Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Dynamische ketens meest populair in zuivel

Duurzame huismerkzuivel, Top Zuivel, glyfosaatvrije productie. Meer en meer eisen gelden voor melk, in strak geborgde ketens. Ligt de zuivel aan de ketting of is het een zaak van meer verdiensten?

De tijd dat melkveehouders simpel melk leverden en de verwerkers wel zorgden voor het verhaal op de verpakkingen, is definitief voorbij. De aantrekkelijke verpakking is er nog steeds, maar de kleuren, de vorm en het verhaal er omheen alleen zijn niet meer voldoende. Topproducten, gemaakt in duurzame, gecertificeerde ketens zijn waar het nu om draait bij de consumentenzuivel.

Supermarkten en consumenten vragen steeds meer om gangbaar-duurzame zuivel, waarvan ze weten dat het verhaal erachter verder gaat dan enkel de verpakking. - Foto: Hans Prinsen
Supermarkten en consumenten vragen steeds meer om gangbaar-duurzame zuivel, waarvan ze weten dat het verhaal erachter verder gaat dan enkel de verpakking. - Foto: Hans Prinsen

Om zulke zuivel met meerwaarde te kunnen verkopen, komt steeds meer verantwoordelijkheid bij de boer te liggen. De supermarkt en de consument willen meer en meer weten hoe de melk is geproduceerd, hoe de koeien leven, wat voor voer ze hebben gehad en of het melkveebedrijf duurzaam draait of niet.

Een groeiende groep consumenten heeft serieus geld over om te weten, en medeverantwoordelijkheid te dragen, dat het goed zit met de zuivel die zij consumeert en dat ze geen intensieve dierhouderij steunt. Ook zijn de supers en consumenten het ‘anonieme witte goedje’ een beetje moe, zo zei een Duitse supermarktbaas 2,5 jaar geleden al op een belangrijk zuivelcongres. Een probleem was volgens hem dat er te veel verdringing was, waardoor niemand meer iets verdiende. Niet bij de supermarkten en niet in de zuivelketen.

Was de Nederlandse weidemelk eigenlijk niet al een voorloper?

Om aan de veranderde behoefte tegemoet te komen en om de eigen concurrentiepositie te verbeteren, ontwikkelen verwerkers en supermarkten meer bijzondere melkstromen. Voor Nederland was het behoorlijk nieuw toen Royal A-ware en Albert Heijn eind 2017 aankondigden dat ze samen een productieketen wilden opzetten voor extra duurzame huismerkzuivel. Buiten Nederland waren toen al diverse initiatieven opgestart. Duitsland was in 2017 al volop bezig met melk geproduceerd zonder genetisch veranderde veevoeders. Ook kozen enkele bedrijven al voor glyfosaatvrije productie.

Inmiddels lijkt de opmars van gangbaar-duurzame zuivellijnen niet meer te stoppen. Maar was de Nederlandse weidemelk eigenlijk niet al een voorloper?

Vlucht naar voren

Albert Heijn koos voor een vlucht naar voren, om tegemoet te komen aan de wensen van de consument en om niet steeds door ngo’s op het matje te worden geroepen. Het vroeg A-ware een zuivelstroom te ontwikkelen die aan alle belangrijke duurzaamheidseisen van deze tijd voldoet, tegen een maximale plus van 3 cent per kilo. Dit bracht ook de concurrentie in actie.

Productie van duurzame huismerkzuivel voor Albert Heijn bij de vestiging van A-ware in Coevorden. Behalve hier vindt ook productie plaats bij Arla in Nijkerk. - Foto: Gerrit Boer
Productie van duurzame huismerkzuivel voor Albert Heijn bij de vestiging van A-ware in Coevorden. Behalve hier vindt ook productie plaats bij Arla in Nijkerk. - Foto: Gerrit Boer

Merkspelers als FrieslandCampina en Arla zagen dat ze niet achter konden blijven. Hetzelfde geldt voor andere supermarktketens, zoals Jumbo. Voor Arla was het iets minder dringend om snel actie te ondernemen, want het is al behoorlijk sterk met biologische zuivel. FrieslandCampina kon het niet laten gebeuren dat huismerkzuivel duurzamer is dan haar gangbare merkproducten. Daarom kondigde de zuivelreus in mei van dit jaar de lancering van een eigen Top-Zuivellijn aan, met een plus van maximaal 3,5 cent. Dat was weer mede aanleiding voor Cono om de eigen standaarden aan te scherpen, met ook een plus. De Noord-Hollandse coöperatie is zo’n stap eigenlijk ook aan haar stand verplicht. Het is immers nodig om de hoogste melkprijs te blijven uitkeren.

