Varkenshouderij

Achtergrond laatste update:25 jun 2018

Deense fokker legt zich toe op Yorkshires

Subfokbedrijf Trøllundgaard gaat, naast F1-zeugen, zuiverelijnsdieren produceren.

In de zeugenstal van René Hansen heeft het gros van de dieren inmiddels opstaande oren. Hansen is mede-eigenaar het Deense subfokbedrijf Trøllundgaard. Het bedrijf gaat volledig over op Yorkshire-zeugen. De opbrengstprijs hangt af van de diergezondheid en fokwaarde. Eind dit jaar zijn de laatste Landras-zeugen de stal uit.

René Hansen (34), mede-eigenaar van fokbedrijf Trøllundgaard. Bij het bedrijf hoort 560 hectare grond voor de teelt van voer. In totaal zijn negen mensen werkzaam bij het bedrijf, dit is inclusief de bedrijfsleiding. Op het zeugenbedrijf werken drie mensen.
René Hansen (34), mede-eigenaar van fokbedrijf Trøllundgaard. Bij het bedrijf hoort 560 hectare grond voor de teelt van voer. In totaal zijn negen mensen werkzaam bij het bedrijf, dit is inclusief de bedrijfsleiding. Op het zeugenbedrijf werken drie mensen.

Na de reorganisatie bij contractgever Danbred is een aantal subfokkers opgestapt. Hun vertrek biedt Trøllundgaard de mogelijkheid naast F1-zeugen ook zuiverelijns Yorkshire-zeugen en -beren te gaan produceren. Het is even afwachten hoe groot de vraag wordt. Daarom start Hansen voorzichtig. Het bedrijf gaat voorlopig niet meer dan 20% van de zeugen insemineren met een Yorkshire-fokbeer. De rest wordt geïnsemineerd met een Landras-beer. Met de kruising Landras x York hebben de Denen een stevige plaats veroverd op de internationale zeugenmarkt, ook in Nederland.

Het stalbeeld wordt niet mooier door deze keuze. De Yorkshire-dieren met hun stikoren zijn meer gedrongen dan de Landras-zeugen. Vooral de jongere zeugen zijn propperig. De Landras-dames zijn langer en hebben met hun mooie hangoren zodoende een eleganter voorkomen. Hoe dan ook is het de markt die stuurt. Daarom kiest het bedrijf ervoor over te gaan op Yorkshire-zeugen.

Nieuwbouw

Hansen en zijn zakenpartners deinzen sowieso niet voor terug voor het maken van keuzes. 5 jaar geleden is op een akkerbouwbedrijf volledig nieuw gebouwd. Tegelijk is gestart met een nieuwe zeugenstapel. In de twee stallen is plaats voor 700 zeugen. Er is toentertijd gekozen voor dieren met hoge gezondheid. De hoge gezondheidsstatus bezit het bedrijf nog steeds. Daarvan getuigt het felrode bord aan de toegangsdeur. De zogeheten SPF SUS-status houdt in dat dieren vrij zijn van een serie ziektes, waaronder APP, mycoplasma en PRRS. Voor Hansen en zijn compagnons is dit superbelangrijk. Hansen: “Zonder gezondheid kan ik geen zaken doen.” Het oude bedrijf is 5 jaar geleden gerenoveerd en nu in gebruik voor de opfok van gelten.


  • Het bedrijf verbouwt 85% van het voer zelf. De rest wordt tijdens de oogst bijgekocht.

    Het bedrijf verbouwt 85% van het voer zelf. De rest wordt tijdens de oogst bijgekocht.

  • Het achteraanzicht van de stal. Links en rechts de voerkeuken, in het midden de afleverruimte.

    Het achteraanzicht van de stal. Links en rechts de voerkeuken, in het midden de afleverruimte.

  • In de voerkeuken is het brandschoon.

    In de voerkeuken is het brandschoon.

  • De overdekte mestopslag achter de zeugenstal.

    De overdekte mestopslag achter de zeugenstal.

Lang aan moedermelk

De biggen blijven lang bij hun moeder; er wordt gespeend op 29 dagen leeftijd. De biggen wegen dan gemiddeld 6,2 kilo. Op het bedrijf is voldoende ruimte voor deze lange zoogperiode. Er zijn zes kraamafdelingen met elk 28 hokken. Wekelijks werpen 30 zeugen. Eén afdeling wordt gebruikt als overloop.

Bij de zeugen liggen mooie, uniforme tomen biggen. Het aantal levend geboren biggen zit op 16,6. Bij de meeste zeugen liggen 14 of 15 biggen. Dat is een meer dan een jaar geleden. Het bedrijf maakt nu gebruik van cups om melkvervanger bij te voeren. Dit leidt ertoe dat het speengewicht van de biggen 400 gram is gestegen, terwijl bij elke zeug een big meer ligt. Een ander effect is dat minder pleegzeugen nodig zijn. Het percentage pleegzeugen zit nu onder 15. De uitval tot spenen is 8,9%. Op jaarbasis spenen de zeugen gemiddeld 34,8 biggen.

