Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Aanbod grondstoffen voor biologische voeders beperkt

De teelt van grondstoffen voor biologische voeders blijft achter bij de groei van de biologische veeteelt. Een uitdaging voor voerbedrijven.

Afgelopen jaar startten 136 gangbare melkveebedrijven met het omschakeltraject naar bio. Daarmee stijgt het aantal biologische melkveebedrijven in Nederland komende jaren in rap tempo naar 565. Tegelijk is de druk op voerbedrijven om voldoende biologische voeders voor klanten beschikbaar te hebben, flink opgelopen. Voornaamste reden is een kleinere oogst afgelopen seizoen in belangrijke grondstof leverende landen, in combinatie met een toenemende vraag in meerdere sectoren.

Een tegenvallende oogst in belangrijk exporterende landen heeft de aanvoer van biologische grondstoffen beperkt. - Foto: Fred Libochant
Een tegenvallende oogst in belangrijk exporterende landen heeft de aanvoer van biologische grondstoffen beperkt. - Foto: Fred Libochant

Hoe krap de markt is, werd pijnlijk duidelijk tijdens een recente – naar later bleek tijdelijke – blokkade van een partij biologisch tarwe uit de Russische Federatie. De blokkade duurde langer dan verwacht. Het ging om een dusdanig groot volume dat voerproducenten in de problemen dreigden te komen. Natuurlijk is tijdelijk wel te schuiven met grondstoffen, maar gezien het feit dat ook andere grondstoffen beperkt beschikbaar zijn, houdt dit snel op.

Moet biologische melkveehouder zich zorgen gaan maken?

De vraag rijst of bio-melkveehouders zich zorgen moeten gaan maken over de beschikbaarheid en prijsontwikkeling van biologisch krachtvoer en biologische enkelvoudige grondstoffen.

Op de Nederlandse markt voor bio-rundveevoerders zijn 4 grotere spelers; Reudink (dochteronderneming van ForFarmers), Agrifirm, Van Gorp Biologische Voeders en Agruniek Rijnvallei. Daarvoor bevinden zich diverse handelsbedrijven in biologische grondstoffen. Sinds 1 oktober 2014 produceert Reudink ook de biologische veevoeders voor Agrifirm. Vanwege de sterk fluctuerende prijzen sluiten veel voerbedrijven contracten voor een periode van 4 maanden.

Daarnaast is er handel in losse partijen, al is dat gezien het krappe aanbod een steeds grotere uitdaging. De handelsbedrijven halen hun biologische grondstoffen voornamelijk uit de EU en Oost-Europese landen als Oekraïne, Rusland en de Baltische Staten. Ook komt er een beperkte hoeveelheid uit Zuid-Amerika, al is deze regio vanwege risico op contaminatie met gangbare of GMO-grondstoffen voor veel handelsbedrijven een no-goarea.

Bij Reudink worden zowel de inkomende grondstoffen als de geproduceerde mengvoeders onderworpen aan verschillende kwaliteitscontroles. Zo worden grondstoffen door middel van een NIR analyse beoordeeld op een aantal belangrijke nutriënten.
Bij Reudink worden zowel de inkomende grondstoffen als de geproduceerde mengvoeders onderworpen aan verschillende kwaliteitscontroles. Zo worden grondstoffen door middel van een NIR analyse beoordeeld op een aantal belangrijke nutriënten.

Meningen verdeeld over ernst situatie

De meningen over de ernst van de situatie zijn verdeeld en variëren van: ‘de markt lost dit wel op’ tot ‘het is verstandig om even te wachten met het toelaten van nieuwe omschakelaars’. Partijen lijken het er wel over eens dat bij een pleidooi voor omschakeling naar biologische veeteelt meer aandacht moet zijn voor het volume beschikbare grondstoffen.

‘Mengvoerproductie was in gevaar’

Ondanks verschil in houding is duidelijk dat een aantal voerproducenten met samengeknepen billen heeft zitten wachten totdat de partij met Russische tarwe werd vrijgegeven. Een van de mengvoerbedrijven geeft ruiterlijk toe dat de productie bij het niet doorgaan van de levering direct in gevaar was gekomen. Aangezien veel mengvoerbedrijven in dezelfde vijver vissen, kan het niet anders dan dat meer partijen in spanning hebben gezeten. Veel alternatieven waren niet voorhanden. Binnen de sector is dan ook de vraag opgeworpen wat te doen als de productie daadwerkelijk stilvalt. Er gaan stemmen op voor een noodplan, bijvoorbeeld een tijdelijke toelating van een bepaald percentage gangbare grondstoffen, maar duidelijk is dat een aantal partijen het daarvoor nog te vroeg vindt. Daarbij zou Brussel toestemming moeten geven.

