Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

‘Gras moet weer compleet voedermiddel worden’

Bert Philipsen ziet een ontwikkeling van gras als component van een rantsoen naar gras als compleet rantsoen. Dat vraagt omslag in denken, management en ook een ander grastype.

Bert Philipsen (53) is al ruim 25 jaar actief in onderzoek naar gebruik en optimalisatie van ruwvoeders, meer specifiek gras en mais. “Nederland staat aan de vooravond van een ontwikkeling naar gras als compleet voer. Dat is vooral nodig op gronden die alleen geschikt zijn voor grasteelt, met melkveehouderij die gras, als ongeschikt voedsel voor de mens, omzet in hoogwaardige producten voor de humane voeding. Dat rechtvaardigt het houden van koeien op die plaatsen.”

Bert Philipsen (53) is projectleider bij Wageningen Livestock Research op gebied van grasland, beweiding, bemesting en ruwvoerproductie. - Foto: Anne van der Woude
Bert Philipsen (53) is projectleider bij Wageningen Livestock Research op gebied van grasland, beweiding, bemesting en ruwvoerproductie. - Foto: Anne van der Woude

Kunt u de ontwikkeling van de grasteelt over de laatste decennia schetsen?

“Ik zie een voortdurende zoektocht naar alternatieve gewassen. We zochten 20 jaar geleden al naar alternatieven als luzerne, sorghum en mergkool. We moeten scherp blijven op die ontwikkelingen, want technieken, teelten en veredeling schrijden voort. En de context verandert continu. Wat toen niet haalbaar was, is dat nu misschien wel.”

Gras blijft in Nederland toch nummer 1 als het gaat om meest geschikte teelt en voedergewas

“De opbrengst van gras ligt al jaren stabiel op zo’n 10,5 à 11 ton droge stof. Dan lijkt het alsof grasveredeling stilstaat. Maar de bemesting is ook behoorlijk lager. Je kan ook zeggen dat we nog altijd een gelijke opbrengst weten te realiseren. Gras blijft in Nederland toch nummer 1 als het gaat om meest geschikte teelt en voedergewas.”

Kan die opbrengst niet verder omhoog?

“Ik denk dat 1 tot 3 ton droge stof hogere opbrengst kan. Die wordt verloren door fouten op gebied van management. Tijdstip van bemesting, niveau van bemesting en maaimoment of inschaarmomenten horen daarbij.”

Hoe is gras ingezet in de melkveehouderij?

“Na de oorlog specialiseerde de melkveehouderij. Versterken van vakmanschap, ruwvoer en koeien was toen in balans, bij een stijgende melkproductie per koe. Ontwikkeling van de mechanisatie droeg belangrijk bij aan de kwaliteit van het ruwvoer. Daarna neemt ondernemerschap in belang toe, ten koste van vakmanschap. De bedrijven groeien en gras wordt steeds vaker een component in de voeding, aangevuld met andere voeders om de melkproductie hoog te houden. Daarbij zakt de kennis over graslandproductie en management weg. Dat is jaren gaande geweest. Vakmanschap was niet meer in beeld. Ik heb dat proberen bij te houden. Omdat ik het leuk vond, maar ook met de gedachte: straks wordt kennis en kunde in de nieuwe context weer belangrijk. De laatste jaren zie je een kentering. In 2005 startte project Koe en Wij. Dat was een eerste begin van nieuwe aandacht voor grasland, met onderzoek naar verschillende aspecten van weidegang.”

Wat gebeurt er nu?

“De focus ligt op mineralenbenutting en efficiëntie voor een melkveebedrijf. De kringloopwijzer draagt daar aan bij. Zo komt de bodemfunctie nu pas goed in beeld. Veehouders moeten leren daar te optimaliseren. Ook neemt de aandacht voor weidegang toe. Grasland en beweiding staan weer op de kaart. Samen met de aandacht voor weidegang is er ook weer aandacht voor de koe als onderdeel van het systeem en het stuurbaar maken van de productie. Daarbij moet je ook sturen op herhaalbare kuilkwaliteit. We zijn daarbij op de goede weg. De totale opbrengst en kwaliteit komt nog te kort, maar ik zie vakmanschap toenemen. Bijvoorbeeld door geregeld via een Farm Walk gericht door het grasland te lopen. Zo simpel kan het zijn.”

En voor de toekomst?

“Ik zie toekomst voor het meer stuurbaar maken van het ruwvoer: de grashoeveelheid en kwaliteit. Dat is nu nog niet rond, maar in onderzoek werken we daar wel aan. In de toekomst moet iedereen kunnen wegen, meten en registreren. Ik verwacht toenemende inzet van sensoren die het (graas)gedrag van koeien volgen en de grasgroei beter voorspellen, zodat je daar op kan inspelen. Ik wil op 1 kilo droge stof nauwkeurig weten wat een koe vreet en op 100 kilo droge stof nauwkeurig weten hoeveel gras er in een snede van mijn land af komt. Dat gaan we dit jaar ook testen in de praktijk.”

