze voor betalen en voorkomen dat er afwijkingen in het rantsoen ontstaan. Indien er iets niet klopt, nemen de varkenshouders contact op met hun voerleverancier.

Hermans en Pluk werken met open voerbunkers en -silo‘s, zodat ze de kwaliteit van de bijproducten tijdens de opslagperiode kunnen checken. Indien nodig worden de bijproducten aangezuurd. Nieuwe vrachten worden bij Hermans, Pluk en Vernooij in leeg gevoerde bunkers en silo’s gestort om kwaliteitsverlies te voorkomen.

Stabiele rantsoenen en gangbare producten als basis

Niet iedere varkenshouder controleert het drogestofgehalte in het voer, zo laat Henk van der Steijn van Vleuten-Steijn Voeders (onderdeel van ForFarmers) weten. “Voerleveranciers en varkenshouders handelen vooral op basis van vertrouwen”, zo stelt hij.

Zelf gelooft Van der Steijn heilig in een evenwichtig management met stabiele rantsoenen en gangbare producten als basis voor succesvolle resultaten. “Een zeug maak je niks wijs. Daarbij is het van groot belang om te checken of het aantal gevoerde kilo’s klopt”, aldus Van der Steijn.

Wim Pluk heeft in Boekel (N.-Br.) een varkensbedrijf met 1.600 zeugen en 9.000 vleesvarkens. Er zijn 6 voersilo's voor bijproducten. Op een tweede locatie houdt Pluk nog eens 6.000 vleesvarkens. - Foto: Van Assendelft Fotografie.
Wim Pluk heeft in Boekel (N.-Br.) een varkensbedrijf met 1.600 zeugen en 9.000 vleesvarkens. Er zijn 6 voersilo's voor bijproducten. Op een tweede locatie houdt Pluk nog eens 6.000 vleesvarkens. - Foto: Van Assendelft Fotografie.

Wim Pluk: bulkauto’s gaan voor en na het lossen de weegbrug op

Vrachten voer worden bij Wim Pluk standaard gewogen. Van iedere levering laat hij een drogestofmonster nemen. “Je wilt zaken uitsluiten. Voer ik ook daadwerkelijk datgene wat ik denk dat ik voer? Daar wil ik niet onzeker over zijn.”

Als het gaat over ingangscontrole en kwaliteitsborging van voercomponenten heeft Pluk een aantal zaken in protocollen vastgelegd. Zo gaan alle bulkauto’s voor en na het lossen de weegbrug op. Pluk investeerde € 25.000 in de aanleg van de weegbrug.

De varkenshouder is een paar honderd euro per jaar kwijt aan het onderhoudscontract. Voor die prijs wordt de weegbrug grondig gereinigd en geijkt. “De weegbrug gaat zeker 25 jaar mee”, aldus Pluk.

Van iedere vracht laat de varkenshouder een monster nemen om het drogestofgehalte te controleren. Bij eventuele afwijkingen laat hij een van zijn medewerkers contact opnemen met de voerleverancier. “Dat deel heb ik uitbesteed aan een van mijn medewerkers. Dat is het voordeel van een bedrijf met deze omvang. Voor mij is het wel een must om dit soort dingen goed voor elkaar te hebben”, aldus Pluk, die zelden grote verschillen opmerkt.

Controle uitbreiden met laboratoriumtesten

Van het wegen en het nemen van monsters gaat volgens de varkenshouder een waarschuwende functie uit. Chauffeurs worden vooraf door de leverancier ingelicht.

De varkenshouder wil de controle van zijn voercomponenten in de toekomst graag uitbreiden met laboratoriumtesten. “Ik ben benieuwd naar het precieze zetmeelgehalte in tarwezetmeel en de verhouding tussen verschillende voerbestanddelen.”

Pluk werkt met brijvoer. Hij voert zijn dieren onder meer stoomschillen, voorgebakken friet, ProtiBest en tarwezetmeel. Het rantsoen wordt aangevuld met losse grondstoffen en mengvoer. Het mengvoeraandeel is 15 tot 20% van het totaal.