Markt bio-rundveekrachtvoer omvat circa 34.000 tot 60.000 ton

Harde cijfers wat betreft de omvang van de Nederlandse markt voor biologische rundveekrachtvoeders ontbreken. Schattingen variëren van 34.000 tot 60.000 ton. Een nauwkeurige schatting is lastig vanwege de grote variatie in krachtvoergift per bedrijf. Duidelijk is dat het niet alleen de groeiende biologische melkveesector is die krapte op de markt veroorzaakt. En al helemaal niet de groei van de Nederlandse tak. De groei van bio in Frankrijk en Duitsland is in die zin veel bepalender. Ook deze landen zijn wat betreft de aanvoer van grondstoffen niet zelfvoorzienend. Wat betreft de verschillende sectoren is het vooral de groei in de biologische pluimvee- en varkenshouderij die de laatste jaren de meeste impact op de voermarkt heeft gehad. Natuurlijk heeft dit wel weer zijn weerslag op de biologische melkveehouderij.

Vooral de groei in de biologische pluimvee- en varkenshouderij heeft de laatste jaren de meeste impact op de voermarkt gehad. Natuurlijk heeft dit weer zijn weerslag op de biologische melkveehouderij.

Al jaren krappe markt voor biologische grondstoffen

Dat er krapte is op de markt voor biologische grondstoffen, is op zich geen nieuw fenomeen. Al jaren moeten mengvoerbedrijven goed hun best doen om aan de toenemende vraag te voldoen. Door de beperkte aanvoer van grondstoffen moet de samenstelling van mengvoer worden aangepast. Dit kan volgens de voerbedrijven tot op heden zonder de voederwaarde negatief te beïnvloeden. Bij een krappe aanvoer wordt in het algemeen het eerste gestopt met de levering van enkelvoudige grondstoffen. Dit is goed te verklaren. Als het erop aankomt, geven ze voorrang aan het beleveren van meerdere klanten met mengvoer in plaats van een klant met een vrachtje enkelvoudige grondstoffen.

Door de beperkte aanvoer van grondstoffen moet de samenstelling van mengvoer worden aangepast. Dit kan volgens de voerbedrijven tot op heden zonder de voederwaarde negatief te beïnvloeden.

Supermarkten zijn meer werk gaan maken van verkoop biologische voeding

Voornaamste reden voor krapte op de markt lijkt het feit dat sinds 2014 supermarkten zich meer op de verkoop van biologische voeding zijn gaan toeleggen. In reactie op toenemende afzet groeit de biologische veeteelt, terwijl de teelt van voedergrondstoffen achterblijft. In Nederland is de simpele verklaring dat de grond veel te duur is om granen te telen voor biologisch voer. Saldotechnisch is het veel aantrekkelijker om biologische gewassen als peen, ui, wortelen of aardappelen te telen. Wat betreft vruchtwisseling kiezen akkerbouwers vanwege het gunstige bodemeffect al snel voor grasklaver en niet voor de teelt van biologische granen. Dit betekent dat deze grondstoffen van verder weg moeten komen, uit landen met relatief lage grond- en arbeidskosten.

Biologische veeteelt leunt op Oost-Europa

Al met al betekent dit dat de biologische voersector in grote mate afhankelijk is van het aanbod aan grondstoffen in Oost-Europa. Daarom is de wijze waarop Europa de herkomst van ‘regionale’ grondstoffen definieert van wezenlijk belang.