Topzuivel RFC voor consumptie en kaas

FrieslandCampina heeft haast met de Top-Zuivellijn. In mei is het aangekondigd, de eerste producten moeten begin 2019 in de winkel liggen. In enkele regio’s is begonnen met de werving van leveranciers.

Productie van biologische zuivel van FrieslandCampina in Maasdam. In deze vestiging wordt vanaf 1 januari 2019 ook Top Zuivel ‘on the way to PlanetProof’ geproduceerd. - Foto: Ronald van den Heerik
Productie van biologische zuivel van FrieslandCampina in Maasdam. In deze vestiging wordt vanaf 1 januari 2019 ook Top Zuivel ‘on the way to PlanetProof’ geproduceerd. - Foto: Ronald van den Heerik

Voor consumptiezuivel, die enkel wordt geproduceerd in Maasdam, kunnen leden vanuit ruwweg West-Nederland meedoen, voor kaas kunnen leden vanuit vooral Oost-Nederland zich aanmelden. Hun melk moet naar Steenderen. FrieslandCampina wil dit niet officieel bevestigen, want alles is nog onder voorbehoud van akkoord en certificering door de Stichting Milieukeur. Die moet ook nog de definitieve criteria vaststellen voor ‘on the way to PlanetProof’.

10%

melkplas RFC ‘Topzuivel-geschikt’

120

miljoen kilo aanvangsstroom

2 + 1,5 cent

gestaffelde plus bij RFC

3

cent maximale plus bij A-ware

Hoewel deelname openstaat voor alle leden die willen, is de praktijk dat de Top-Zuivellijn begint met een beperkt volume. FrieslandCampina wil niet zeggen hoe groot precies, maar op ledenvergaderingen is 100 miljoen kilo genoemd. Uit een eerdere inventarisatie blijkt dat uiteindelijk zo’n 10% van de totale melkaanvoer geschikt kan zijn.

Belangrijk bij de opzet van de nieuwe productlijnen is de borging, want die staat garant voor de geloofwaardigheid ervan. Om de borging te regelen, zijn 2 benaderingen mogelijk: externe borging volgens een vaste maatstaf, zoals die van de Stichting Milieukeur (SMK), en borging volgens een dynamisch model, gecertificeerd door externe partijen. Wat het beste is, lijkt meer een kwestie van smaak en presentatie dan van inhoud. Immers, in alle gevallen hebben partijen belang bij een zo geloofwaardige borging. Zou de methode niet deugen, dan ligt de reputatie van het product in duigen.

2 wegen naar duurzame borging

FrieslandCampina en coöperatie NoorderlandMelk (officieel de Stichting Natuurlijk Melken 2050 (SNM 2050)) hanteren de eerste methode. SNM 2050 was overigens de partij die het eerst met SMK in zee ging. Daarna volgde FrieslandCampina.

Het SMK-logo dat op Top-Zuivelpakken komt.
Het SMK-logo dat op Top-Zuivelpakken komt.

De nieuwe duurzame zuivel volgens deze wijze van borging wordt gelanceerd onder het internationale keurmerk ’on the way to PlanetProof’. Om het keurmerk te mogen dragen, moet melk voldoen aan zowel eisen van diergezondheid en dierenwelzijn als van biodiversiteit en klimaat. Daarnaast moet de melk voldoen aan de criteria voor weidegang en grondgebondenheid. Deelname staat open voor alle zuivelproducenten die aan de criteria voldoen.

Bij de SMK-methode wordt de lat wel heel hoog gelegd (bijvoorbeeld op gebied van klimaat, grondgebondenheid en dierenwelzijn), maar blijven de criteria ook vrij statisch, zo is de kritiek. Want eenmaal vastgelegde criteria zijn vaak het gevolg van (langdurig) overleg en moeizaam bereikte compromissen. Die pas je niet zomaar weer aan, al is aanpassing ook weer niet onmogelijk.

Na glyfosaatvrije productie en CO2-arme melk lijkt het wel even gedaan met de reeksen van nieuwe eisen

A-ware en Albert Heijn, en ook Cono Kaasmakers, hanteren de tweede methode. Voordeel van een dynamisch model is dat je gemakkelijker en sneller op de wensen van de markt kunt inspelen. Het model beweegt mee met de wensen van de spelers in de samenwerking, zonder dat ook nog een externe toezichthouder (die waakt over de oude afspraken en bestaande compromissen) moet worden meegenomen. Voor de kwaliteitsborging zijn er genoeg externe bureaus. Nog een voordeel van de dynamische methode is dat je de productieketen beter bij de les houdt. Al heeft dit volgens critici het nadeel dat het veehouders soms te weinig zekerheden biedt. Het ziet ernaar uit dat deze dynamische methode het meest populair gaat worden.

