Home

Achtergrond

Duurzaamheid heeft in Amerika een ander gezicht

Duurzaamheid is een vat vol tegenstrijdigheden. Binnen Nederland kun je er veel kanten mee op, in de VS is de betekenis vaak weer heel anders. Dat blijkt vooral als het gaat om gengewassen. Hier taboe, daar gezien als hét middel om ‘sustainable’ te boeren. Een reportage uit de corn- en soybelt.
Grant Kimberly
Grant Kimberley: "Bedrijf gezond doorgeven
aan volgende generatie". - Foto's: Johan
Oppewal

“Mijn familie boert hier al vijf generaties en ik wil het land in een minstens zo goede staat doorgeven aan mijn kinderen.” Aan het woord is Grant Kimberley, akkerbouwer en marketeer bij ISA, de organisatie van sojatelers in de staat Iowa. Boeren in de VS zijn net zo trots op hun bedrijf als collega’s aan de overkant van de oceaan. Ze benadrukken graag het familiekarakter van hun bedrijf en de traditionele waarden die ze aanhangen. Het land goed doorgeven aan de kinderen, de bodem koesteren, het zijn dezelfde slogans als in Europa. Verschil is dat het daar niet zonder en hier niet met gmo-gewassen lijkt te kunnen.

De zesde generatie, dat is niet zo heel veel langer dan de hele landbouwgeschiedenis in Iowa. Vanaf de jaren dertig van de negentiende eeuw werd hier de prairie ontgonnen en in de jaren zestig werd alle land in rechte blokken uitgegeven aan boeren. Vanuit de lucht of op google maps zie je het raster dat in het landschap is geëtst.

Soja, ergens in Iowa.Half september is de oogst nog net niet begonnen.
Soja, ergens in Iowa.Half september is de oogst nog net niet begonnen.

Biobrandstoffen

De bedrijven zijn hier voor Nederlandse begrippen fors. 1.000, 2.000 en soms wel 4.000 acres, ofwel 400 – 1.600 hectare. Tot de jaren zeventig was er nog een grote variatie in gewassen en waren veel bedrijven gemengd, daarna verdwenen de dieren en later ook veel van de gewassen. Alleen mais en later ook soja bleven over. Tarwe is hier niet rendabel te telen. Mais overheerst, mede dankzij de ‘biofuels’. 40% van de mais gaat in de ethanol.

Soja is het tweede gewas. In Iowa beslaat het ruim een derde van het akkerbouwareaal. Ook hier speelt biobrandstof een rol. Als de oliemaatschappijen straks overgaan van b10 naar b20 en daarmee het aandeel bio-olie in de diesel toeneemt van 10 naar 20%, zal die vraag ook toenemen. Dat is nodig ook, want er is een overschot aan soja waardoor prijzen structureel te laag zijn om er goed aan te kunnen verdienen. Alle boeren klagen hierover.

Amerikaanse benzinepomp. 40% van de mais gaat in de bio-ethanol. Volgens de boeren is daar geen discussie over, zoals in de EU.
Amerikaanse benzinepomp. 40% van de mais gaat in de bio-ethanol. Volgens de boeren is daar geen discussie over, zoals in de EU.

Dat men in Europa alweer van de zogeheten eerste generatie biobrandstoffen af wil, is hier onbekend. In de EU zijn twijfels over de effectiviteit van bio-ethanol en biodiesel als het gaat om vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien speelt daar de zorg dat grootschalige teelt van biobrandstof ten koste gaat van de voedselproductie. In Iowa willen ze daar niks van weten. Biodiesel uit soja vermindert de uitstoot van CO2 met 58%, aldus de Isa, en concurrentie met voedselgewassen is een onterechte angst.

