Home

Nieuws

KJV: akkers zijn geen ecologische woestijnen

Landbouwakkers zijn geen ecologische woestijnen, zoals in 2017 door velen beweerd werd. Het volume bodemdieren en insecten op voederbieten- en maispercelen is zelfs ‘hoog’, vooral op voederbietenpercelen.

Voor bodemdieren tot wel 100.000 per hectare, voor insecten een veelvoud daarvan. Wel is de soortenrijkdom wat beperkt. Dat blijkt uit een tweejarig onderzoek (2018 en 2019) op voederbieten- en maispercelen van vijf Gelderse bedrijven, uitgevoerd door de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KJV).

Meer insecten in voederbieten

Uit het onderzoek blijkt dat de voederbietenteelt wat meer variatie aan insecten oplevert, dan die van mais en meer perspectief biedt als broed- en leefgebied voor vogels en zoogdieren. Uit de 600 steekproeven blijkt dat de meeste insecten zijn aangetroffen in de randen van de akkers, zowel bij mais als voederbieten. Spuit- en mestvrije akkerranden verbeteren de biodiversiteit, ook al wordt de rest van het perceel wel intensief gebruikt. Inzet op akkerrandenbeheer waar niet gespoten en bemest wordt is daarmee een aanbeveling van de KJV. Overigens is er geen verschil aangetoond in het voorkomen van plantensoorten tussen biologische en gangbare bedrijven. Daarvoor is het bemestingsniveau te hoog, volgens de onderzoekers.

Verrassende resultaten

KJV-ecoloog Wim Knol noemt de resultaten verrassend. “Het interessante is dat er een grote hoeveelheid insecten voorkomen in zowel mais als in voederbieten. Ook zijn er het hele jaar door, tot in december, insecten gevonden in beide gewassen. Dat is belangrijk is voor o.a. boerenlandvogels.” Knol noemt de resultaten ‘verrassend’, omdat in 2017 werd gesproken over landbouwakkers als ecologische woestijnen en een afname van insecten met 70%. De ecoloog benadrukt wel dat dit onderzoek op een relatief kleine steekproef gebaseerd is. Hij versterkt de bevindingen met een recent gepubliceerde studie, waar uit blijkt dat de afname van insecten veel minder groot is dan gedacht.

Neonicotonoïden

Er is geen significant verschil gevonden in het voorkomen van insecten vóór en na het verbod van het gebruik van neonicotonoïden. “Daaruit zou kunnen blijken dat de rol van neonicotonoïden wellicht toch anders uitpakt dan gedacht. Uiteraard is grootschaliger onderzoek nodig om hier meer inzicht in te krijgen”, aldus de onderzoekers. Het verbod op het middel is tijdens de looptijd van dit onderzoek ingevoerd.

‘Voederbiet past bij natuurinclusief’

Projectleider bij het Nutriënten Management Instituut (NMI) Wim Bussink ziet veel voordelen in voederbieten. “De teelt van voederbieten biedt zowel op ecologisch als op milieutechnisch gebied voordelen. Daarmee is het een zeer kansrijke teelt in het kader van natuurinclusieve landbouw. Alleen al in de provincie Gelderland zou tot 5.000 hectare snijmais vervangen kunnen worden door de teelt van voederbieten. We zien in het onderzoek dat de boeren die er mee begonnen zijn ook deze teelt doorzetten. De teelt vergt specifieke kennis, de voor-investering is hoger dan bij snijmais en de economische en milieuvoordelen zijn nog onvoldoende. Om het echt als duurzame ontwikkeling in te zetten is een landelijke partij nodig deze teelt oppakt en de verdere uitrol coördineert.”

De teelt van voederbieten biedt zowel op ecologisch als op milieutechnisch gebied voordelen

Het onderzoek is onderdeel van het POP3 project ‘Natuur inclusieve landbouw met de voederbiet’ waarin de KJV samenwerkte met NMI, Agruniek Rijnvallei,vier agrarische bedrijven, New Businesses Agrifood en de drie Gelderse waterschappen. Het onderzoek is gefinancierd door de provincie Gelderland en de Europese Unie en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Of registreer je om te kunnen reageren.