Varkenshouderij

Achtergrond

Zo bestrijd je doelgericht vliegen

Vliegen kunnen een plaag zijn. Enkel vliegen bestrijden is dweilen met de kraan open. Maden aanpakken en een goede hygiëne voorkomen overlast.

Uitslag Boerderij-onderzoek: liefst chemische bestrijding
Deze varkenshouder bestrijdt vliegen in 1 uur per 6 weken

Vliegen zijn een bron van overlast voor varkens en mensen in de stal. Daarnaast kunnen ze ziektes verspreiden. Niet alleen binnen de stal maar ook van buiten naar binnen, bijvoorbeeld via andere dieren of mogelijk ook van bedrijf naar bedrijf. De overlast wordt vooral in de zomer ervaren. De bestrijding van vliegen begint al in het najaar, leggen specialisten in dit artikel uit.

Volgens Theo Geudeke, dierenarts en specialist varkensgezondheid bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), kunnen vliegen een afstand tot 20 kilometer overbruggen met een maximum van 10 kilometer per dag.

Vliegen brengen ziekteverwekkers over

“Ze brengen met name darmgerelateerde ziekteverwekkers over omdat ze veel op mest zitten. Daarvan nemen ze kleine hoeveelheden mee aan hun poten en zo verspreiden ze ziektekiemen. Daarbij moet je denken aan Brachyspira, salmonella, Coli, Clostridium, Rota-virussen, PED-virus, coccidiën, PIA en wormeieren.

Daarnaast is bekend dat vliegen ook vlekziekte, Staphylococcen en leptospiren en Mycobacteriën kunnen overbrengen”, vertelt de dierenarts. Dat maakt bestrijding en preventie van vliegenoverlast belangrijk voor de diergezondheid.
Lees verder onder de foto‘s

Vliegen zitten vaak op mest, daarom kunnen ze vooral darmgerelateerde ziekteverwekkers overbrengen. - Foto: Theo Tangelder
Vliegen zitten vaak op mest, daarom kunnen ze vooral darmgerelateerde ziekteverwekkers overbrengen. - Foto: Theo Tangelder

PED verspreiden

Geudeke kan niet zeggen hoe groot de kans is dat varkens werkelijk ziek worden van ziekteverwekkers die met vliegen worden verspreid.

“Dat hangt af van de infectiedruk op het bedrijf en het ziekmakend vermogen van de ziekteverwekker. Voor een PED-besmetting is maar weinig mest nodig. Er kunnen 100 miljoen virusdeeltjes in een gram mest zitten, terwijl er maar een paar honderd nodig zijn om een dier ziek te maken”, weet hij.

Dat geeft het belang aan van een goede bestrijding en preventie om vliegenoverlast te voorkomen.

Naast overlast en risico van overbrengen van ziektes ziet Geudeke nog op een andere manier overlast van vliegen. In een klein deel van de mestmonsters die in het laboratorium van GD onderzocht worden, zitten maden van vliegen. Die zitten erin omdat het varken voer heeft opgenomen met eitjes.

Of de varkens schadelijke effecten van deze maden ondervinden, is niet onderzocht. “Maar het zegt wel iets over de voerhygiëne”, zegt Geudeke beslist.

Biologische bestrijding met natuurlijke vijanden

“De meest voorkomende vliegen in varkensstallen zijn de stalvlieg, de kamervlieg en de fruitvlieg”, weet Joan Rooijakkers, algemeen directeur van plaagdierbestrijdingsbedrijf Agro Pest Control. Hij heeft ruim 20 jaar ervaring als ongediertebestrijder op agrarische bedrijven met als specialisme biologische bestrijding. De eitjes van de vliegen zitten in de mest en ontwikkelen zich zodra de temperatuur oploopt. Vanuit de eitjes ontstaan de larven of maden. Deze verpoppen na een dag of 10, waarna de volwassen vliegen uit de poppen komen.

De biologische bestrijding bestaat uit de inzet van:

  • roofvliegen
  • sluipwespen
  • roofmijten

Deze insecten zelf veroorzaken geen overlast omdat ze in het donker onder de roosters leven. Alle 3 bestrijden ze vliegen in een ander stadium. Roofmijten eten de eitjes in de mest op, sluipwespen parasiteren op de poppen en de larven van de roofvlieg eten de larven van de vliegen op.