Veevoer hoofddoel sojateelt

In tegenstelling tot wat in Nederland vaak wordt beweerd in veehouderijkringen, wordt de soja hier in de eerste plaats geteeld als eiwitrijk veevoergewas. De olie is in feite het bijproduct. Bio-dieselproductie gaat dus niet ten koste van voedselproductie, maar vult die aan, is de redenering. 1 ton bonen levert ongeveer 210 liter dieselolie en 800 kilo meel. Qua financiële omzet is de olie goed voor een derde. Twee derde van de omzet komt uit het meel. De totale Amerikaanse sojameelproductie was in 2016 41 miljoen ton voor een gemiddelde prijs van $ 358 per ton. De olieproductie was toen 10 miljoen ton à $ 739. Minder dan 10% van de productie krijgt een bestemming in humane voeding.

Soja werd in de twintigste eeuw in de VS geïntroduceerd als wondergewas. Het leverde eiwitrijk voedsel op, is makkelijk te verbouwen en bindt ook nog eens stikstof uit de lucht, dankzij de wortelknolletjes met stikstofbindende bacteriën. Men rekent hier met 54 kilo zuivere stikstof per hectare per jaar.

Onkruid in een sojaperceel. Volgens teler John Heisdorffer geen resistent 'superweed', maar gevolg van een lastig voorjaar.
Onkruid in een sojaperceel. Volgens teler John Heisdorffer geen resistent 'superweed', maar gevolg van een lastig voorjaar.

Tot de jaren zeventig was de VS monopolist op de Europese markt. Maar dat veranderde toen Brazilië en Argentinië opkwamen. Nu is de VS met 117 miljoen ton nog wel de grootste producent ter wereld, maar Brazilië is de grootste exporteur met een marktaandeel van 43%. China ontwikkelde zich de laatste jaren rap tot de grootste klant van de VS. Daar gaat jaarlijks voor $ 14 miljard naartoe. Nederland neemt slechts voor $ 0,8 miljard af.

Imago soja bewerken

Met de Zuid-Amerikanen kwam ook een nieuwe discussie in de wereld; soja wordt geassocieerd met ontbossing. Regenwoud omkappen. Tegelijk ontwikkelde de soja zich tot het meest geteelde gengewas ter wereld, goed voor nu 86 miljoen hectare. In Argentinië is alle soja gemodificeerd (GMO), in Brazilië 97% en in de VS 94%.

Precies deze twee thema’s liggen in Europa erg gevoelig. Er kwamen initiatieven om ‘duurzame’ soja te produceren en importeren. Nederlandse voerbedrijven gebruiken alleen nog gecertificeerde soja die voldoet aan duurzaamheidscriteria van de Europese organisatie Fefac. Belangrijk label is de Round Table Responsible Soy (RTRS), met voorwaarden op het gebied van ontbossing, inheemse volkeren en arbeid. Deze duurzame soja is niet vrij van gengewassen, het overgrote deel is GMO. De laatste tijd ontwikkelt zich in Europa wel een markt voor GMO-vrije soja. Producenten daarvan zitten vooral in de VS.

Wortelknolletjes aan sojaplant. Bacteriën hierin binden stikstof uit de lucht. Opbrengst: 54 kilo nitraat per hectare per jaar. Net als bij andere vlinderbloemigen.
Wortelknolletjes aan sojaplant. Bacteriën hierin binden stikstof uit de lucht. Opbrengst: 54 kilo nitraat per hectare per jaar. Net als bij andere vlinderbloemigen.

De Amerikanen zien hierin een markt. Telers kunnen zelfs een premie krijgen, al hebben ze zelf geen enkel probleem met GMO-soja, zo blijkt op een trip langs een aantal telers, georganiseerd door Ussec, de Amerikaanse organisatie voor soja-export. De Amerikaanse sojasector wil zich graag profileren als bijzonder duurzaam. Deze werkt aan programma’s op het gebied van nutriëntenmanagement, waterhuishouding en biodiversiteit. Daarmee neemt de sector een rol op zich die in de EU bij de overheid ligt.