Ik zoek nog een hectolitermeter om het hectolitergewicht van granen te bepalen, ik betaal niet extra voor vocht

Pluk heeft grote, open voersilo‘s. “Daar heb ik bewust voor gekozen om de productkwaliteit te kunnen checken.” Toen sommige bijproducten in december en januari moeilijk of niet verkrijgbaar waren, vulde Pluk het rantsoen aan met granen.

Sinds kort maalt en schoont de varkenshouder zelf zijn losse grondstoffen. Dat bespaart kosten en biedt logistieke voordelen. Hij investeerde € 50.000 in onder meer een hamermolen en zeef- en vijzeltechniek.

Pluk is nog op zoek naar een hectolitermeter om het hectolitergewicht (kg/hl) van de granen te bepalen. “Daarmee kan ik de inkomende producten nog beter controleren. Ik wil niet extra betalen voor vocht.”

Paul Hermans heeft in Bladel (N.-Br.) een varkensbedrijf met 4.000 vleesvarkens en 30 hectare land. Er zijn 8 voerbunkers en er zijn 4 voersoorten. - Foto: Bert Jansen.
Paul Hermans heeft in Bladel (N.-Br.) een varkensbedrijf met 4.000 vleesvarkens en 30 hectare land. Er zijn 8 voerbunkers en er zijn 4 voersoorten. - Foto: Bert Jansen.

Paul Hermans: ik neem van iedere vracht een drogestofmonster

Vleesvarkenshouder Paul Hermans let scherp op het drogestofgehalte van de bij hem geleverde bijproducten. Van iedere vracht neemt hij een monster. Hermans produceert voor het Beter Leven-concept.

Hij voert vier verschillende voersoorten. Het gaat om startvoer, tussenvoer en twee aparte mengsels voor gelten en beren. In het berenrantsoen is 2,5% wijnbier opgenomen. Dat komt de rust in de hokken ten goede.

Hermans voert zijn dieren brijvoer. Van iedere vracht neemt de vleesvarkenshouder een drogestofmonster. Hij wil weten waar hij voor betaalt. Tegelijkertijd checkt hij of het drogestofgehalte kloppend is voor het rantsoen.

Bij noemenswaardige afwijkingen neemt hij contact op met de leverancier. Dat komt een paar keer per jaar voor. “Het is een van de weinige dingen die je kunt doen als ingangscontrole. Je kan simpelweg niet iedere vracht grondig laten analyseren. Je werkt deels op vertrouwen”, aldus Hermans.

Steeds meer collega’s verrichten metingen

Bij zijn leveranciers is bekend dat hij aan deze vorm van ingangscontrole doet. Soms gebeurt het dan ook dat Hermans vooraf al door een leverancier wordt gebeld over een afwijking in een levering bijproducten. “Ze weten dat ik anders toch wel contact met hen opneem”, aldus Hermans.

De vleesvarkenshouder merkt in zijn omgeving dat steeds meer varkenshouders drogestofmetingen doen. Het product wei levert soms discussie op, merkt Hermans op. “Het drogestofgehalte van wei daalt naarmate de tijd vordert. Dat is producteigen. Daarom neem ik er direct een monster van.”

Het rantsoen van Hermans’ vleesvarkens bestaat naast wijnbier en wei uit stoomschillen, broodmelange, hedimol (een restproduct uit de mosterdfabriek), protiwanze, soyfeed, tarwezetmeel en friet. Het aandeel van bijproducten in het rantsoen is 65 %, aangevuld met de losse grondstoffen soja, tarwegist en ccm en mengvoer.

Ik heb al flink geïnvesteerd, maar ik zou in de toekomst graag nog een weegbrug aanschaffen

Hermans liet bij de stalbouw 8 grote voerbunkers meestorten. De bunkers hebben een open karakter. Een bewuste keuze, aldus de varkenshouder. “Ik kijk altijd even hoe het product eruit ziet. Daar gaat een extra controlefunctie vanuit.” Hermans let er onder meer op of producten gaan gisten. Soms is het nodig om producten aan te zuren. “In een dichte silo zie je dat niet.”

