Rundveehouderij

Achtergrond

Dairy Campus zet meer drones en sensoren in

Op Dairy Campus lopen momenteel 15 onderzoeksprojecten. In de toekomst komt er meer onderzoek naar bodem, kringlooplandbouw en biodiversiteit.

De Nederlandse zuivelsector is continu op zoek naar een meer duurzame en efficiënte zuivelproductie. De aandacht ligt hierbij op duurzaamheid, circulair werken, vermindering van emissies, dierenwelzijn en diergezondheid, smart farming en biodiversiteit. Dairy Campus, onderdeel van Wageningen University & Research, voert momenteel 15 projecten met diverse thema’s. De resultaten leveren meer kennis op over slim beweiden, efficiënt voeren, beperken van emissies, optimaal bemesten, dier- en milieuvriendelijk huisvesten, verlengen levensduur van koeien en verbeteren van economisch bedrijfsrendement. Kees de Koning, manager van Dairy Campus, schat dat veehouders ongeveer 25% financieel bijdragen aan onderzoeksprojecten, met name projecten op initiatief van ZuivelNL.

Dairy Campus zet meer drones en sensoren in

Dairy Campus meet in haar proefstallen emissies van methaan, lachgas, koolstofdioxide en ammoniak. “In stallen kunnen we veel meten”, zegt De Koning. “Buiten kost dat meer moeite, maar in de toekomst willen we met smart farming ook meer grip krijgen op bodem, biodiversiteit en kringlooplandbouw. Dat kan bijvoorbeeld met meten van biomassa met drones en sensoren.”

Emissies verminderen

Vanwege klimaatdoelstellingen blijft het verminderen van uitstoot van ammoniak en broeikasgassen uit stallen volgens De Koning een belangrijk onderzoeksthema. Uit het project ‘Effect van frequent mixen van mest op emissies’ blijkt dat dagelijks mixen van drijfmest van melkvee met lucht of een mechanische mixer niet tot lagere ammoniakemissies leidt. Internationale onderzoeken laten zien dat mixen wel een reductie geeft van methaanemissie. “Reden voor ons om de metingen voort te zetten met nadruk op emissie van broeikasgassen”, zegt De Koning. In een ander project wordt het effect van dichte vloeren op emissie van broeikasgassen uit een melkveestal gemeten. “We onderzoeken ook of bestaande roostervloeren afgedekt kunnen worden met een dichte renovatievloer of een prefab dichte vloer.”

Dairy Campus onderzoekt het effect van dichte kunststof vloeren in een vrijloopstal op de emissies van ammoniak en broeikasgassen en reiniging van deze vloeren met een mestrobot. - Foto's: Anne van der Woude
Dairy Campus onderzoekt het effect van dichte kunststof vloeren in een vrijloopstal op de emissies van ammoniak en broeikasgassen en reiniging van deze vloeren met een mestrobot. - Foto's: Anne van der Woude

Zeewier als voedingssupplement

Dairy Campus meet emissies bij stalsystemen met een kunststof vrijloopbodem en een vrijloopstal met strobed. De vrijloopstal met houtsnipperbodems scoort goed op minder ammoniakemissie, maar deze stal stoot meer broeikasgassen methaan en lachgas uit in vergelijking met een ligboxenstal. Het project ‘Zeewier in een gezonde melkveehouderij’ onderzoekt in hoeverre zeewier, verstrekt als voedingssupplement aan koeien, de methaanuitstoot kan verminderen. In het lab bleek al dat zeewier de methaanproductie vanuit pensvloeistof met graskuil vermindert.

Het moderne kalf

In onderzoek naar jongveeopfok draaien twee projecten: ‘Comkalf’ en ‘Groei van het moderne kalf’. Van het project InnoCalfconcept verschijnt binnenkort het eindrapport, waarin belangrijke voorwaarden voor een goede kalveropfok staan beschreven. Comkalf meet de effecten van later insemineren (50, 125 en 200 dagen in lactatie) op de ontwikkeling van het embryo, vitaliteit bij geboorte, groei van het kalf en uiteindelijke prestaties als toekomstige melkkoe. De verwachting is dat later insemineren de jongveeopfok verbetert. In het project ‘Groei van het moderne kalf’ onderzoekt Dairy Campus hoe de groei van jongvee van circa 6 maanden tot aan afkalven geautomatiseerd te volgen is. Het doel is een optimale groeicurve door het sturen met optimale voeding ter verbetering van diergezondheid en levensduur van melkvee.

