3 reacties

Fosfaatrechten en individuele disproportionele last

Twee verschillende zaken waarbij fosfaatrechten vastgesteld werden. Rob Scholten belicht ze.

Tot voor kort was in één van de lopende beroepen tegen de vaststelling fosfaatrechten bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geoordeeld dat er sprake was van een individuele disproportionele last. Met als gevolg strijd met het recht op eigendom: artikel 1 EP.

Onlangs heeft het CBb nogmaals een uitspraak gedaan waarbij het van oordeel is dat sprake is van een dergelijke individuele disproportionele last. Dat is de moeite waard voor een vergelijking tussen beide uitspraken.

Voor het eerst oordeelde het CBb dat een melkveehouder die flink investeerde en uitbreidde bij het toekennen van fosfaatrechten onevenredig werd benadeeld - foto: Frank Uijlenbroek.
Voor het eerst oordeelde het CBb dat een melkveehouder die flink investeerde en uitbreidde bij het toekennen van fosfaatrechten onevenredig werd benadeeld - foto: Frank Uijlenbroek.

Continuïteit bedrijf in gevaar

Een uitspraak van het CBb in januari 2019 betrof een gemengd bedrijf met zowel varkens als melkvee en als gevolg van persoonlijke omstandigheden had de agrariër besloten om te schakelen naar een melkveebedrijf. Volgens het CBb is de keuze voor deze omschakeling, gezien de bijzondere omstandigheden, begrijpelijk.

Aannemelijk is dat de continuïteit van het bedrijf als gevolg van invoering van fosfaatrechten in gevaar is en dat een zware financiële last aan de orde is. Waarbij van belang is dat met de uitbreiding van de melkveetak het wegvallen van de inkomsten van de varkenshouderij worden gecompenseerd.

De veehouder bleef achter met jonge kinderen en maakte de keuze voor de minder arbeidsintensieve melkveehouderij

De specifieke, bijzondere omstandigheden – het overlijden van de echtgenote in 2010 – vormden de aanleiding voor de keuze om het vizier geheel op de melkveehouderij te richten.

De melkveehouder bleef achter met drie jonge kinderen en maakte deze keuze omdat de melkveehouderij minder arbeidsintensief is en daarom beter te combineren met de zorg voor de kinderen.

Ook werd de keuze ingegeven door de wettelijke verplichting een luchtwasser te plaatsen, terwijl de varkenstak te klein was om deze investering te rechtvaardigen.

Tweede fosfaatzaak

Het CBb oordeelde op 23 juli 2019 in een andere fosfaatzaak dat sprake is van een individuele disproportionele last voor de betrokken agrariër. Het ging om een melkveehouder die voorheen in Duitsland een melkveebedrijf had, maar in 2012 een melkveebedrijf in Nederland kocht.

Het CBb oordeelt in deze ook dat het eigendomsrecht wordt geschonden. Uit de uitspraak valt op te maken dat de betrokken agrariër grote investeringen heeft gedaan. Het melkveebedrijf was gekocht voor € 2,7 miljoen en er waren vernieuwingsinvesteringen gedaan.

De gevolgen van het fosfaatrechtstelsel zijn zo ingrijpend dat gedwongen financiële liquidatie dreigt

Op 2 juli 2015 waren er in de stal 169 stalplaatsen voor melkkoeien en stonden er daadwerkelijk 56 melkkoeien. De voorganger mocht 93 melkkoeien houden. De gevolgen van het fosfaatrechtstelsel zijn zo ingrijpend dat gedwongen financiële liquidatie dreigt.

Het college is van oordeel dat – mede gelet op de hoogte van de investeringen, het moment waarop tot de aankoop van het bedrijf is overgegaan en alle overige omstandigheden van dit geval – het fosfaatrechtstelsel een individuele en buitensporige last legt op de betrokken agrariër.

Ondanks dat het niet om een starter gaat, wordt wél aangesloten bij de knelgevallenregeling

Bij deze uitspraak speelt nog het volgende. Er was de melkveehouder eerst 3.891 kilo fosfaatrecht toegekend, na bezwaarfase is het fosfaatrecht verhoogd tot 6.024 kilo.

Later is dit weer teruggedraaid omdat de minister ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een startend bedrijf. Het betrof een overname van een bestaand melkveebedrijf, wat ook is bevestigd door het CBb.

Rob Scholten legt twee fosfaatzaken langs de meetlat - foto: Fotopersburo Dijkstra.
Rob Scholten legt twee fosfaatzaken langs de meetlat - foto: Fotopersburo Dijkstra.

Bijzonder opvallend is het feit dat het CBb vervolgens stelt dat een compensatie van gelijke omvang als in de situatie waarin wel sprake zou zijn van een startend bedrijf – namelijk toekenning van 6.024 kilo fosfaatrecht – volstaat. Dus ondanks dat het niet om een starter gaat, wordt wél aangesloten bij de

knelgevalregeling.

Vreemde vergelijking bedrijven

In de eerste uitspraak is overduidelijk sprake van bijzonder tragische omstandigheden, waardoor de agrariër min of meer gedwongen was te handelen zoals hij heeft gedaan.

Door de invoering van het stelsel van fosfaatrechten wordt hij onevenredig zwaar wordt getroffen. Waarbij het college er belang aan hecht op te merken dat de uitbreiding van de melkveetak ter vervanging van de varkenstak is.

In de tweede uitspraak lijkt het alsof het CBb juist veel waarde toekent aan de hoogte van de gedane investeringen én het feit dat een faillissement te verwachten is wanneer het bedrijf niet meer fosfaatrechten krijgt. Opvallend, omdat hier overduidelijk ook sprake is van een forse uitbreiding.

Niet te rijmen met eerder ingezette lijn CBb

Dat in dit geval een individuele disproportionele last aanwezig wordt geacht, is uiteraard zeer welkom voor de betrokken agrariër. Maar het is niet te rijmen met de eerder ingezette lijn van het CBb. Dat vervolgens ook nog wordt aangesloten bij de knelgevalregeling voor compensatie is in het geheel niet te volgen.

En nu? Rek in de beoordeling van de individuele disproportionele last? Maakt de hoogte van investeringen de beoordeling anders? We moeten het afwachten. Opvallend is de laatste uitspraak in vergelijking met de jurisprudentie tot op heden wel.

Laatste reacties

  • Henk.visscher

    Ja bij de uitspraken van het CBb, word gemeten met twee maten, je kunt niet in het ene geval zeggen het was te voorzien en in het andere geval daar geen rekening mee houden, dit gebeurt nu wel, het is een smerig spel.

  • kanaal

    tijdens het spel de regels veranderen is in alle gevallen pure diefstal.

  • koestal

    Ja, bij de een zijn er tragische omstandigheden.Bij de andere een dreigend faillissement.

Of registreer je om te kunnen reageren.