Home

Achtergrond 2 reacties

‘Boer moet zich voorbereiden op glyfosaatverbod’

Emeritus hoogleraar Nico van Straalen vindt dat de publieke opinie mee moet wegen bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen.

Emeritus hoogleraar dierecologie Nico van Straalen (1951) van de Vrije Universiteit in Amsterdam is geen landbouwkundige, maar hij voelt zich wel betrokken bij de landbouw. Niet alleen doordat hij opgroeide op het akkerbouwbedrijf van zijn vader. “Mijn connectie met de landbouw gaat door de bodem.”

Een paar weken geleden schreef hij als toxicoloog samen met co-auteur Juliette Legler (Universiteit Utrecht) een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Science. Kern van het verhaal: alleen technisch bewijs aangaande de veiligheid van stoffen is niet genoeg voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Er moet ook ruimte zijn om de maatschappelijke context erbij te betrekken.

U heeft nog bloembollen gepeld?

“Ja. Geraapt en gepeld. Anemonen, lelies, uien. Aardappelen rapen, dat heb ik heel veel gedaan. Maar vooral bloembollen – nog met de hand. Nu gaat dat met netten, maar in die tijd was het allemaal nog handwerk.”

Hoe komt iemand met die achtergrond in de toxicologie terecht?

“Ik las op de middelbare school het boek Dode Lente van Rachel Carson. Dat was het begin van de bewustwording van de milieuproblematiek, dat bestrijdingsmiddelen echt wat deden in het milieu. Dat was een van de redenen om biologie te gaan studeren.”

U richtte zich daarna op bestrijdingsmiddelen?

“De bestrijdingsmiddelenproblematiek was wel bekend, maar bodemverontreiniging was een probleem dat nog ontdekt werd. Ik kan me herinneren dat iemand belde over verontreinigd havenslib en vroeg wat de normen waren voor polycyclische aromaten. Die normen waren er gewoon niet! De afdeling ecologische wetenschappen van de Vrije Universiteit, onze afdeling, heeft toen veel bijgedragen aan de normstelling op gebied van bodemverontreiniging. Daar zijn we groot mee geworden.”

Nico van Straalen is emeritus hoogleraar dierecologie aan de Vrije Universiteit. Hij schreef samen met Dick Roelofs het boek Evolueren wij nog. Hij is fractievoorzitter van GroenLinks in de gemeenteraad van Edam-Volendam. Foto's: Cor Salverius
Nico van Straalen is emeritus hoogleraar dierecologie aan de Vrije Universiteit. Hij schreef samen met Dick Roelofs het boek Evolueren wij nog. Hij is fractievoorzitter van GroenLinks in de gemeenteraad van Edam-Volendam. Foto's: Cor Salverius

“In de jaren negentig had dat ook gevolgen voor de bestrijdingsmiddelen en de landbouw, toen kwam het heel ambitieuze gewasbeschermingsmiddelenplan. Het belangrijkste resultaat daarvan was de vermindering van het gebruik van grondontsmettingsmiddelen. Die grondontsmettingsmiddelen bepaalden eigenlijk het bestrijdingsmiddelengebruik per hectare in Nederland. Dat waren echt beroerde middelen, waar flink in is gesaneerd.”

Welke middelen?

“Middelen als methylbromide en metam-natrium. Middelen tegen aaltjes en andere bodemziektes. Mijn vader gebruikte die middelen in de anemonenteelt. Het was gewoon troep. Na gebruik dekte je de bodem af. En je hield dode grond over.”

Schone grond, bedoelt u.

“Ja, je kunt ook zeggen schone grond. Maar het is dood ook hoor! Het middelengebruik leverde ook problemen op voor de drinkwaterwinning, dus het is heel goed dat we daar van af zijn. We zijn ook af van de persistente gechloreerd koolwaterstoffen zoals DDT, dieldrin en ook van heel veel organofosfaten die eigenlijk te persistent zijn.”

‘De Nederlandse landbouw kan zich maar het best voorbereiden op alternatieven voor glyfosaat’

“Nu hebben we een landbouwsysteem met veel minder intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen Maar er is nog wel een aantal middelen – zie glyfosaat – die zo ontzettend veel gebruikt worden, in zulke grote hoeveelheden, dat dat een grote weerstand bij het publiek oproept.”

Dan komen we bij uw artikel in Science van enkele weken geleden.