Wat betreft de handel met Oost-Europa ligt er een grote uitdaging voor controle-organisaties als Skal Biocontrole. Niet voor niets werd vorig jaar specifiek voor Oekraïne en bepaalde buurlanden op Europees niveau een apart importprotocol opgesteld, waarbij partijen moeten worden vrijgegeven door een controlerende instantie. Productintegriteit is zeker voor bio van het grootste belang. Dat de genomen maatregel niet voor niets is, bewijst dat van de 125 monsternames die Skal in 2016 verzorgde onder de zogenoemde Oekraïne Guideline, 9 partijen werden gedecertificeerd. Het ging om partijen mais, raapzaad en lijnzaad, allen afkomstig uit de Russische Federatie. Over de recente blokkade van schepen met tarwe uit Rusland wil Skal niet uitweiden. De controle-organisatie spreekt van een standaard situatie. De handel geeft aan dat het te maken had met het wel of niet begassen van granen. Het begassen van graan tegen insecten met fosfine is bij bio niet toegestaan.

Tijdelijke groeistuip

Al met al blijkt de vraag of biologische melkveehouders zich zorgen moeten maken over het aanbod van biologische voeders niet zo eenvoudig te beantwoorden. Het lijkt te gaan om een tijdelijke groeistuip die de markt zelf moet oplossen. Voor wat betreft de korte termijn is het voor het aanbod vooral van belang hoe de oogst van biologische grondstoffen in de EU en Oost-Europa uitpakt. Een goede oogst kan de markt zomaar wat lucht geven. Zijn de vooruitzichten in Zuid-Europa en de Baltische Staten tot op heden niet al te best, uit Oost-Europese landen als Oekraïne en Roemenië komen positievere signalen. Duidelijk is dat opnieuw een slechte oogst, gezien de zeer beperkte voorraden, erg nadelig kan uitpakken. Prijzen kunnen in dat geval verder oplopen en veehouders moeten dan rekening houden met een nóg beperkter aanbod van enkelvoudige krachtvoerders. Diverse voerleveranciers raden biologische veehouders aan om mogelijkheden voor eigen voerteelt nog eens goed onder de loep te nemen.

Vraag naar Vlog-voeders kan flink gaan toenemen

Naast de flink toegenomen vraag naar biologisch veevoer, neemt in Europa ook de vraag naar veevoer dat zonder gentechnologie is geproduceerd in rap tempo toe. Vooral de Duitse markt vraagt hierom. Prijsvechters als Aldi en Lidl zijn aanjagers van een campagne om in Duitsland zoveel mogelijk soorten zuivel met het Duitse Vlog-label (gegarandeerd GMO-vrij) in de schappen te krijgen.

FrieslandCampina en Cono startten recent in Nederland met pilots voor de productie van GMO-vrije kaas voor de Duitse markt. Voor wat betreft de pilots zijn er volgens de Nederlandse voerbedrijven voldoende grondstoffen voorhanden. Europese soja is gegarandeerd GMO-vrij vanwege een Europees teeltverbod.

Het volume Europese soja is echter beperkt en mocht de vraag na deze pilots snel toenemen, dan moet worden gezocht naar andere mogelijkheden. Dat dit scenario niet onrealistisch is, bewijst het feit dat Arla al heeft aangegeven in Denemarken op grotere schaal met GMO-vrije zuivel aan de slag te willen gaan. Henk Flipsen, directeur van diervoederkoepel Nevedi, voorziet dat het organiseren van een voldoende grote en ook nog betaalbare stroom veevoer die gegarandeerd vrij is van transgene ‘verontreiniging’, nog een hele uitdaging wordt.

Lees meer over biologische melkveehouderij en het omschakelen van gangbaar naar biologisch

Foto

  • Met behulp van een zeef wordt gecontroleerd op eventuele verontreiniging van de grondstoffen. - Foto: Joris Telders

    Met behulp van een zeef wordt gecontroleerd op eventuele verontreiniging van de grondstoffen. - Foto: Joris Telders

{{foto,4}}

Eén reactie

  • Jaap39

    Interessant artikel. Je kunt je afvragen op het moment dat de consumenten weten dat er enorme hoeveelheden krachtvoer soja tarwe nodig is uit Oekraïne of de vraag naar bio dan nog zo zal blijven groeien. Certificeren door SKAL in Nederland is niet gemakkelijk, laat staan de voerimporten uit landen als Oekraïne.
    Dan zou ik toch voor GMO vrij gaan ipv bio. Die stroming van gmo vrij is helder, bio weet je niet blijkt uit artikel.

Of registreer je om te kunnen reageren.