Home

Achtergrond 7 reacties

Nieuwe exportkanalen voor mestafzet nodig

Door het natte weer in dit voorjaar is een grote mestvoorraad ontstaan. Cumela verwacht dat eind augustus de voorraden niet zijn weggewerkt. Er zijn alternatieven nodig voor mestafzet.

In de afgelopen 20 jaar kwam het 3 keer voor dat de mestvoorraden in Nederland eind augustus niet zijn weggewerkt. Dat gebeurde in 2001, 2007 en dit jaar is dat weer het geval. “Slecht weer in het vroege voorjaar is altijd de belangrijkste oorzaak. Dit jaar waren er minder werkbare dagen voor het uitrijden van mest, met name in Zuid-Nederland”, zegt Hans Verkerk, secretaris meststoffendistributie van brancheorganisatie Cumela Nederland.

Een derde minder mest uitgereden in voorjaar

Een deel van de leden van Cumela houdt zich bezig met mesthandel en loonwerk, waaronder meststoffendistributie. “Normaliter is het mogelijk om 6 tot 7 weken mest uit te rijden, dit jaar hield het bij 2 tot 3 weken wel op. Veel percelen waren niet berijdbaar voor mestaanwending, de ondergrond bleef ook lang nat”, weet Verkerk. “Daardoor is in het voorjaar circa een derde minder mest uitgereden dan in andere jaren.”

Door het natte voorjaar waren er veel minder dagen om mest uit te rijden. Op 16 februari reed loonbedrijf Bouwhuis uit Den Ham mest uit bij een veehouder in de buurt van Wierden. - Foto: Michel Velderman
Door het natte voorjaar waren er veel minder dagen om mest uit te rijden. Op 16 februari reed loonbedrijf Bouwhuis uit Den Ham mest uit bij een veehouder in de buurt van Wierden. - Foto: Michel Velderman

Minder export naar Duitsland

Het inzakken van exportmogelijkheden van mest(verwerkingsproducten) naar Duitsland is ook een reden dat de mestvoorraad dit jaar groter is. “De regels in Duitsland zijn veranderd. Sinds juli 2017 wordt digestaat uit mestvergisters ook als meststof aangemerkt. Dat vult een deel van de mestplaatsingsruimte in Duitsland op, waardoor er minder afzetmogelijkheden zijn”, zegt Verkerk. “Door onzekerheid over de regelgeving hebben meer Duitse akkerbouwers kunstmest gestrooid en minder dierlijke mest aangewend.”

‘Normaliter is het mogelijk om 6 tot 7 weken mest uit te rijden, dit jaar hield het bij 2 tot 3 weken wel op’

Verplichte invoering van mestbemonstering

Een derde factor die bijdraagt aan minder plaatsingsruimte in Nederland is de verplichte invoering van mestbemonstering vanaf 1 oktober 2017 door erkende, onafhankelijke organisaties. De regeling moet zorgen dat de resultaten van de analyses overeenkomen met de werkelijke fosfaat- en stikstofgehalten van de vracht of partij.

“Voorheen bemonsterden boeren of mestdistributeurs zelf en dat leidde tot fraude en ongeoorloofde mestaanwending. De verplichte onafhankelijke bemonstering van de dikke fracties van varkens- en rundveemest geeft deze ruimte niet meer, waardoor er meer mest in de opslag blijft”, zegt Verkerk, die niet precies kan zeggen hoeveel mest er nog in opslag is. Hij verwacht wel dat er eind augustus nog mestvoorraad is, terwijl dat in jaren zonder een nat voorjaar, niet het geval is.