Deelname is vrijwillig, al heeft de overheid wel een vinger in de pap. Wie niet meedoet, loopt zijn gewasverzekering mis. Dat is de Amerikaanse tegenhanger van de Europese hectarepremies. Veel financiers stellen deelname aan die verzekeringen als voorwaarde. Vandaar dat 95% van de sojatelers meedoet aan het duurzaamheidsprogramma van de Isa, de soja-organisatie in Iowa. Voor andere staten geldt hetzelfde.

Laura Staton
Laura Staton van de Illinois Soybean
Association: "Duurzaamheid voegt waarde toe".

Ontbossing verboden

Het steekt de Amerikanen dat hun soja in Europa in één adem wordt genoemd met de Braziliaanse. “Wij hakken geen oerwoud om, onze soja is hartstikke duurzaam”, is het verhaal. Ze wijzen erop dat het al decennia verboden is om bossen te kappen en veranderen in landbouwgrond, in de VS. Maar is het daarmee duurzaam? Door Europese ogen bekeken niet zonder meer. Het duurzaamheidsprogramma is nogal vrijblijvend. Boeren zijn weinig verplicht. Er zijn geen bovenwettelijke verplichtingen. Het is dan ook vooral een verkoopargument. “Duurzaamheid is geen kostenpost, maar verhoogt de waarde van je product”, weet Laura Staton van de Illinois Soybean Assocation.

Gengewas duurzaam

In Europa ligt er een taboe op, maar in de VS gelden GMO-gewassen juist als enorm duurzaam. Ze hebben daar argumenten bij. Telers zeggen dat ze veel minder hoeven te spuiten. Ze halen de jaren voor introductie van Roundup-ready soja en bt mais in herinnering. “Toen moesten we veel meer spuiten, met veel ongezondere middelen”, zeggen verschillende telers.

Chris Harford
Chris Harford toont de grote hoeveelheid
organische stof in en op zijn bodem dankzij 40
jaar no-till.

En de onkruidbestrijding? Het landbouwmodel van GMO-soja (tegenwoordig is er ook Libertylink-ready en Dicamba-tolerante soja) is helemaal gebaseerd op chemische onkruidbestrijding. Mede daarom vindt de milieubeweging dit verwerpelijk. Daar zijn de Amerikanen het grondig mee oneens. Vroeger werd er ook tegen onkruid gespoten. En een van de zegeningen van de herbicideresistente gewassen is dat het no-till akkerbouw beter mogelijk maakt. En dat is goed voor het organische stofgehalte in de bodem. Op bedrijven die met no-till werken, blijven organische stofgehaltes op zijn minst gelijk. Gemiddelde op de oude prairiegronden is 3-5%.

Meer organische stof

Sommige telers melden zelfs spectaculaire stijgingen. Akkerbouwer Doug Harford, verderop in Illinois, wist in 40 jaar no-till het organische stofgehalte in zijn bodem te verdubbelen tot 7 à 8 %. En dat met een teelt gebaseerd op no-till, uitsluitend kunstmest (geen druppel dierlijke mest) en zelfs zonder groenbemesters. Een bedrijfsmodel dat vloekt met alle opvattingen over duurzaamheid in Europa, maar wel resultaat geeft.

Tim Bardole
Akkerbouwer Tim Bardole denkt dat resten van
Bt-mais minder snel verteren.

De percelen liggen er over het algemeen strak bij, maar hier en daar is duidelijk een onkruidprobleem. Net per definitie het gevolg van resistentie, zo blijkt. Sommige onkruiden zijn door lastig voorjaarsweer de dans ontsprongen. Problemen met herbicideresistente onkruiden en met onverwachte schade door herbiciden, zoals Dicamba dit jaar, zijn voor de Amerikanen toch geen reden om de hele GMO-techniek ter discussie te stellen. “Als je jaar in jaar uit hetzelfde doet, krijg je sowieso problemen. Dat geldt voor GMO-gewassen net zo goed als voor GMO-vrije gewassen. Rouleren moet je toch”, stelt Tim Bardole. “Geen enkele oplossing is definitief. Op den duur verlies je het altijd van de natuur.”

