Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

‘Tekort aan jongvee is gevaar voor uiergezondheid’

Het celgetal in Nederland is nog nooit zo laag geweest. Dat komt mede door de fosfaatwetgeving. In 2017 en 2018 hebben veel melkveehouders het ondereind van hun veestapel afgevoerd. Maar ook veel jongvee, waardoor nu de vervanging een probleem dreigt te worden, zegt Otlis Sampimon (51), deskundige uiergezondheid in dienst bij Zoetis.

Het is zaak dat melkveehouders kritisch blijven kijken naar de gezondheidsstatus van hun bedrijf en dan met name naar de situatie rondom uiergezondheid, stelt Sampimon.

Veel melkveebedrijven hebben in 2017 en 2018 hun ondereind van de veestapel afgevoerd in verband met fosfaatwetgeving. Daardoor is het celgetal op de bedrijven nog verder gedaald, zegt Otlis Sampimon, deskundige uiergezondheid bij Zoetis. - Foto: Ronald Hissink
Veel melkveebedrijven hebben in 2017 en 2018 hun ondereind van de veestapel afgevoerd in verband met fosfaatwetgeving. Daardoor is het celgetal op de bedrijven nog verder gedaald, zegt Otlis Sampimon, deskundige uiergezondheid bij Zoetis. - Foto: Ronald Hissink

Waarom moeten veehouders dat doen?

“Veehouders moeten alert blijven omdat er de laatste jaren veel veranderingen zijn in de melkveehouderij die hun weerslag hebben op de uiergezondheid. Zo hebben veel bedrijven in 2017 en 2018 hun ondereind van de veestapel afgevoerd in verband met fosfaatwetgeving. Daardoor is het celgetal op de bedrijven nog verder gedaald. De afvoer van hoogcelgetalkoeien betekent dat de infectiedruk lager is geworden. Daarnaast zijn er minder koeien in de stal en ook dat verlaagt de infectiedruk.”

Lees ook: Fosfaat vraagt andere jongveestrategie

Dat is toch alleen maar gunstig?

“Klopt, maar als veehouders dezelfde werkwijze hanteren als vroeger dreigt het mis te gaan. Omdat er de afgelopen jaren heel veel jongvee is afgevoerd, is er eigenlijk te weinig vervangingscapaciteit. Dat betekent dat koeien weer langer blijven lopen, ook als ze een keer een celgetalverhoging of een klinische mastitis hebben gehad. Daardoor loopt de infectiedruk weer op. Pak die koeien vroegtijdig aan voordat het dweilen met de kraan open wordt. Als er echt een tekort aan jongvee is, besluiten veehouders vee aan te kopen. Dat is niet zonder risico. Je weet nooit precies wat je binnenhaalt. Ik kom vooral op bedrijven waar problemen spelen. Zo had ik onlangs nog contact met 2 bedrijven; het ene bedrijf heeft een Staphylococcus aureus-infectie op zijn bedrijf binnengesleept terwijl het andere zich geconfronteerd zag met Streptococcus agalactiae.”

Wat speelt er nog meer?

“Je moet beseffen dat de veehouderij verandert en dat mastitisverwekkers dat ook doen. De stallen zijn meer open en we zien nieuwere typen bedding. 10 jaar geleden zagen we sommige kiemen nog als exoten. Die troffen we maar eens per jaar aan in een melkmonster van een koe met klinische mastitis. Nu kom ik die kiemen wekelijks tegen. Dan denk ik aan Lactococcus garvieae en aan Serratia, een stiefzusje van Klebsiella.”

Focus is noodzakelijk voor het behoud van de uiergezondheid

Wat is daartegen te doen?

“Je moet vooral altijd weten welke kiemen op je bedrijf spelen. Als je dat niet weet, sta je al met 2-0 achter. Je moet gericht kunnen behandelen. Verder is het bedrijfsbehandelplan in het bedrijfsgezondheidsplan een zeer goede leidraad om op vaste werkwijze uiergezondheid te bewaken.
Daarnaast is het belangrijk om rust en regelmaat bij de koeien te houden. Kijk maar eens naar de winnaars van de UiergezondheidsAwards over de afgelopen 10 jaar. Dat zijn allemaal bedrijven met een ‘saaie’ bedrijfsvoering. Altijd alles hetzelfde en geen haast; ik noem dat vakmanschap. En dat is precies wat koeien willen.”

Bekijk de videoserie Gezonde melkcyclus

Eén reactie

  • koestal

    Boeren maken zich hierover niet erg druk,er zal wel een kern van waarheid in zitten.Boeren hebben al genoeg over zich heen gehad.

Of registreer je om te kunnen reageren.