“Daarin laten we ons niet zo uit over de vraag of glyfosaat nu verboden moet worden of niet. Daar ga ik niet over, dat moet de Europese Commissie maar besluiten. Maar ik denk wel dat de boeren er erg rekening mee moeten houden dat over 5 jaar, als de toelating opnieuw aan de orde komt, glyfosaat uiteindelijk toch verboden wordt. De Nederlandse landbouw kan zich maar het best voorbereiden op alternatieven voor glyfosaat.”

Hoe komt dat?

“Het is een erg interessant geval vanuit wetenschappelijk oogpunt. Ten eerste is glyfosaat goedkoop en het werkt ontzettend goed. Het werkt specifiek op planten. Je kunt het gebruiken om onkruid te bestrijden in gewassen die er minder gevoelig voor zijn, je kunt het voor de opkomst van mais gebruiken om de onkruiddruk vooraf weg te nemen. Je kunt het gebruiken als loofdoder. Het is wel zo dat glyfosaat door het enorme gebruik in het grondwater begint op te duiken. Het is zeer de vraag of je er ongebreideld mee door kunt gaan. vroeg of laat komt het in zulke concentraties in het grondwater dat de drinkwatervoorziening in gevaar komt.”

Welk effect heeft glyfosaat verder op het bodemleven, op bacteriën en schimmels?

“Dat is een van de onzekerheden. Dat is eigenlijk niet goed onderzocht. Er zijn wetenschappelijke artikelen waaruit blijkt dat glyfosaat effect heeft op schimmels en bacteriën.”

En hoe zit het met de gevaren voor de volksgezondheid?

“In de wetenschap is er geen unanimiteit of het een gevaar is voor de volksgezondheid. De Europese voedselveiligheidsautoriteit, het Europese chemicaliënagentschap, de Wereldvoedselorganisatie en het Amerikaanse milieuagentschap hebben glyfosaat beoordeeld en zien geen gevaar voor de mens. Maar het agentschap voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie, het IARC, verdenkt de stof van kankerverwekkendheid bij de mens. Kortom: er is onenigheid over hoe je glyfosaat beoordeelt. Dat valt aan het publiek niet uit te leggen.”

Hoe kan het dat er verschillende beoordelingen zijn?

“Het hangt vaak af van de vraag hoeveel van de ratten of muizen waarmee je begint tumoren krijgen. En hoe beoordeel je die tumoren dan? Houd je rekening met de kans dat elk proefdier sowieso tumoren kan ontwikkelen? Sommige proefdieren ontwikkelen uit zichzelf al heel gemakkelijk tumoren. Er is een wetenschappelijk artikel waarin wordt beschreven dat het logisch is dat het IARC tot een andere conclusie komt dan die andere instituten, omdat ze verschillende methodes gebruiken.”

‘Eigenlijk is sowieso het pleidooi te gaan naar een meer duurzame landbouw in Nederland, als geheel’

“Wat we zouden willen, is dat er internationale afstemming komt over de manier waarop je de kankerverwekkendheid beoordeelt. Zelfs als het 1 tegen 100 is, en één zegt dat het kankerverwekkend is, dan gum je dat niet weg.”

Bij de klimaatdiscussie redeneren we anders. Daar vinden we toch dat we de meerderheid moeten volgen, die vindt dat broeikasgassen verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde?

“Wetenschap is niet democratisch. Het is niet zo: als 100 ja zeggen, en 1 nee, dat het dan altijd ja is. Uit oogpunt van voorzorg is het je geraden om degene die het ’t meest ernstig inschat, ook serieus te nemen. In de klimaatdiscussie ligt het andersom, daar schat de meerderheid het ’t ernstigst in.”

Stel dat glyfosaat inderdaad niet kankerverwekkend is. Tegelijk is de maatschappelijke weerstand tegen het middel wel ontzettend groot, hoe moet je dan met die weerstand omgaan? Je kunt toch niet zeggen: we verbieden het omdat (een deel) van de maatschappij ondanks wetenschappelijke inzichten zegt: we willen het niet?

“Het waren wel een miljoen Europese burgers die dat in het burgerinitiatief zeiden. Dat is niet weinig.”

500 miljoen inwoners van de EU is ook niet weinig – die hebben het initiatief niet gesteund. Als een op de 500 mensen in een zaal iets zegt, moeten we daar dan mee instemmen?