Hans Verkerk, secretaris meststoffendistributie van brancheorganisatie Cumela Nederland. Hij verwacht wel dat er eind augustus nog mestvoorraad is, terwijl dat in jaren zonder een nat voorjaar, niet het geval is. - Foto: Cumela
Hans Verkerk, secretaris meststoffendistributie van brancheorganisatie Cumela Nederland. Hij verwacht wel dat er eind augustus nog mestvoorraad is, terwijl dat in jaren zonder een nat voorjaar, niet het geval is. - Foto: Cumela

Extra opslagcapaciteit voor mest nodig

Een deel van de overschotmest kon dit jaar niet geplaatst, verwerkt of geëxporteerd worden. Voor deze mest is extra opslagcapaciteit nodig en opslag kost circa € 5 per kuub. “Een deel van de mest zit nog in bestaande mestopslagen bij veehouders, waar de mest is geproduceerd. En een deel bij intermediaire ondernemingen die hiervoor opslagcapaciteit beschikbaar hebben, aanleggen of erbij huren.”

Als intermediairs opslagcapaciteit bij boeren benutten, komt de mest (tijdelijk) op naam van de boer te staan. Als er volgend jaar weer plaatsingsruimte beschikbaar is, wordt deze mest alsnog geplaatst. Bestaande opslagcapaciteit bij intermediairs staat op naam van de intermediair. Als intermediairs nieuwe opslagcapaciteit bouwen of capaciteit huren, dan moeten ze deze opslagen bij RVO registreren (zie kader Mestopslag registreren en overdragen). In dat geval krijgt de intermediair de mest op naam en moet het registratienummer aan de opslag hangen.

Mestopslag registreren en overdragen

De overheid wil zicht houden op de hoeveelheid meststoffen in Nederland. Daarom moeten mestproducenten (veehouders), gebruikers (akkerbouwers) en intermediairs een administratie bijhouden van herkomst en bestemming van meststoffen. Mestintermediairs zijn verplicht om ook hun onderneming te laten registreren. Daarvoor kunnen zij zich aanmelden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De administratie bestaat uit het doorgeven van eindvoorraden meststoffen, aan- en afvoer van andere meststoffen (kunstmest), aan- en afmelden van mestopslagen, registratie van vervoermiddelen en apparatuur en het vooraf melden van mestexport.

Identificatienummer

Intermediairs die hun mestopslagplaats laten registreren bij RVO.nl krijgen een identificatienummer dat ze moeten opbrengen op de mestopslag. Een mestopslag kan maar bij één onderneming geregistreerd en in gebruik zijn. Intermediairs die een gevulde mestopslag overdragen naar een andere intermediair, moeten de inhoud hiervan verantwoorden. Alle aan- en afgevoerde dierlijke meststoffen in een geregistreerde silo zijn dan gewogen en bemonsterd en in de administratie (H1-staat of vergelijkbaar document) bijgehouden. Met deze gegevens is de voorraad op het moment van overdracht van de silo te bepalen. Overdracht van een gevulde mestopslag van een intermediair naar een landbouwbedrijf of vice versa of tussen landbouwbedrijven is niet mogelijk.

Verplicht administratie bijhouden

Ook agrarische ondernemers zijn verplicht om een administratie van productie, aan- en afvoer en gebruik van meststoffen bij te houden. Ook moeten ze jaarlijks vóór 1 februari aanvullende gegevens aanleveren bij RVO.nl. Dat geldt voor deelnemers aan derogatie en als RVO.nl schriftelijk vraagt om aanvullende gegevens aan te leveren. Hierbij gaat het om eindvoorraad van alle meststoffen (ook kunstmest) op 31 december met fosfaat- en stikstofgehaltes. Daarnaast vraagt RVO.nl om gegevens over aan- en afvoer van niet-dierlijke meststoffen, aantallen dieren per soort en aan- en afvoer van staldieren. Varkenshouders moeten een bezinklaag in hun mestopslag als aparte voorraad opgeven.

Mestkelders of -silo’s op leegstaande boerderijen

Voor het in gebruik nemen van de mestopslag is ook een melding of vergunningaanvraag bij het bevoegd gezag, meestal de gemeente, nodig. “Het benutten van mestkelders of -silo’s op leegstaande boerderijen helpt om het capaciteitsprobleem op te lossen. Met 3% stoppers per jaar levert dat extra mestopslagcapaciteit op.”