In de toekomst wil Hermans nog graag een weegbrug aanschaffen. “Ik heb de afgelopen jaren al behoorlijk geïnvesteerd. Maar daar valt zeker nog wat mee te winnen. Het is een extra controlefunctie op je bedrijf.”

Theo Vernooij heeft in Nijkerk (Gld.) een zeugenbedrijf met 800 zeugen en 5.000 biggenplaatsen. Hij noteert 32,5 gespeende biggen per zeug per jaar. Vernooij heeft ook een locatie in Beusichem (Gld.) met 8.000 vleesvarkens. - Foto: Koos Groenewold.
Theo Vernooij heeft in Nijkerk (Gld.) een zeugenbedrijf met 800 zeugen en 5.000 biggenplaatsen. Hij noteert 32,5 gespeende biggen per zeug per jaar. Vernooij heeft ook een locatie in Beusichem (Gld.) met 8.000 vleesvarkens. - Foto: Koos Groenewold.

Theo Vernooij: kijken, ruiken, proeven, drogestofgehalte meten

Kijken, ruiken, proeven en het drogestofgehalte meten; varkenshouder Theo Vernooij let kritisch op de kwaliteit van inkomende bijproducten. Hij kan zich voorstellen dat de ingangscontrole en kwaliteitsborging van bijproducten en losse grondstoffen op sommige bedrijven een ondergeschoven kindje is.

“Als varkenshouder ben je vooral druk met het verzorgen van je dieren”, zo zegt hij. Toch is het volgens hem van groot belang om kritisch te kijken naar de te voeren producten. Het kan altijd een keer voorkomen dat er een vracht wei, stoomschillen of biergist van mindere kwaliteit wordt geleverd. Varkens kunnen daar gevoelig voor zijn.

“Zodra je in de stal merkt dat het fout zit dan is het eigenlijk al te laat en moet je reageren. Het is ook lastig om dan nog eens bij een leverancier aan te kloppen. Je moet simpelweg goed opletten om boer te blijven”, zo stelt hij.

Kritisch kijken naar drogestofgehalte

De factor vertrouwen speelt volgens Vernooij een grote rol in de relatie tussen voerleverancier en boer. Dat neemt niet weg dat je als boer kritisch naar bijvoorbeeld het drogestofgehalte kunt kijken, aldus Vernooij, die een achtergrond heeft als voeradviseur.

“Ik kijk, ruik en proef om een indruk te krijgen van de kwaliteit. Ook neem ik van iedere levering een drogestofmonster. Meten is weten. Als het drogestofgehalte niet klopt, neem ik contact op met mijn voerleverancier.”

Af en toe laat Vernooij extra monsters nemen om de voerproducten te laten onderzoeken op de aanwezigheid van gisten en schimmels. Daar gaat een extra controlefunctie vanuit. Al beseft Vernooij ook dat hij onmogelijk iedere vracht grondig kan laten onderzoeken.

Door regelmatig voerinstellingen te checken en voer voldoende aan te zuren, waarborg ik de kwaliteit

Vernooij voert zijn zeugen en biggen in Nijkerk brijvoer. Hij werkt met de bijproducten da-meel, hamino spezial en protiwanze en vult dit aan met de losse grondstoffen soja en gerst.

De afgelopen maanden merkte Vernooij dat de markt voor bijproducten moeizaam was. “Goede producten waren schaars”, aldus de varkenshouder, die ervoor waakt om avontuurlijk in te kopen. “Ik kies voor veilige producten. Door regelmatig mijn voerinstellingen te checken en het voer voldoende aan te zuren, waarborg ik de kwaliteit”, aldus Vernooij.

De vleesvarkens in Beusichem krijgen mengvoer, aangevuld met losse grondstoffen ccm, tarwe, gerst en soja. De grondstoffen worden gemalen geleverd. “Ik ga er vanuit dat dit goed gebeurt. Dat is moeilijk te controleren”, besluit Vernooij.

Of registreer je om te kunnen reageren.