“Tja, dat is zo. Aan de andere kant: Als de overheid de mensen er niet van kan overtuigen dat glyfosaat geen gevaar is, dan heb je een probleem. Dan móet je de publieke opinie serieus nemen. Het Europees burgerinitiatief zou je moeten verankeren in de toelating van bestrijdingsmiddelen. Als 1% van de bevolking het niet eens is met een beslissing, dan ben je er als overheid niet in geslaagd om aan te tonen dat de consument het middel veilig kan gebruiken. Dan ben je verplicht om dat af te wegen. Ik zeg niet dat de overheid de mening van het burgerinitiatief dan meteen móet opvolgen. De overheid moet serieus rekening houden met de gevoelens van de Europese bevolking.”

"Je moet de boeren wel de tijd geven bij het instellen van een verbod, juist omdat glyfosaat zoveel gebruikt wordt. Er zijn andere onkruidbestrijders die op dezelfde manier inzetbaar zijn, maar die zijn dan weer duurder. Dus dan zadel je de akkerbouwer met kosten op. Daar moet je rekening mee houden."
"Je moet de boeren wel de tijd geven bij het instellen van een verbod, juist omdat glyfosaat zoveel gebruikt wordt. Er zijn andere onkruidbestrijders die op dezelfde manier inzetbaar zijn, maar die zijn dan weer duurder. Dus dan zadel je de akkerbouwer met kosten op. Daar moet je rekening mee houden."

Het is toch ongemakkelijk als je op basis van de maatschappelijke weerstand zegt: verbieden die stof, wetend dat een bestrijdingsmiddel niet de gevaren heeft die sommigen eraan verbinden. Hoe leg je dat aan de boer uit?

“Als er helemaal geen twijfel is, zou ik denken: dan moet je het niet verbieden. Je moet niet alleen op basis van de publieke opinie een middel verbieden. Maar bij glyfosaat is er twijfel.

Een miljoen Europeanen ondertekenden een burgerinitiatief. De Europese bevolking is niet dom. Die is met goede argumenten te overtuigen. Als je geen goede argumenten hebt, krijg je die miljoen medestanders niet. Als je redenering puur op nepnieuws gebaseerd is, prikken mensen daar doorheen. Ik weet wel, die weerstand zit ’m ook in de slechte naam van Monsanto en ook in indianenverhalen over genetische modificatie. Maar als er geen kern van argumentatie in een campagne zit, dan red je het niet, dan krijg je geen miljoen handtekeningen.”

En hoe ga je ondertussen met de boeren om?

“Je moet de boeren wel de tijd geven bij het instellen van een verbod, juist omdat glyfosaat zoveel gebruikt wordt. Er zijn andere onkruidbestrijders die op dezelfde manier inzetbaar zijn, maar die zijn dan weer duurder. Dus dan zadel je de akkerbouwer met kosten op. Daar moet je rekening mee houden. Eigenlijk is sowieso het pleidooi te gaan naar een meer duurzame landbouw in Nederland, als geheel. Dat is onafwendbaar, ook om andere reden, zoals de klimaatdiscussie.

Ik spreek best veel jonge boeren die hun mogelijkheden bij die kanteling aan het verkennen zijn. Dat moet ook bij de overheid doordringen, die moet helpen bij die kanteling.”

Weeg maatschappelijke context mee

Nico van Straalen schreef samen met Juliette Legler van het Institute for Risk Assessment Sciences (Universiteit Utrecht) een pleidooi in Science om de maatschappelijke context mee te wegen bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen.

Meer dan een miljoen Europeanen steunden het burgerinitiatief om glyfosaat te verbieden. Volgens de auteurs een duidelijk signaal tegen de toepassing van chemicaliën in de landbouw.

Laatste reacties

  • j.h.vonk@home.nl

    De verkoop van Glyfosaat uit de schappen van bouwmarkten halen. Zodat niet iedereen zomaar Glyfosaat kan gebruiken .
    Laat het gebruik van Glyfosaat over aan bedrijven die er certificaten voor hebben,

  • Alco

    Zo heeft een ieder zijn beweeg redenen.
    Zo ook een anorexia patient die zich te dik vindt.
    Ik las een boek over de verhongering van een gehele streek in Ierland door allerlei plantziekten.
    Natuurlijk moet er gedegen onderzoek zijn op alles, maar 100 % veilig creëer je nooit.
    Ook bij inentingen van mensen bestaat risico, maar dat aanvaarden we dus wel weer.

Of registreer je om te kunnen reageren.