Home

Nieuws 8 reacties

Regionaal mestbeleid, ingrijpen bouwplan op tafel

Het mestbeleid gaat zich meer richten op een regionale aanpak. Ook wordt mogelijk ingegrepen in het bouwplan van akker- en vollegrondsgroentebedrijven.

Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) wil de maatregelen in het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn meer toespitsen op gebieden waar de waterkwaliteitsproblemen zijn en op de landbouwbedrijven die deze problemen veroorzaken. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer over de Nederlandse invulling van de Europese nitraatrichtlijn voor de periode van 2018 tot 2022.

Precisiebemesting

Van Dam wil, op advies van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet, mogelijkheden van gebruiksvoorschriften, inclusief precisiebemesting, teeltmaatregelen en gewasrotaties gaan benutten om de doelen van het mestbeleid te realiseren. Van Dam wil hierbij de teelt van groenbemesters en vanggewassen en het gebruik van precisiebemesting stimuleren. Ook overweegt hij maatregelen om de teeltplannen in de akker- en tuinbouw minder intensief te maken en de uitrijtermijn van mest op bouwland aan te passen. De gebruiksnormen worden mogelijk aangepast bij hogere opbrengst, maar dit mag geen negatief effect op de waterkwaliteit tot gevolg hebben. Aanscherpen van de normen sluit Van Dam ook niet uit. Het stelsel van fosfaatgebruiksnormen wordt geactualiseerd waarbij ook de meetmethode en bemonsteringsmethode van de bodem worden aangepast.

Bedrijfsspecifieke managementsystemen

Van Dam is onder zeer strikte voorwaarden bereid om ruimte te bieden aan bedrijfsspecifieke managementsystemen als verantwoording voor mineralengebruik."Daar waar er spanning zit tussen wensen voor versoepeling van normen en voorschriften enerzijds en het realiseren van een betere waterkwaliteit anderzijds, kies ik voor het laatste, ook omdat ik een nieuwe derogatie voor de periode 2018-2021 niet op het spel wil zetten", aldus Van Dam.

Ondiep grondwater

Hoewel de maatregelen tot nu toe effect hebben gehad, wordt nog niet overal aan de doelstelling van maximaal 50mg nitraat per liter in het ondiepe grondwater voldaan. Met name in het zand- en lössgebied in Noord-Brabant en Limburg, maar ook op een deel van de zandgronden in de rest van het land, wordt de norm niet of nauwelijks gehaald. De vermindering van de nitraatverliezen daalt de laatste jaren. “Een nieuwe impuls om de dalende lijn voort te zetten lijkt nodig”, aldus Van Dam. Hij merkt op dat bij de zand- en lössgronden onder bouwland een hoger nitraatgehalte gemeten wordt dan onder grasland. Dat komt vooral door de uitspoelingsgevoelige teelten op bouwland, zoals mais en aardappelen. Bedrijven met veel gewassen die jaarrond de bodem bedekken, zoals gras, laten in het algemeen de laagste nitraatwaarden in het grondwater zien, aldus Van Dam.

Kwaliteit oppervlaktewater

De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren verbeterd, al zet de dalende trend voor stikstof en fosfaat niet overal door. In het Noorden is zelfs sprake van een stijging. Vervuiling van het oppervlaktewater wordt meer dan grondwater ook door andere bronnen dan de landbouw veroorzaakt, zoals kwel en riooloverstorten. Volgens recent onderzoek van Wageningen UR was in de periode 2010–2013 54% van de totale stikstofaanvoer naar regionale wateren afkomstig uit de landbouw, voor fosfaat was dit 56%.

Laatste reacties

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.