Varkenshouderij

Achtergrond 1 reactielaatste update:3 nov 2016

Huirne: vitalisering geen sleutelinleveractie

Ruud Huirne van Rabobank legt uit hoe herstructurering van de varkenssector in zijn werk gaat. "Het is vergelijkbaar met een ruilverkaveling en de varkenshouder zelf besluit om te stoppen."

Samen met het ministerie van Economische Zaken (EZ) en de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) zit Rabobank in de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij. Deze drie partijen hebben elkaar woensdag 2 november beloofd om samen de varkenssector gezond te maken. Rabobank neemt het voortouw bij uitvoering van de beleidslijn herstructurering. De bank staat bedrijven met perspectief terzijde om zich te ontwikkelen en helpen boeren bij bedrijfsbeëindiging. Ruud Huirne, directeur Food en Agri van Rabobank, heeft namens de bank de coalitieovereenkomst getekend.

Hoe gaat vitalisering in zijn werk?

“Rabobank heeft een team gereed die de herstructurering gaat begeleiden. Dat doen zij samen met de POV en EZ. De herstructurering en ontwikkeling zijn afhankelijk van het perspectief dat komt door de plannen om mestafzet te regelen en de biggen en varkens beter te verwaarden. Maar ook van de regelgeving, zoals de mededingingswet. Door de samenhang van de plannen ontstaat perspectief voor blijvers, zodat zij niet vastlopen in een volgend prijsdal. De marges moeten verbeteren.”

Wie neemt het voortouw?

De varkenshouder bepaalt of hij mee doet aan een mestverwerkingscollectief en wil deelnemen aan een marktconcept. Hij beslist of hij daarin perspectief ziet of solitair verder gaat en na verloop van tijd besluit te stoppen. Wij willen ondernemers bijstaan bij die keuzes. Die knoop doorhakken is makkelijker als helder is hoe een varkenshouder zijn varkens gaat afzetten en wat de (mest)kosten op zijn bedrijf gaan doen.”

En als de knoop is doorgehakt?

“Het is vergelijkbaar met een ruilverkaveling. Als dan in een regio een paar stoppers zijn gevonden, ontstaat ontwikkelruimte op bijvoorbeeld milieugebied. Voor blijvers komt milieuruimte en komen rechten vrij en bedrijven voor nieuwe activiteiten.”

Wie besluit tot stoppen?

“Dat gaat zoals het nu ook gaat. Om de zoveel tijd zit de bank en de varkenshouder om tafel en bespreken de bedrijfsplannen. Als om welke reden ook geen toekomst in een plan zit, zal een varkenshouder besluiten te stoppen. Het is geen actie van 'lever de sleutel maar in'.

De blijvers willen perspectiefvolle bieden. Daarvoor zijn investeringen, kostprijsverlaging en innovaties nodig. Daarin faciliteren wij. Bedrijven zonder perspectief maar met milieurechten brengen wij bij een boer die verder wil. Dat is vitalisering.”

Nu maakt een kwart van de bedrijven winst. Groeit dat percentage?

“Ja, mits de noodzakelijke veranderingen zijn doorgevoerd. Voor een grote groep varkenshouders ontstaat dan perspectief. Het kwart dat al goed draait, gaat nog beter draaien. Nu verdient een groot deel van de sector niet omdat alleen al de mestafzetkosten 10 cent per kilo varkensvlees hoger liggen dan in omringende landen.”

Eén reactie

  • Snel

    mestkosten liggen hoger omdat de Banken een asociaal beleid hebben gevoerd om de rundveehouders 4 miljoen kilo fosfaat extra te laten produceren(Financieren) boven `t fosfaatplafond die `t varkensfosfaat lees mest uit de mestmarkt drukt

Of registreer je om te kunnen reageren.