Home

Achtergrond 3 reactieslaatste update:26 apr 2018

Weidevogels redden met drones

Hightech doet zijn intrede in de wereld van de weidevogelbescherming. Dit jaar gaan twaalf drones de lucht in die moeten helpen nesten én kuikens te beschermen.

Naast meer geld voor onderzoek en het verbeteren van de leefomgeving zetten provincies en natuurbeheerders drones in om weidevogels te beschermen. Zo worden er dit voorjaar in ons land twaalf drones gebruikt door natuurbeheerders. Het doel is om kennis van de gebieden te vergroten en te monitoren. De kennis gebruiken de meeste boeren voor ‘licht beheer’, waarbij het gaat om nestbescherming. Uiteindelijk hopen de vogelbeschermers afspraken met de boeren te maken over het zogenoemde ‘zwaar beheer’, waarbij de bedrijven de maaidata uitstellen voor percelen waar kuikens zitten.
Artikel gaat verder onder de film.

Tweedaagse vliegopleiding

De Natuur en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVVK) gaat voor het eerst met een drone aan de slag. Het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard (ACK), dat gaat over natuurbeheer, heeft de drone gekocht voor € 30.000. Het bestuur heeft het bedrag zelf betaald, want de drone valt door strenge regelgeving niet onder Europese subsidie.

De drone is ontwikkeld door het Enschedese bedrijf Clear Flight Solutions. Vijf vliegers krijgen daar een tweedaagse opleiding. Want de apparatuur is specialistisch en het ding weegt niet niks; er moet zo’n 3,5 kilo de lucht in en dat vergt deskundigheid.

Zo’n 95 boeren hebben zich aangesloten bij het ACK en doen mee. Acht van hen hebben plas-drassen aangelegd. Vanuit de greppel wordt met een pomp, die werkt op zonnepanelen, een stuk weiland van 4 bij 30 meter onder een klein laagje water gezet. Hierdoor ontstaat variatie in begroeiing en daarmee ook in de insecten. Ideaal voor het leefgebied van de kuikens.

Een weidevogeldrone kan in een uur 30 hectare grasland inventariseren op vogels en eieren. Foto: Brandhof Natuur & Platteland
Een weidevogeldrone kan in een uur 30 hectare grasland inventariseren op vogels en eieren. Foto: Brandhof Natuur & Platteland

Hulpmiddel, geen vervanging

Vrijwilligers vinden maar 20% van de nesten van weidevogels. In veel gebieden zijn niet genoeg vrijwilligers om de nesten te zoeken en ook zien ze wel eens wat over het hoofd. Met het inzetten van een drone kan het aantal vindplaatsen omhoog. Voor de boer is de drone een uitkomst als er geen vrijwilligers werken in zijn gebied. Maar, zegt projectleider Bernard de Jong van het ACK, drones zijn niet dé redding van de weidevogels, hooguit een hulpmiddel. “De drone werkt sneller en efficiënter dan eierzoekers, maar kan de weidewachters niet vervangen, want je moet het gesprek met de boer blijven voeren.”

Geursporen

De drone heeft een belangrijk voordeel. Hij laat geen geursporen na. Dat is een probleem bij vrijwilligers die door de wei lopen. Roofdieren volgen de sporen naar de nesten. De drone, die vliegt op een hoogte van 35 meter, blijkt ook nauwelijks verstorend te werken. Met een warmtecamera speurt hij in een uur tijd 30 hectare land af op zoek naar nesten. De vindplaatsen worden direct doorgestuurd naar een landelijke database, waar boeren en vrijwilligers toegang tot hebben.

Met de smartphone kan de boer de gesignaleerde plekken langs om de nesten te markeren, zodat hij er omheen kan maaien. De telefoon gaat piepen als de boer op zijn trekker in de buurt van een legsel komt.

Omdat het gps-systeem op telefoons nog onbetrouwbaar is, kan de aangegeven plek enkele meters afwijken. En om te voorkomen dat de trekker alsnog over het nest rijdt, is de inzet om de gebieden niet te maaien en intact te laten als leefgebied. De boer hoeft dan ook geen stokken bij de nesten te plaatsen waardoor er weer geursporen ontstaan.