Eindeloze monocultuur

Blijft één ding over: de monocultuur. Rijdend door de cornbelt blijft dit beeld hangen: onafzienbare velden mais, af en toe afgewisseld met een lap soja. Honderden kilometers lang. Allemaal volstrekt afhankelijk van chemische gewasbescherming, met name tegen onkruid, maar ook incidenteel tegen insecten (luis) en schimmels. Kan zo’n enorme monocultuur duurzaam zijn?

De boeren hebben daar zelf ook wel moeite mee en breken zich het hoofd over alternatieve gewassen. Maar die zijn er amper en zeker niet op zo’n grote schaal. Voor veehouderij en voedergewassen is het te droog en irrigatiewater is niet beschikbaar. Graan is niet rendabel, de infrastructuur voor verwerking en afzet ontbreekt.

Sojabonen nog in de dop.
Sojabonen nog in de dop.

Minder hectares telen en zo de markt beïnvloeden? Geen kans, zeggen ze bij de Isa. Marketing director Grant Kimberley: “Dan gaan ze in Brazilië echt niet minder produceren. Zelfs de Opec lukt het niet om de markt naar zijn hand te zetten.”

De meeste boeren hebben er wel inkomsten bij van buiten het bedrijf. Niet alleen om risico te spreiden, ook omdat deze extensieve bedrijven maar een paar drukke periodes per jaar hebben en er verder eigenlijk niet zo heel veel te doen is.

Niemand wil terug naar jaren tachtig

Een eindantwoord op de hamvraag: wie is duurzamer?, valt niet te geven. Amerikaanse boeren vinden dat ze het al een stuk beter doen dan een paar decennia geleden. Daar staat tegenover dat niemand, ook de Europese milieubeweging niet, terug wil naar die situatie van de jaren tachtig. Ja, in vergelijking met door phytophthora bedreigde aardappelen is de soja- en maisteelt erg zuinig met gewasbescherming. Maar dat is een heel ander gewas. Net als in Iowa is in Nederland mais het grootste gewas. Allemaal non-GMO. Maar gewasbescherming is minimaal en bestaat alleen uit beperkte onkruidbestrijding. Duurzaamheid, het is dus maar hoe je het bekijkt.

Soja combinen in de VS. Deze foto is van een vorig jaar, de oogst was mid september nog net niet begonnen.
Soja combinen in de VS. Deze foto is van een vorig jaar, de oogst was mid september nog net niet begonnen.

Gewasresten blijven jaren liggen

Volgens sommige telers, waaronder Tim Bardole, niet ver van Des Moines, zijn gewasresten van GMO-mais lastiger verteerbaar door bodemorganismen dan GMO-vrije mais. Dat zou te maken hebben met het feit dat insecten deze mais niet kunnen eten. Daarmee zou een schakel uit de biologische kringloop in het bodemleven zijn onderbroken.

Roy Bardole
Akkerbouwer Roy Bardole: "Maisstengels
blijven lang liggen".

Bardole is fervent beoefenaar van no-tillage akkerbouw (geen bodembewerking), en vindt stengels van jaren her terug op zijn bodem. Hij vindt dat zelf overigens helemaal niet erg, want het is een bescherming tegen winderosie en hij ziet ook dat het wemelt van de wormen die het organische materiaal alsnog verteren.

Navraag bij de agrarische faculteit van de universiteit van Iowa levert ten dele bevestiging op van Bardoles waarneming. Volgens professor Matt Liebman is Bt-mais oneetbaar voor enkele insectenfamilies. Maar hij benadrukt dat dit niet geldt voor alle insecten. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat percelen met Bt-mais juist een veel rijker insecten- en bodemleven hebben dan percelen met non-GMO-gewassen. De oorzaak hiervan is dat er per saldo minder wordt gespoten.

Of registreer je om te kunnen reageren.