‘Juist in kalversector ligt uitdaging’

In de diersectoren worden de ‘kritische succesfactoren’ bekeken bij het antiobioticagebruik. Juist in de kalversector, waar de verschillen tussen bedrijven en dierenartsen groot zijn, ligt de werkelijke uitdaging, meent Dick Heederik.

In mei van dit jaar is de rapportage over antibioticagebruik in de veehouderij van de SDa verschenen en kortgeleden is deze gevolgd door de jaarlijkse MARAN-rapportage. Het antibioticagebruik daalt in de meeste diersectoren in een bescheiden tempo, gevolgd door een daling in het aantal antibiotica-resistente bacteriën dat in slachthuismonsters wordt gevonden. De uitzondering op deze waarnemingen is de kalversector waar het antibioticagebruik de laatste jaren schommelt.

Rode, oranje en groene bedrijven

De komende periode zal de discussie zich gaan richten op de uitkomsten van het onderzoek onder dierhouders en dierenartsen naar zogenaamde ‘kritische succesfactoren’ op basis van onderzoek naar de vergelijking van bedrijven met hoog gebruik (‘rode en oranje’ bedrijven) met die met een laag gebruik (‘groene’ bedrijven). Deze vergelijking moet leiden tot succesfactoren waar veehouders met een bedrijf met hoog gebruik hun voordeel mee kunnen doen.

‘Op de factoren die samenhangen met hoog gebruik moet worden geïntervenieerd’

De vraag is wat de kenmerken (succesfactoren) van bedrijven zijn met een laag antibioticagebruik en waarin ze afwijken van bedrijven met een hoog gebruik. Op de factoren die samenhangen met hoog gebruik moet worden geïntervenieerd. Bedrijven met hoog gebruik kunnen worden begeleid in de verwachting dat dan het gebruik van antibiotica omlaag gaat. Hetzelfde geldt voor de dierenartsen. Als bepaalde dierenartsen een structureel hoog voorschrijfpatroon laten zien, dan moeten ze hun licht bij collega’s gaan opsteken om te zien wat anders en beter kan om tot een lager voorschrijfpatroon te komen.

Nieuwe benchmarkwaarden

Het expertpanel van de SDa zal de informatie uit de kritische successtudies ook gebruiken voor het afleiden van nieuwe benchmarkwaarden. De bedoeling is om begin volgend jaar met benchmarkwaarden te komen die de komende jaren gebruikt kunnen worden.

 Jonge rosékalveren. In de kalversector bestaan al jaren structurele verschillen in antibioticagebruik. Foto: Hans Prinsen
Jonge rosékalveren. In de kalversector bestaan al jaren structurele verschillen in antibioticagebruik. Foto: Hans Prinsen

Uitspraken kalverdierenarts wekken verbazing

In de kalversector bestaan al jaren structurele verschillen in antibioticagebruik. In deze context wekken uitspraken van kalverdierenarts Eric van der Velden verbazing in een artikel in Boerderij met de stimulerende titel ‘Uitdagingen voor de kalversector’. De belangrijkste uitspraken gaan over de rekensystematiek om het antibioticagebruik in maat en getal te vangen.

Eén uitspraak gaat over een ogenschijnlijk verschil in antibioticagebruik tussen blankvlees- en rosébedrijven dat terug te voeren is op een verschillend aantal cycli voor blankvleesbedrijven in vergelijking met roséstartbedrijven. Dat dit toch leidt tot verschillende gebruikscijfers zou te wijten zijn aan de rekenregels van de SDa. Op koppelbasis zouden de beide categorieën bedrijven geheel gelijk uitkomen.

‘Benchmarkwaarden voor roséstartbedrijven zijn hoger dan voor blankvleesbedrijven’

Hier moet sprake van een misverstand zijn. Voor de SDa is het vanzelfsprekend dat roséstartbedrijven een ander gebruikspatroon hebben in vergelijking met blankvleesbedrijven. De cyclus is korter en dus zijn de dieren jonger als ze het bedrijf verlaten. Dit is de reden dat benchmarkwaarden voor roséstartbedrijven hoger zijn dan voor blankvleesbedrijven die een langere cyclus hebben en lager antibioticagebruik over de hele cyclus. Het expertpanel constateert juist dat op koppelniveau het gebruik bij blankvleesbedrijven hoger is dan bij rosé- vleesbedrijven (dus over de gehele levensduur van het koppel). Het gebruik in de kalversector moet over de gehele keten genomen voor alle typen bedrijven vergelijkbaar zijn. Er bestaat een verschil van mening met de sector over hoe dat opgelost moet worden door een gezamenlijke en gedetailleerde analyse.

Afspiegeling van wat op bedrijfsniveau wordt gezien

Andere uitspraken gaan over het benchmarken van dierenartsen: “wie hoog in het oranje of rood zit, doet het niet per se verkeerd” en “je hoeft maar een paar bedrijven met Salmonella-problematiek te hebben en je gaat gierend uit de bocht”. Ook hier is sprake van misverstanden. Een dierenarts schiet niet in het rood als enkele bedrijven een hoog gebruik hebben. Dat kan alleen als op een relatief groot aantal bedrijven een hoog voorschrijfpatroon voorkomt. Het gebruik mag incidenteel op enkele bedrijven verhoogd zijn. De veterinaire benchmarkindicator is te begrijpen voor iedere dierenarts die zich er in verdiept en is een afspiegeling van wat op bedrijfsniveau wordt gezien.

Juist in kalversector ligt uitdaging

Het aantal bedrijven in het actiegebied (‘rood’) is in alle vleeskalversectoren afgelopen jaren afgenomen. Maar het aantal bedrijven in het signaleringsgebied (‘oranje’) is onveranderd hoog en soms zelfs gestegen. Onder roséstartbedrijven is het aantal ‘oranje’ bedrijven toegenomen van 45% in 2012 tot 63% in 2016. Het aantal bedrijven in het streefgebied (‘groen’) is als gevolg hiervan afgenomen van 35% tot 25% in respectievelijk 2012 en 2016. Dit zorgt voor gemiddeld relatief hogere veterinaire benchmarkwaarden en daardoor kan de veterinaire benchmarkindicator snel naar ‘rood’ uitslaan. Het ligt dus genuanceerder dan voorgespiegeld.

De uitdagingen liggen dus niet in discussies met de SDa over rekensystematiek maar in de sector met weinig veranderingen over afgelopen jaren. Juist in de kalversector, waar de verschillen tussen bedrijven en dierenartsen groot zijn, ligt de werkelijke uitdaging.

Of registreer je om te kunnen reageren.