Roofvliegen kruipen uit de koker. Ze leven onder de roosters en veroorzaken zelf geen overlast. De maden eten maden van stalvliegen. - Foto: Bert Jansen
Roofvliegen kruipen uit de koker. Ze leven onder de roosters en veroorzaken zelf geen overlast. De maden eten maden van stalvliegen. - Foto: Bert Jansen

Vroeg beginnen met bestrijding

Bij de chemische bestrijding zetten bedrijven veelal madendood in, al dan niet in combinatie met gif in de stal om de aanwezige vliegen te doden. Vanwege het feit dat de eitjes in de mest liggen te ‘wachten op beter weer’, is het zaak om tijdig met de bestrijding te beginnen.

“Dat geldt zeker bij de biologische bestrijding. Als je begint na te denken over bestrijding op het moment dat er een vliegenplaag is, hebben alleen chemische middelen direct effect”, zegt Rooijakkers.

‘De inzet van roofvliegen kost vrijwel geen arbeid en er is geen opbouw van resistentie tegen middelen’

Als het nodig is, zet Rooijakkers chemische middelen in maar zijn voorkeur gaat uit naar biologische bestrijding. “De inzet van roofvliegen kost vrijwel geen arbeid en er is geen sprake van opbouw van resistentie tegen middelen”, legt hij uit.

Collega-ongediertebestrijder Freek van Essen, directeur van Freek van Essen stalhygiëne, beaamt de voordelen van de biologische vliegenbestrijding maar ziet nog wel eens wisselende resultaten in de praktijk. Daarom kiest hij vaker voor een aanpak met chemische middelen.

Overleg over tijdstip toepassen madendood

Ook dan is het belangrijk om voor er overlast is te beginnen met de bestrijding. “Door vroeg te beginnen, blijft de vliegendruk beperkt”, is zijn ervaring. Het precieze tijdstip van toepassing van madendood overlegt van Essen met de varkenshouder. Meestal is dat eind maart of begin april. Het heeft geen zin madendood te gebruiken als de mestkelder volgende week wordt leeggereden.

Om resistentie tegen gif te voorkomen wisselt van Essen regelmatig van middel. Daarbij geeft hij de voorkeur aan zogenaamde smeermiddelen, een tot papje opgeloste korrels, die hij op plekken smeert waar vliegen graag zitten, bijvoorbeeld in het raamkozijn. Het is van belang dat de varkens er niet bij kunnen.

‘Op sommige bedrijven boek ik goede resultaten met speciale vliegenstrips voor in stallen en vliegenlampen’

Broedplaatsen van vliegen voorkomen

Naast de inzet van middelen adviseert van Essen over preventieve maatregelen om vliegen te voorkomen. Daarbij valt te denken aan het opruimen van droge mest en ophoping in de kelders voorkomen.

Ook de algehele hygiëne speelt een grote rol. Vliegen eten hetzelfde als mensen en varkens maar kunnen enkel vloeibaar voedsel eten. Daarom zitten ze vaak op melk en natte voerresten. “En ik boek op sommige bedrijven goede resultaten met speciale vliegenstrips voor in stallen en vliegenlampen”, voegt hij daaraan toe.

Rooijakkers is het volledig met van Essen eens dat de algemene hygiëne belangrijk is. Volgens hem staat of valt het succes van de biologische bestrijding met een goed plan van aanpak. Hygiëne heeft daarin de hoogste prioriteit. “Anders is het dweilen met de kraan open”, zegt hij beslist.

Vleesvarkens krijgen luzerne. De dagelijkse portie op de dichte vloer beperkt hokbevuiling. Een goede hygiëne vermindert overlast door vliegen. - Foto: Henk Riswick
Vleesvarkens krijgen luzerne. De dagelijkse portie op de dichte vloer beperkt hokbevuiling. Een goede hygiëne vermindert overlast door vliegen. - Foto: Henk Riswick

Balans creëren tussen vliegen en natuurlijke vijanden

In overleg met de ondernemer maakt Rooijakkers in oktober of november een plan van aanpak voor de biologische vliegenbestrijding. In zijn ogen is het een kwestie van de natuurlijke situatie in de stal herstellen door een goede balans te creëren tussen vliegen en natuurlijke vijanden. Dat vraagt om een totaalaanpak. Een goede bedrijfshygiëne beperkt de vliegenpopulatie en het af en toe uitzetten van natuurlijke vijanden zorgt voor het natuurlijk evenwicht.

Aanpak verschilt per bedrijf

De aanpak om dit evenwicht te herstellen, verschilt van bedrijf tot bedrijf. Het tarief verschilt van bedrijf tot bedrijf. Ook van Essen kan geen indicatie van de kosten geven. Dat hangt van de situatie af.

Hoewel ze niet aan kunnen geven wat het financiële voordeel is, zijn beiden er van overtuigd dat het altijd rendabel is om te investeren in de bestrijding van vliegenoverlast.

