Home

Achtergrond 4 reacties

Hoe CBS de stikstof- en fosfaatproductie berekent

Hoe berekent het CBS zijn prognose van fosfaat- en stikstofproductie van de veehouderij? Een overzicht van de uitgangspunten en aannames.

Terwijl de fosfaatproductie van de veehouderij met 160,7 miljoen kilo ruim 12 miljoen kilo onder het fosfaatplafond (172,9 miljoen kilo) ligt, zit de stikstofproductie met 506,4 miljoen kilo nog net 0,3% boven het plafond van 504,4 miljoen kilo. Dat blijkt uit de prognose voor de stikstof- en fosfaatproductie van de veehouderij in 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het zijn belangrijke cijfers; voor de derogatie moet de productie van stikstof en fosfaat onder het plafond blijven.

Dreiging generieke korting

Landbouwminister Carola Schouten reageerde streng: ze roept de sector op om in te grijpen en de stikstofproductie te verlagen, anders dreigt een nieuwe generieke korting.

De publicatie van de CBS-cijfers riep bij politici en belangenorganisaties direct vragen op over de berekeningen en aannames die het CBS doet. Een overzicht van de uitgangspunten en aannames.

Lees verder onder de grafiek. Klik op de tabbladen ‘Fosfaat’ en ‘Stikstof’ voor de gegevens.

* Definitief cijfer berekend met het gemiddelde aantal aanwezige runderen in 2017 en voor de overige dieren met de definitieve aantallen in de landbouwtelling van 2017 inclusief een correctie in verband met de Fipronil-affaire. ** De excretie in 2017 is berekend met de gemiddelde ruwvoersamenstelling van de afgelopen 5 jaar zonder de 2 meest extreme waarden. Deze berekeningswijze is conform de afspraak met de Europese Commissie. *** Voorlopige cijfers.

Totale fosfaatproductie

De totale fosfaatproductie van de veehouderij wordt berekend door de hoeveelheid fosfaat van melkvee, vleesvee, varkens, pluimvee en de categorie overig (waaronder geiten, schapen, nertsen, konijnen en paarden) bij elkaar op te tellen. Melkvee is verreweg de grootste producent met een geraamde fosfaatproductie van 77,4 miljoen kilo, 8,8 miljoen kilo minder dan in 2017.

Fosforgehalte in krachtvoer

De stikstofproductie ligt met 292,8 miljoen kilo ruim 4% boven het sectorplafond van 281,8 miljoen kilo. Dat de verhouding tussen de stikstof- en fosfaatproductie zo verandert, komt volgens het CBS doordat het fosforgehalte in het krachtvoer harder is gedaald dan het stikstofgehalte en doordat het stikstofgehalte in het ruwvoer de laatste jaren zelfs is gestegen. Door de grotere voerbehoefte van koeien is de stikstofproductie ook toegenomen, terwijl er geen hogere vastlegging van stikstof is in de melk, zoals bij fosfaat.

Aantal melkkoeien daalde

Om tot dit getal te komen, kijkt het CBS eerst naar de rundveestapel. Tussen 1 januari en 31 december 2018 daalde het aantal melkkoeien met 60.000 stuks, ofwel 4% van de melkveestapel. Het aantal stuks jongvee, kalveren, pinken en vaarzen in de melkveehouderij daalde met 150.000 stuks (15%). Normaal wordt de veestapel gebaseerd op peildatum 1 april van de landbouwtelling, maar omdat de veestapel zo is afgenomen door het fosfaatrechtenstelsel, is dat voor 2018 niet representatief. Daarom rekent het CBS met een gecorrigeerd aantal koeien op basis van I&R-gegevens op kwartaalbasis.

Lees verder onder de foto.

Het fosforgehalte in het mengvoer voor melkkoeien is in 2018 gedaald. - Foto: Peter Roek
Het fosforgehalte in het mengvoer voor melkkoeien is in 2018 gedaald. - Foto: Peter Roek

Mengvoer en ruwvoer

Tweede belangrijke parameter is het voer. Het fosforgehalte in het mengvoer voor melkkoeien is in 2018 met 0,1 gedaald naar 4,1 gram P/kg in 2018. Dat komt onder andere door de sectorafspraken die hierover zijn gemaakt. De hoeveelheid krachtvoer die gevoerd wordt, bepaalt CBS op basis van afzetcijfers van Nevedi. Uit de kwartaalrapportage blijkt dat in het laatste kwartaal van 2018 het P- en N-gehalte respectievelijk 2 en 4% lager waren dan in het vierde kwartaal van 2017.

Het ruwvoer bevatte in 2018 minder fosfor, maar meer stikstof dan het jaar ervoor. Voor fosfor gaat het CBS uit van een gehalte van 3,8 g/kg droge stof voor het graskuil tijdens de stalperiode en 3,9 tijdens de weideperiode.

Vers gras

Voor vers gras gaat het CBS ervan uit dat het fosforgehalte 3,9 g/kg droge stof was, in 2017 was dit nog 4,1. Het fosforgehalte in snijmais was met name in de weideperiode lager, met 1,8 ten opzichte van 2,1 g/kg droge stof in 2017. De cijfers zijn gebaseerd op de uitkomsten van 2017 en de voorlopige cijfers van 2018 van Eurofins Agro. Bemonsteringsgegevens van kuilen worden het hele jaar door verzameld, waardoor er rekening wordt gehouden met kwaliteitsverschillen. In de berekeningen wordt er rekening mee gehouden dat koeien voer krijgen uit verschillende jaren. De stikstofgehaltes in ruwvoer zijn in 2018 relatief hoog ten opzichte van 2017.