Leidt dat tot meer efficiëntie?

“We moeten efficiëntie en effectiviteit onderscheiden. Naast de geschetste weg van precisielandbouw zie ik een sterke andere ontwikkeling. Dan gaat het niet om de laatste kilo droge stof, maar meer om hoe je gras met alle functies tot waarde brengt. Dat leidt tot 2 hoofdstromen in de melkveehouderij. Meer concreet: op een deel van de bedrijven is en blijft gras een component in het rantsoen. Daar is grasteelt gericht op efficiëntie. Zo kan gras een plaats krijgen in rotatiesystemen of een gevarieerd bouwplan op zand en kleigrond. Op een ander deel van de bedrijven wordt gras bepalend in het rantsoen en moet het een compleet product zijn met een goede mix van alle functies van gras, zoals aanbod van structuur, energie, eiwit en mineralen, die de gezondheid van de koe waarborgen. Dan gaat het om effectiviteit. Hoe goed ben je in staat op gronden die nergens anders geschikt voor zijn dan voor grasteelt, het voor de mens ongeschikte product om te zetten in hoogwaardige producten.”

Hoe moet zo’n type melkveehouderij worden ingericht?

“Daar is nog een weg te gaan. Het gras of rantsoen moet gemiddeld 16% ruw eiwit bevatten met voldoende energie en structuur. Nu is het eiwitgehalte van gras nog vaak te hoog. Ik zou graag zien dat gras nooit meer dan 20% ruw eiwit bevat. Maar de kwekers hebben nog niet een gras kunnen kweken dat daar aan voldoet. Mogelijk kun je werken met een mix van grasrassen en soorten met verschillende doorschietdata. Daarin passen ook vlinderbloemigen.”

Het biedt kans om uit te leggen dat op gronden die niet geschikt zijn voor plantaardige productie, het gerechtvaardigd is om daar koeien te houden

“Dat past in de trend naar meer uitgaan van dierlijke mest en afbouw van kunstmest. Ook inmengen van kruiden kan een positieve invloed hebben op opbrengst en kwaliteit. Het geheel biedt een kans om uit te leggen dat op gronden die niet geschikt zijn voor plantaardige (akkerbouwmatige) productie, het gerechtvaardigd is om daar koeien te houden. En de veehouder toont dat hij melk produceert uit gras en niet uit aangekochte overzeese voeders.

Welke koe hoort daarbij?

“Dubbeldoelrassen kunnen daar prima passen. Maar ik zie ook wel uitdagingen om binnen Holstein selectie toe te passen en koeien te fokken die heel goed met veel ruwvoer uit de voeten kunnen en dan maar een litertje melk minder produceren.”

Minder melk, minder opbrengst. Hoe rijmt dat met doelstellingen als CO2-uitstoot?

“In zo’n systeem gaat het om effectiviteit binnen je voedselsysteem, en minder om efficiëntie in een klein stukje keten. En je kunt ook naar andere, maatschappelijke aspecten of diensten kijken. Denk aan koolstofvastlegging, botanische doelstelling en behoud van weidevogels. Het is dus maar de vraag of dit minder efficiënt is.”

Dan hoort daar ook een verdienmodel bij?

“Dat is er nu niet, maar dat kan heel snel gaan. De laatste paar jaar zijn er nieuwe melkstromen en concepten ontstaan. Het meest recent PlanetProof-melk: 1 cent erbij en de veehouders staan in de rij om te mogen leveren. Je moet zo’n nieuw systeem dan ook meer zien als een geïntegreerd systeem dat op alle onderdelen een goede score levert. Je voldoet dan aan maatschappelijke eisen op nationaal niveau. Regionaal is het logisch ingepast en werk je bijvoorbeeld met verhoogde grondwaterstand op veengrond. Daar kies je als individuele veehouder een bedrijfssysteem bij waar je je als veehouder ook goed bij voelt. Via je vakmanschap kan je het verschil maken in de bedrijfseconomie.”

Grasopname en grasgroei voorspellen

Binnen het project Amazing Grazing is in de afgelopen jaren een methode ontwikkeld om de dagelijkse Grasgroei te voorspellen, evenals een methode om de dagelijkse Grasopname van een koppel melkkoeien snel te schatten. Dit zijn volledig nieuwe technieken, die nog niet buiten onze proefbedrijven zijn toegepast. In 2019 gaat het project in het groeiseizoen met beide technieken een praktijktoets op 2 groepen van 4 respectievelijk 5 weidende praktijkbedrijven. Doel is een werkend prototype te creëren dat de moeite waard is voor doorontwikkeling naar markttoepassing en verdere onderbouwing in onderzoek.

Medeauteur: Robert Bodde

Laatste reacties

  • 80 % van de veehouders maait te vroeg!!

  • kleine boer

    Toch apart dat gras in andere landen gewoon kan en er hier weer een verhaal bij moet....

Of registreer je om te kunnen reageren.