Duurzame ketens in Frankrijk en GB

Duurzame ketenproductie van dagverse zuivel, zoals die nu in Nederland van start is gegaan, vindt in buurlanden nog maar vrij weinig navolging. Toch is extra duurzame zuivel beslist niet uniek voor Nederland. In Groot-Brittannië heeft Arla een overeenkomst gesloten met Aldi Great Britain voor de productie van extra duurzame zuivel van Britse bodem. Dat gaat onder de titel ’Arla UK 360’. Heel veel concreets is er nog niet over bekend, maar het moet wel een nieuwe standaard voor duurzaamheid in Groot-Brittannië neerzetten.

In Frankrijk is Sodiaal, zustercoöperatie waar FrieslandCampina al meer ideeën van overnam, druk bezig met de productie en vermarkting van CO2-arme zuivel. Dit gaat onder het merk Candia. Doel is om de CO2-emissie tegen 2025 met 20% te verlagen bij Sodiaal. Ook andere Franse zuivelondernemingen, zowel groot (Danone) als klein, zijn volop bezig om ‘lait bas carbone’ te produceren. Sodiaal benadrukt ook andere aspecten, zoals dierenwelzijn, bij het aanprijzen van haar melk.

Een dynamische ketenafspraak lijkt ook het beste bij het huidige tempo van veranderingen te passen. Het is niet zo dat de eerste aanpassing van de nieuwste eisen al weer op de loer ligt. Na glyfosaatvrije productie en CO2-arme melk lijkt het wel even gedaan met de reeksen van nieuwe eisen, maar niets is zeker. Wel is merkbaar dat meer zuivelbedrijven zijn gaan nadenken over de productie van glyfosaatvrije of CO2-arme zuivel.

Beieren voorop met glyfosaatvrij

In Zuid-Duitsland zijn er, in navolging op Berchtesgadener Land, inmiddels 16 kaasmakers die het het gebruik van glyfosaat verbieden. Het betreft meest kleinere kaasmakers, maar toch ook 4 of 5 grotere producenten doen mee. Duitse boerenorganisaties staan er niet bij te juichen, want aan een totaalverbod op het gebruik van glyfosaat willen ze niet meewerken. Bij de melkleveranciers van de kaasmakers valt echter weinig gemopper te horen. Ze hoeven weinig te laten voor een verbod. Veel mais telen ze toch niet. Ondertussen maakt het hun melk en kaas meer gevraagd.

Overvraagd of markt

Voor een behoorlijke groep melkveehouders moeten de eisen niet verder gaan. Zij vinden zich ook zonder die ontwikkelingen al overvraagd en menen dat de zuivel geen baas meer is over de eigen keten. Grote supermarkten en ngo’s leggen volgens deze veehouders hun wil op aan de zuivel.

De vraag is of dit zo kan worden gesteld. Zou de eigen Nederlandse zuivel niet meegaan met nieuwe ontwikkelingen, dan doen buitenlandse spelers dat. Dan komen hun producten op de beter renderende plekken in het schap te liggen. Zo heeft de Belgische zuivel zich lang verzet tegen de komst van weidemelk, omdat er geen markt voor zou zijn. Intussen zijn alle belangrijke spelers daar actief met weidemelk. Wel is de vergoeding aan de veehouders veel lager dan in Nederland. In Duitsland is het niet anders.

Laatste reacties

  • farmerbn

    Al tientallen jaren bestaat er aoc- melk in Frankrijk. Boeren die in een bepaald afgeschermd gebied wonen kunnen dan voor dat concept kiezen. Ze moeten bv een lokaal ras hebben en meer grasland dan maisland. Sommige aoc's verbieden ingekuild voer. Franse consumenten zijn dol op aoc-zuivel en betalen daar een flinke prijs voor. Mijn buurman met Normandische koeien krijgt momenteel 44 cent per liter voor zijn aoc-melk. Hij heeft twee keer meer grasland dan maisland. Wil je fh, blaarkoppen of lakenvelders beschermen dan is dit een mogelijkheid.

  • 0064376

    De suggestie dat "gewone melk" van intensieve veehouderij komt klopt niet...

Of registreer je om te kunnen reageren.