Arealen mais en gras

Omdat niet inzichtelijk is hoeveel gras en mais precies wordt gevoerd, wordt gekeken naar de arealen. Het verbruik van snijmais in 2018 is afhankelijk van de oogst van 2017. In dat jaar was het areaal snijmais iets kleiner dan het jaar ervoor. De opbrengsten, gebaseerd op de CBS-oogstraming, waren in 2017 beter dan het jaar ervoor. Het gebruik van graskuil en hooi is volgens CBS vrij constant. Er wordt daarom uitgegaan van gelijk verbruik in 2018 als in 2017.

Zwaardere koe

De voerbehoefte van koeien wordt gebaseerd op de nieuwe handreiking voor Bedrijfsspecifieke Excretie (BEX). Hierin is opgenomen dat het gemiddelde gewicht van koeien is gestegen van 600 naar 650 kilo. De gewichtstoename zal in de praktijk geleidelijk zijn gebeurd, maar wordt sinds het tweede kwartaal van 2018 meegenomen in de berekening. Zwaardere koeien hebben een grotere voerbehoefte.

Melkproductie steeg 2%

De melkproductie per koe nam in 2018 met 2% toe ten opzichte van 2017, naar 8.850 kilo. Dit is het voortschrijdend gemiddelde over de voorgaande 12 maanden. Het P-gehalte in melk is op basis van nieuw wetenschappelijk onderzoek in 2017 naar boven bijgesteld van 0,97 g/kg naar 1,012 g/kg. Mogelijk wordt de norm voor 2018 nog bijgesteld bij de definitieve cijfers.

Lees verder onder de foto.

In 2018 liepen er minder vleesvarkens rond in Nederland, vergeleken met 2017. - Foto: Koos Groenewold
In 2018 liepen er minder vleesvarkens rond in Nederland, vergeleken met 2017. - Foto: Koos Groenewold

Minder varkens

In 2018 werden op basis van de landbouwtelling 40.000 vleesvarkens minder gehouden dan in 2017 ( 0,7%). Het aantal fokzeugen daalde met 9.000 dieren (1,0%). Hoewel de cijfers worden gebaseerd op de landbouwtelling, varieert het aantal dieren wel per kwartaal. Dat komt omdat het eerste kwartaal nog is gebaseerd op de landbouwtelling 2017. Later in het jaar worden de aantallen gebaseerd op de voorlopige cijfers uit de landbouwtelling van 2018, die in oktober 2018 zijn gepubliceerd en in januari 2019 zijn herzien. De stikstof- en fosfaatexcretie van hokdieren worden berekend aan de hand van de excretienormen van 2017. Deze worden nog bijgesteld met de normen voor 2018. Een compleet beeld van de voersamenstelling in 2018 was echter nog niet beschikbaar.

Pluimvee

De fosfaatproductie van legpluimvee steeg in 2018 met 4% naar 21,1 miljoen kilo. Dit komt door herstel van de omvang van de veestapel na de fipronil-crisis. De fosfaatproductie van vleeskuikens daalde met 10% naar 6,5 miljoen kilo. Deze daling komt vooral doordat de vleeskuikens op een andere manier worden geteld. Eerder gaven pluimveehouders zelf aan hoeveel dieren ze hadden bij de landbouwtelling. Sinds 2018 wordt het aantal echter gebaseerd op de I&R-gegevens. Hierdoor waren er opeens 10% minder vleeskuikens. Vermoedelijk komt dat omdat boeren de stalcapaciteit opgaven in plaats van het werkelijk aanwezige aantal dieren.

De totale stikstofproductie van de pluimveestapel daalde met 1% naar 58,3 miljoen kilo. Ook deze cijfers zijn gebaseerd op de voersamenstelling van 2017 en wordt bij de definitieve cijfers in de zomer gebaseerd op de voersamenstelling van 2018.

Definitieve fosfaat- en stikstofproductie

In juli zal de definitieve fosfaat- en stikstofproductie van de veehouderij in 2018 bekend worden. Daarbij wordt ook een extra berekening uitgevoerd met gemiddelden voor ruwvoer over de laatste 5 jaar conform de afspraak met de EU, waarbij de extremen niet meegeteld worden. De resultaten beïnvloeden door maatregelen kan niet meer, omdat 2018 afgelopen is. Wel zullen er nog definitieve cijfers komen, die de uitkomsten in meer of mindere mate kunnen beïnvloeden. Het blijft dus nog spannend of de productie onder het stikstof- en fosfaatplafond blijft, zoals in de derogatievoorwaarden staat.

Laatste reacties

  • ghsmale

    Alles is gebaseerd op aannames.
    Het blijft een werkverschaffings project,
    behalve voor de boer die wordt er mee genaaid.

  • gjh

    die dwazen rekenen niet met werkelijke cijfers. Het is toch ongelooflijk dat we dit accepteren .

  • witrug123

    Witruggen op de foto!

  • gerben5

    Murphy gebruikt

Of registreer je om te kunnen reageren.