Rooijakkers vindt dat je als voedselproducent ernaar moet streven geen gif te gebruiken. Van Essen gaat niet zo ver, maar wijst op de naleving van de wettelijke voorschriften. “We willen geen 2e fipronil-affaire”, besluit hij.

➤ Uitslag Boerderij-onderzoek: liefst chemische bestrijding

Varkenshouders die chemische middelen inzetten zijn het meest tevreden over het resultaat van de bestrijding. Dat geldt ook voor varkenshouders die extra voer en mest opruimen.

Dat blijkt uit de resultaten van een enquête op Boerderij.nl over vliegenoverlast. 121 varkenshouders vulden de vragenlijst in. Ruim 85% van de deelnemers bestrijdt actief vliegen, een klein deel hiervan laat dit door derden uitvoeren.

Bijna 60% van de deze groep past chemische bestrijding toe. 5% van deze groep is niet tevreden over het resultaat. Het gros is redelijk tot goed tevreden. Een kwart gebruikt biologische bestrijdingsmethoden. Hiervan is bijna een vijfde ontevreden over het effect. De rest van de deelnemers past beide methodes toe. Ook van deze groep geeft een vijfde aan niet tevreden te zijn met het resultaat.

Deelnemers aan de enquête geven chemische bestrijding de hoogste waardering.

Aanvullende maatregelen

In de enquête vroegen we ook naar aanvullende maatregelen. De helft van de deelnemers besteedt extra aandacht aan het opruimen van voer- en mestresten, een derde deel neemt geen extra maatregelen en de rest neemt andere maatregelen, waarvan meer dan de helft madendood inzet.

Van de groep varkenshouders die mest- en voerresten opruimt, is ruim 95% redelijk tot goed tevreden over de vliegenbestrijding. Bij de andere 2 categorieën ligt dat op 80%.

Voer en mest opruimen geeft een beter resultaat, blijkt uit de tevredenheidsscore.

➤ Deze varkenshouder bestrijdt vliegen in 1 uur per 6 weken

Varkenshouder Jarno Brummelhuis schakelde begin dit jaar over op biologische vliegenbestrijding.

Eens per 6 weken ontvangt de varkenshouder in het Overijsselse Hoge Hexel een doos kokers met roofvliegen. Die moet hij binnen 24 uur in de stal hangen omdat de vliegen dan uitkomen. Dat kost hem een uur per keer.

De varkenshouder wisselde de madendood in voor roofvliegen nadat hij een nieuwe stal in gebruik nam. In de nieuwe kraam-opfokstal duren de rondjes tussen 10 en 11 weken. Die periode bleek te lang om vliegenoverlast met madendood te voorkomen.

“We hebben jarenlang naar tevredenheid met madendood gewerkt. Maar het is maximaal 8 weken werkzaam. Tegen het einde van de opfokperiode kregen we daardoor te veel last van vliegen”, vertelt Brummelhuis.

Roofvliegen eten larven huisvliegen op

Daarom zocht hij naar een andere oplossing. Die vond hij in de biologische bestrijding van Agro Pest Control. De larven van de roofvliegen eten de larven van de huisvliegen op, waardoor er geen vliegen meer in de stal komen. De roofvliegen leven onder de roosters en geven daardoor geen overlast. Ook zijn ze ongevoelig voor reinigings- en ontsmettingsmiddelen.

Jarno Brummelhuis - Foto: Ronald Hissink
Jarno Brummelhuis - Foto: Ronald Hissink

De varkenshouder is niet bang dat de roofvliegen verdwijnen zodra hij de mest uit de kelders haalt. De roofvliegen zitten op de mest en er blijft altijd mest achter.

Dat heeft hij ervaren in de oude stal waar roofvliegen zaten, overigens zonder dat hij ze had uitgezet. Wel kwamen de roofvliegen en de larven een enkele keer uit de put tijdens het schoonspuiten. Maar zodra de klus geklaard was, keerden ze snel weer terug onder de roosters.

Nog niet helemaal vliegenvrij, toch tevreden

Hoewel hij nog niet helemaal vliegenvrij is, is Brummelhuis tevreden met deze manier van vliegen bestrijden. “Het duurt even voordat er een goede balans is tussen roofvliegen en stalvliegen. Het uitzetten van roofvliegen kost minder tijd dan het gebruik van madendood en omdat ze meteen moeten worden uitgezet, zit er vanzelf meer structuur in de bestrijding”, ervaart hij.

Gedurende de overgangsperiode, tot er evenwicht is tussen stalvliegen en roofvliegen, gebruikt de varkenshouder vliegengif in de centrale gang. Dat smeert hij op de muur rond de deuren van de afdelingen.

Of registreer je om te kunnen reageren.