‘Bij de zeugen liggen mooie, uniforme tomen biggen’

Het bedrijf telt relatief veel jonge zeugen. Enkele tomen biggen van zo’n jonge zeug tobben met diarree. In hokken met biggen met diarree staat een metalen voerkom voor een elektrolytenoplossing. Dit voorkomt dat de biggen uitdrogen. Hansen: “Met een paar dagen zijn ze er weer bovenop”


  • Pasgeboren biggen krijgen een energieboost. Het werk op het subfokbedrijf wordt gedaan door drie mensen.

    Pasgeboren biggen krijgen een energieboost. Het werk op het subfokbedrijf wordt gedaan door drie mensen.

  • De biggen blijven ruim vier weken bij hun moeder. Bij spenen wegen ze 6,6 kilo.

    De biggen blijven ruim vier weken bij hun moeder. Bij spenen wegen ze 6,6 kilo.

  • Het bord met de SPF-status van het bedrijf. Rood SPF, in dit geval.

    Het bord met de SPF-status van het bedrijf. Rood SPF, in dit geval.

  • Deense fokker legt zich toe op Yorkshires
  • De opfokzeugen voor de eigen aanfok. Allemaal Yorkshire-dieren op dit bedrijf.

    De opfokzeugen voor de eigen aanfok. Allemaal Yorkshire-dieren op dit bedrijf.

Bouw opfokstal

De gelten voor de eigen aanfok blijven op het zeugenbedrijf. Het fokbedrijf voert geen dieren aan. Een aantal afdelingen is daarom bezet met zuiverelijns Yorkshire-zeugjes. De hokken hebben een deels dichte vloer. De biggen krijgen zaagsel. Het aantal opfokplaatsen is aan de krappe kant. De bedoeling is dat in september wordt gestart met de bouw van een opfokstal. In deze stal komen dan alle zuiverelijns Yorkshire-zeugen en beren te liggen. Zowel de dieren voor eigen aanfok als voor de verkoop. De F1-opfokzeugen liggen op het voormalige zeugenbedrijf, circa 4 kilometer van het fokbedrijf. Het bijproduct van de fokkerij wordt op nog een ander bedrijf afgemest, zodat het bedrijf in totaal 3 locaties telt.

‘Zodra de biggen in de wachtruimte zijn, zitten ze in 10 minuten in de auto’

Het afleveren van de biggen gaat supersnel, betoogt Hansen. In een speciale afleverruimte zet het personeel de biggen bij elkaar. Dat kost ruim een uur. Dan is het meeste werk klaar. Zodra de biggen in de wachtruimte zijn, zitten ze in 10 minuten in de auto.

Schoon graan

Uitgezonderd het biggenvoer wordt op het zeugenbedrijf al het voer zelf gemalen en gemengd. Biggenvoer is specialistisch en het volume is klein, omdat de meeste biggen na spenen het bedrijf verlaten. De maalderij en voerkeuken zien er keurig en superschoon uit. Er zijn twee hamermolens. De ene maalt fijn en de andere grover. Boven de molens zit een afzuiger om het graan te schonen. Het bedrijf teelt 85% van het voer zelf. Het restant wordt tijdens de oogst bijgekocht. De graanopslag kan 3.500 ton bergen.

Het voer malen en mengen, gebeurt op het eigen bedrijf. Graan wordt geschoond.
Het voer malen en mengen, gebeurt op het eigen bedrijf. Graan wordt geschoond.

De helft van de F1-gelten gaat naar Deense zeugenbedrijven. De andere helft van de zeugen wordt geëxporteerd naar Frankrijk en Hongarije. Wat Hansen voor de F1-dieren beurt, wil hij niet kwijt. “Dat is voor intern gebruik.”

Gezondheids- en fokkerijstatus per bedrijf inzichtelijk

De prijs die Hansen voor zijn fokdieren beurt, heeft hij voor een flink deel zelf in de hand. Ten eerste door het aantal geschikte fokdieren per zeug dat het bedrijf produceert. Vervolgens door de kwaliteit van de dieren. Vertrekpunt voor de prijs is de vleesvarkensnotering. Daar komt een toeslag boven die is gebaseerd op de diergezondheid op het bedrijf en de fokkerij-index. Trøllundgaard staat na 5 jaar fokken nummer 42 op de F1-fokkerijranglijst van Danbred. De lijst telt 72 bedrijven. De ranking is voor iedereen in te zien op een website van Danbred. De fokkerij-index van de F1 zeugen (York x Landras) van Trøllundgaard is 103,7. De diergezondheid is ook inzichtelijk op een website. Door op deze website het bedrijfsnummer in te typen en op ‘zoeken’ te klikken, komt de informatie van het gevraagde bedrijf bovendrijven. Trøllundgaard heeft bedrijfsnummer 064054. Het bedrijf is SPF-rood. Rood wordt gebruikt voor fokbedrijven. Vermeerderingsbedrijven hebben een blauw bord. SPF betekent dat het vrij is van alle kiemen die op de lijst van SPF SUS staan. De organisatie SPF SUS is onafhankelijk en geen eigendom van de fokkerijorganisatie, betoogt Hansen.

Of registreer je om te kunnen reageren.