Zo komen de bevindingen van de drone binnen. De gevlogen route links in beeld. Rechts omcirkeld: een vogel. De drone detecteert warme plekken. Beeld: ACK
Zo komen de bevindingen van de drone binnen. De gevlogen route links in beeld. Rechts omcirkeld: een vogel. De drone detecteert warme plekken. Beeld: ACK

Professionalisering

Eén van de boeren die zich inzet voor de vogels in het gebied is Linda Mulder. Ze is vorig jaar door de vogelwerkgroep uitgeroepen tot weidevogelboer van het jaar en is zeer benieuwd naar de drone. Ze houdt ruim honderd koeien op 65 hectare grasland in Vlist. Ze laat een paar meter bij de waterkant ongemoeid. Ook schuift ze de maaidata op in het gebied waar weidevogels broeden, tot de jongen zijn uitgevlogen. Omdat de koeien op verschillende percelen grazen, is dat voor haar weidebedrijf niet te ingewikkeld. Ze kan de koeien verplaatsen. Mulder: ‘’Maar voor boeren die koeien opstallen en alles moeten maaien, is uitstel een stuk lastiger. De vergoeding van € 300 per hectare dekt de economische schade niet. Het grasbestand wordt minder en ook de voedselwaarde neemt af.”

‘Als je kuikens wilt redden, dan moet je weiland laten staan, zodat het gras kan groeien en de kuikens daar voedsel en bescherming kunnen vinden’

Astrid Kant, natuurfotograaf

Experimenteren

Voor de inventarisatie van de nesten moet de drone zeker twee dagen achter elkaar in hetzelfde gebied vliegen. Volgens Bernard de Jong is het voor boeren en vogelbeschermers nog experimenteren en moet de praktijk uitwijzen wat handig is. Als de boer wil maaien, moet de drone de lucht in om de kuikens op te sporen, zodat de weidevogelwachters ze kunnen vangen en verplaatsen. Alleen om nesten heen maaien heeft volgens hem geen zin, want de kuikens lopen bij het nest weg en zitten dan in open terrein en zijn voer voor predatoren. Toch geeft volgens hem uitstel van maaien in percelen met vogels de beste kans op overleving voor de kuikens.

Temperatuur

De drone signaleert warmtebronnen, maar bij een warme aprilmaand kan het lastig zijn om de eieren of de warme vogellijfjes te vinden, omdat de grond dan ook warm is. Dat kan een nadeel zijn, beaamt De Jong. Het is een reden om in die periode ’s ochtends vroeg te vliegen, want dan is de grond nog koud.

Astrid Kant fotografeert en beschermt al meer dan dertig jaar weidevogels. Ze is gespecialiseerd in grutto’s en is een bekende in de wereld van de vogelbeschermers. De achteruitgang van de weidevogels komt volgens haar doordat er te weinig kuikens groot worden. De populatie vergrijst. Ze gelooft er wel in dat moderne landbouw te combineren is met kuikenbescherming, maar alleen als de boeren concessies doen. “Als je kuikens wilt redden, dan moet je weiland laten staan, zodat het gras kan groeien en de kuikens daar voedsel en bescherming kunnen vinden.”

Als de boer dat wil, hoef je volgens haar ook geen drone in te zetten voor nestbescherming. Kant: ”De drone is een speeltje voor mannen die het leuk vinden om met getallen te werken, maar als je niet bereid bent een stuk land niet te maaien en als kuikenland te houden, dan kun je het vergeten.”

De discussie over de oorzaak van de daling van het aantal weidevogels speelt al sinds jaar en dag en wordt met veel emotie gevoerd. De boeren wijzen op predatoren als kraaien en vossen, die ook nesten leegroven, maar volgens haar is de cyclomaaier de belangrijkste predator van de weidevogels.

Begin april gaan de vliegers en weidevogelwachters met de drone het veld in. Ze werken in teams van twee. Het is nog een behoorlijke logistieke klus om al die velden over te vliegen als de boeren willen maaien. Bernard de Jong: “Dat wordt de uitdaging.”

Laatste reacties

  • gerben5

    De cylcomaaier bestaat al 60 jaar. Kijk de documentaire "rotvos" en zie broedvogels van het nest gevreten worden

  • jan1953

    zodebemester ook grote vijand van weidevogels trekt alle nesten kapot gewoon los er op net als in duitsland

  • DJ-D

    Zit er een geweer dan op die drone om vossen te schieten? Anders red je er nog geen vogel mee.

Of registreer je om te kunnen reageren.