Redactieblog

1 reactie

‘Voorzienbaarheid’

Er wordt in het recht nogal eens een punt gemaakt van de voorzienbaarheid. We zien dat bijvoorbeeld bij planschade.

Als een negatieve ontwikkeling al was vastgesteld in ruimtelijke besluiten toen je je huis of bedrijf kocht, dan kun je later – als die ontwikkeling zich daadwerkelijk blijkt te voltrekken – geen planschade claimen.

Ander voorbeeld: in onze gemeente worden nu ooit uitgegeven bouwkavels ingetrokken. Je krijgt nog een of twee jaar om de woning alsnog te realiseren en dan is het afgelopen. Daarmee wordt ‘voorzienbaarheid’ gecreëerd en kun je (volgens de gemeente) de planschade wel vergeten. Je kon het immers weten en er rekening mee houden. Het overkwam trouwens ook de nertsenhouders die uit de lange discussies over de nertsenhouderij hadden moeten afleiden dat het op enig moment wel eens verboden zou kunnen gaan worden. Maar goed, die kregen dan nog een termijn van tien jaar om iets anders te bedenken.

Voorzienbaarheid in fosfaatzaak

Ook in de fosfaatzaak dook het begrip weer op: was de regeling voor de melkveehouders nou niet te voorzien geweest, zodat de overheid terecht geen rekening hoefde te houden met de toch tot stand gekomen uitbreidingen? Gelukkig ging de Haagse kortgedingrechter daar niet in mee.

Begrip steeds verder opgerekt

Ik heb toch de indruk dat het begrip voorzienbaarheid steeds verder wordt opgerekt. Het zou beperkt moeten worden tot het moment dat er een document naar buiten komt met duidelijke, concrete en harde aankondigingen van nieuwe ontwikkelingen (in de ruimtelijke ordening) of nieuwe wetgeving (zoals bij fosfaatrechten). In het laatste geval ligt daar een duidelijk moment: 2 juli 2015. Toen werd immers de nieuwe wet, en de hoofdlijnen van wat daar in zou staan, aangekondigd. Wat melkveehouders daarna nog doen, daar hoef je dan geen rekening mee te houden.

Fosfaatreductiestelsel

En het fosfaatreductiestelsel dan? Dat werd pas aangekondigd eind 2016. Vandaar ook die afwijkende referentiemomenten, voor het jongveegetal bijvoorbeeld 28 april 2017. Toch werkt het stelsel over de hele linie ook terug tot 2 juli 2015, namelijk voor de bepaling van het referentieaantal. Ja, en dat hoort dan volgens mij niet. Je kunt geen rekening houden met wat er nog niet is.

Eén reactie

  • nic1

    10 jaar om nog iets anders te bedenken voor de nertsenhouders?
    Eerst maar eens de totale bedrijfswaarde, die dus totaal verdampt is door dat verbod, bij elkaar proberen te werken in die 10 jaar. Pas dan kun je gaan denken aan iets anders.
    En als u dan zegt; da's onmogelijk, dan denk ik dat u gelijk heeft. Zeker als de eerste 3 van die 10 verlies gevend zijn, zoals het geval is.
    Conclusie moet dus zijn dat deze sector groot onrecht is aangedaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.