Volgens Verkerk worden er weinig nieuwe mestopslagen gebouwd, omdat het beperkt mest kunnen uitrijden vanwege nat weer in het vroege voorjaar zeker niet elk jaar aan de orde is. “Daar kun je niet op investeren. Als dat al gebeurt, zijn mestbassins met folie veel goedkoper dan betonnen mestopslagen, maar bassins zijn wel minder duurzaam en gaan minder lang mee.”

Mestafzetprijzen zullen verder oplopen

De verwachting is dat er tot aan 2019 druk blijft op de mestmarkt, omdat er dit jaar mestvoorraden overblijven. Mestafzet is duur en kost nu gemiddeld € 23 per kuub. De verwachting is dat de mestafzetprijzen verder oplopen. Hoe snel de voorraden in 2019 weggewerkt kunnen worden, hangt sterk af van de weersomstandigheden volgend voorjaar. “Omdat we minder mest kwijt kunnen in Duitsland door strengere regels, is het sowieso belangrijk dat er nieuwe mestafzetmarkten in het buitenland bijkomen”, zegt Verkerk.

‘In Tsjechië is een negatieve fosfaatbalans en dat biedt kansen voor afzet van dierlijke mest uit Nederland’

Cumela oriënteert zich al langer op landen als Polen, Hongarije en Oost-Duitsland. “Drie jaar geleden is gekeken naar retourmestvrachten naar Polen, waar behoefte is aan dierlijke mest, omdat de landbouwgronden arm zijn. Echter, verplichte installatie van AGR-GPS om transporten te volgen, bleek voor veel Poolse transportbedrijven te duur.”

Handelsmissie naar Tsjechië

Dit jaar organiseerde Cumela een handelsmissie naar Tsjechië voor 15 mestverwerkende bedrijven en mestexporteurs. Zij verdiepten zich in de kansen om mestverwerkingsproducten en mest af te zetten in dat land. Deze verkennende missie werd opgezet met de Nederlandse ambassade in Praag en de Landbouwraad in Warschau. “Tsjechië heeft een groot areaal akkerbouw. De veehouderij is er de afgelopen jaren flink afgenomen en daarmee ook de beschikbare hoeveelheid dierlijke mest. Daarnaast zijn in het verleden in Tsjechië weinig fosfaatmeststoffen gebruikt. Hierdoor is er een negatieve fosfaatbalans en dat biedt kansen voor afzet van dierlijke mest uit Nederland.”

In Tsjechië is de veehouderij afgelopen jaren flink afgenomen en daarmee de hoeveelheid mest. Dat biedt kansen voor mestexport vanuit Nederland naar Tsjechië. - Foto: Henk Riswick
In Tsjechië is de veehouderij afgelopen jaren flink afgenomen en daarmee de hoeveelheid mest. Dat biedt kansen voor mestexport vanuit Nederland naar Tsjechië. - Foto: Henk Riswick

Vanuit Nederland lijkt het gebied rondom Pilsen de meest logische regio om mest en mestverwerkingsproducten af te zetten. Deze regio is logistiek gemakkelijk te bereiken en de landbouw – voornamelijk akkerbouw – beslaat circa 50% van het totale gebied. “In Tsjechië willen ze bij voorkeur dierlijke mest in het najaar aanwenden. Dit land heeft veel kleigrond en de akkerbouwers willen structuurbederf in het voorjaar voorkomen.”

Mestverwerking stagneert

Uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit in Nederland kan de mestexport ook stimuleren, maar mestverwerking komt maar moeizaam van de grond. Met name door vertragende juridische procedures in de vergunningverlening voor nieuwe initiatieven. Ook hebben mestverwerkers in Noord-Brabant per 25 april 2018 te maken met strengere eisen van mestverwerking. Zoals verplicht mest hygiëniseren door deze te verhitten tot minimaal 70 graden, het beperken van uitstoot van stof en de verplichte op- en overslag van mest binnen, bij voorkeur in een luchtdicht systeem of luchtdicht afgesloten ruimte.