Het project Comkalf onderzoekt of later insemineren de ontwikkeling van een kalf en verbetert.
Het project Comkalf onderzoekt of later insemineren de ontwikkeling van een kalf en verbetert.

Andere projecten

Met consequent fokken is vooruitgang te boeken op gezondheid en efficiëntie. Dat blijkt uit de resultaten van de projecten ‘Innovatieve fokkerij’ en ‘Fokken op voeropname’. De proeflocatie in Leeuwarden heeft ook een proefveld kruidenrijk grasland met diverse mengsels ingezaaid. Het blijkt dat kruidenrijk grasland het beste in het najaar opnieuw ingezaaid kunnen worden. Bij doorzaai in bestaand grasland is de kans op verdringing van kruiden door het gras te groot. Niet te hoog bemesten helpt de kruiden in de concurrentie met gras. De ontwikkeling van de managementtool BeMestWijs, die precisiebemesting van grasland op perceelniveau mogelijk maakt, helpt veehouders efficiënt bemesten.

Welzijn van melkkoeien vaststellen

Het project ‘Meten welzijn van melkvee met biomarkers’ stelt objectief het welzijn van melkkoeien vast. Dat gebeurt met specifieke gedragstesten in combinatie met metingen van zogenoemde biomarkers, stoffen in bloed, melk, urine, mest, speeksel of haar. Het doel van het project ‘Veerkracht van melkvee’ is de ontwikkeling van een methode die in een vroegtijdig stadium koeien identificeert die een verhoogd risico lopen om ziekte te ontwikkelen. Dat kan met behulp van smart farming of sensordata gericht op het traceren van kwetsbare koeien of dieren met een verminderde veerkracht tijdens de transitieperiode. “Veehouders kunnen in combinatie met informatie over bedrijfsgebonden risicofactoren voor gezondheid en welzijn, afkomstig uit KoeKompas, effectieve maatregelen nemen”, zegt De Koning. “Dat draagt bij aan een lager antibioticumgebruik, meer dierenwelzijn, gezondheid, productie en levensduur van melkkoeien.”

Inpassing beweiding en voorspellen grasaanbod, grasgroei en grasopname

Met het project ‘Amazing Grazing 2.0’ zijn al veel oplossingen bedacht voor inpassing van beweiden op melkveebedrijven, ook voor grote koppels en op kleine huiskavels. Heel praktisch is het ontwikkelde e-book met vakkennis over beweiding, waarmee veehouders direct aan de slag kunnen. Maar ook methoden om grasaanbod en dagelijks grasgroei te voorspellen zijn hierin belangrijk. Een drone herkent bijvoorbeeld weideresten ofwel restanten gras rondom mestflatten, waarmee het werkelijke grasaanbod beter is in te schatten. Ook is een nieuwe rekenmethode ontwikkeld om de dagelijkse grasgroei te voorspellen. “Hiermee kunnen veehouders het optimale maaimoment beter bepalen en zijn tijdrovende grashoogtemetingen voor bepaling van het actuele grasaanbod niet meer nodig.” Daarnaast is de dagelijkse grasopname van een koppel weidende melkkoeien modelmatig te schatten op basis van een driejarig beweidingsonderzoek op Dairy Campus.

Socialere koeien

Een geslaagde praktijktoepassing gaat het management van weidegang ondersteunen, bijvoorbeeld bij beslissingen over perceelkeuze of bijvoeding. Het sociale gedrag van koeien (sociabiliteit) is te meten met de sociale motivatietest. Socialere koeien die meer synchroon zijn met het koppel (‘meelopers’) grazen langer en nemen meer gras op dan buitenbeentjes. Kennis over sociabiliteit kan leiden tot slimme groepsindeling of bij het ontwerp van beweidingssystemen. Drie jaar beweidingsonderzoek heeft laten zien dat veehouders ook bij een hoge veebezetting van 7,5 melkkoe per hectare beweidbare huiskavel toch relatief veel vers gras in de koeien krijgen. Zowel stripgrazen als roterend standweiden, ook wel het nieuw Nederlands weiden genoemd, lenen zich goed als beweidingssysteem bij een hoge veebezetting. Gemiddeld was er geen verschil in versgrasopname tussen de twee systemen.

Of registreer je om te kunnen reageren.