“De extra eisen betekenen extra kosten en dat maakt het lastig voor mestverwerkers om eraan te voldoen. We zien dan ook dat mestverwerking in ons land nog te weinig volume runder- en varkensmest uit de markt neemt. Mestverwerking biedt oplossingen, maar helaas is de vergunningverlening voor mestverwerking in alle provincies nog steeds een groot probleem.”

Overtredingen na gerichte controle NVWA

De mestsector staat in de schijnwerpers na berichten over fraude. Maar hoeveel bedrijven gingen er vorig jaar nou echt over de schreef?

In 2017 heeft de NVWA 4.062 controles uitgevoerd op naleving van de regels in de mestsector. Deze sector bestaat uit 25.700 mestproducenten (veehouders), 25.000 gebruikers (akkerbouwers) en 1.100 intermediaire ondernemingen (bijvoorbeeld transporteurs).

De NVWA deed 78 controles bij intermediairs, waarvan de helft in overtreding was. “Omgerekend gaat het om 3,5% van de intermediairs, die in overtreding is”, zegt Verkerk. Daarbij gaat het volgens hem niet om een willekeurige steekproef, maar controleert de NVWA alleen die bedrijven waarbij ze verwachten dat het niet klopt. “Dat gebeurt op basis van RVO-registraties, waarbij dan onwaarschijnlijkheden worden gevonden.” Waaruit de overtredingen bestaan, weet Verkerk niet.

Fraudeprikkel te groot

Volgens Rob Hageman, woordvoerder van de NVWA, wordt er nog gewerkt aan de rapportages mestcontroles 2017, waarna er meer duidelijkheid komt. De NVWA concludeerde in haar jaarverslag 2017 al dat meer handhaving de slechte naleving van de regels niet oplost, omdat de fraudeprikkel te groot is. Om meer grip te krijgen op de sector is in 2017 een nieuwe aanpak ontwikkeld die is gericht op het projectmatig oppakken van een aantal risicogerichte (fraudesignalen) inspecties.

Laatste reacties

  • agratax(1)

    Mest geeft veel werkgelegenheid waarbij veel in de ambtelijke sector. Hiermee wordt de bureaucratie niet bepaald ingeperkt. De transport naar Midden Europa beperkt niet bepaald de CO2 uitstoot en verhoogd zodoende de footprint van lokaal geproduceerd voedsel. Hoe lossen we dit probleem op??

  • kiepel

    Warme sanering van varkenshoud

  • Alco

    In Tsjechië een negatieve fosfaatbalans.
    En wij dan? Toch ook.
    Als we hier evenwichtsbemesting hebben in plaats van bureaucratische, is al een groot deel van het mest overschot weg.

  • Maas1

    Agrotax je stelling dat de foodprint wordt verhoogd van lokaal geproduceerd voedsel bij bepaalde transporten is twijfelachtig. Je kunt geen markt bouwen enkel vanuit die gedachte men kan hoogstens handvaten bieden voor markt mechanisme. Ook de transportsector is aan technologische vernieuwing onderhevig waardoor de foodprint sowieso dalende is. Bovendien heeft in dit geval een vracht meststoffen veel groeizame CO-2 binding in zich bij aanwending. Een werkingsmechanisme zou zo maar eens C0-2 certificaten kunnen zijn als men dit weloverwogen invoert blijft de economie draaien,slaat het in de bovenkamer dat loopt BV Nederland vast met onbetaalbare dure producten.Keulen en Aken zijn ook niet op een dag gebouwd,plat gegooid dat dan weer wel!

  • gerben5

    En dan willen sommigen de derogatie opgeven voor mestverwerking en export, iets wat nu al niet loopt overvoeren met nog meer mest door minder plaatsingsruimte

  • Koen Franken

    En dan mogen we echt nog blij zijn dat de pluimveesector hun zaakjes wel goed voor elkaar hebben , anders kwam daar nog eens wekelijks 9000 ton bij wat ergens geplaatst zou moeten worden .

  • maatje 1904

    Ben benieuwd wat er gaat gebeuren als er eens een ziekte uitbreekt en er geen export mag plaatsvinden

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.