Home

Achtergrond 2 reactieslaatste update:17 jul 2017

Actie geëist voor zeldzaam ras

Het voortbestaan van veel veerassen staat zwaar onder druk. De risicostatus van een aantal zeldzame rassen is bedreigd of zelfs kritiek.

De stichting Zeldzame Huisdierassen (SZH) zocht, en vond, afgelopen maanden de publiciteit. De fosfaatregeling voor melkveehouders was de directe aanleiding voor de organisatie om naar het Binnenhof te trekken om een brandbrief aan Tweede Kamerleden aan te bieden.

Slacht 100 Fries Roodbont-koeien

Het pakket fosfaatmaatregelen leidde in de eerste maanden van dit jaar tot de slacht van bijvoorbeeld bijna honderd Fries Roodbont-koeien. Terwijl de risicostatus van dit ras – eind 2016 waren er 585 – al bedreigd was. Het aantal Fries Roodbonten is in een paar maanden tijd onder de 500 gezakt. De SZH en het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, verbonden aan Wageningen University & Research, maken zich grote zorgen. Zo’n klein aantal maakt het ras kwetsbaar, onder meer door een grotere kans op inteelt. Voor een effectief fokprogramma zijn hogere aantallen nodig. Zesduizend stuks is voor runderen eigenlijk de ondergrens, voor varkens ligt die grens op tweeduizend.

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) houdt bij hoe aantallen van zeldzame rassen zich ontwikkelen. Bij runderen is de risicostatus ‘kritiek’ bij minder dan 300 koeien, ‘bedreigd’ bij minder dan 3.000 koeien en ‘kwetsbaar’ bij minder dan 6.000 koeien. Bij varkens liggen die aantallen lager vanwege het hogere voortplantingsvermogen. Bij minder dan 100 zeugen is de risicostatus hier kritiek (<1.000: bedreigd; <2.000: kwetsbaar). Nederlands landvarken en Bonte Bentheimer vallen in deze categorie. CGN registreert ook de inteelttoename. Bij de Bonte Bentheimer is deze toename met >1% per generatie volgens CGN onaanvaardbaar hoog. Bij andere zeldzame rassen ligt de inteelttoename wat lager, maar CGN maakt zich daarover wel zorgen. - Foto: Jan Willem Schouten
Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) houdt bij hoe aantallen van zeldzame rassen zich ontwikkelen. Bij runderen is de risicostatus ‘kritiek’ bij minder dan 300 koeien, ‘bedreigd’ bij minder dan 3.000 koeien en ‘kwetsbaar’ bij minder dan 6.000 koeien. Bij varkens liggen die aantallen lager vanwege het hogere voortplantingsvermogen. Bij minder dan 100 zeugen is de risicostatus hier kritiek (<1.000: bedreigd; <2.000: kwetsbaar). Nederlands landvarken en Bonte Bentheimer vallen in deze categorie. CGN registreert ook de inteelttoename. Bij de Bonte Bentheimer is deze toename met >1% per generatie volgens CGN onaanvaardbaar hoog. Bij andere zeldzame rassen ligt de inteelttoename wat lager, maar CGN maakt zich daarover wel zorgen. - Foto: Jan Willem Schouten

Fosfaatreductieplan

Inmiddels is voor de houders van zeldzame runderrassen een speciale fosfaatregeling getroffen (zie kader hieronder). Daarvoor heeft de SZH overigens flink op de trom moeten roffelen. De organisatie vreest dat bij een volgende overheidsmaatregel de zeldzame rassen weer een klap krijgen. De druk om de productie per dier – of het nu gaat om koeien, varkens of kippen – op te voeren is zo groot, dat nieuwe regels al gauw leiden tot het opruimen van minder productieve rassen. De overheid zou niet incidenteel, maar juist structureel beleid moeten maken en geld moeten uittrekken om zeldzame rassen te behouden. Net zoals België, Duitsland en zelfs Griekenland doen.

Uitzonderingspositie fosfaatregelgeving

Voor houders van zeldzame rundveerassen gelden andere fosfaatregels. Voor 2017 is afgelopen voorjaar besloten dat kalveren van deze rassen, geboren na 1 oktober 2016, niet meetellen voor de fosfaatreductieregeling. Voor 2018 is afgesproken dat kalveren van zeldzame rassen op zoogkoeien- en vleesveebedrijven geen fosfaatrechten krijgen. Dit zijn bedrijven die geen kalveren opfokken voor de melkveehouderij.

Grondgebonden melkveebedrijven waarvan de (zeldzame) runderen meer dan 87% raszuiver zijn, krijgen in 2018 fosfaatrechten en kunnen groeien zonder deze rechten. Ze moeten grondgebonden blijven. Eis dat de dieren zijn geregistreerd in het SZH-paraplubestand (> 87% raszuiver). De afspraken over 2018 zijn nog niet officieel bevestigd.

Update 17-7:
Op 11 augustus hoopt SZH de bevestiging te krijgen dat bedrijven met zeldzame rundveerassen mogen groeien zonder fosfaatrechten in 2018. Dan gaan SZH en het ministerie van Economische Zaken opnieuw in overleg over een uitzonderingspositie binnen de fosfaatregelgeving voor zeldzame rassen in 2018.

Afspraken hiertoe waren er al wel, maar zijn vooralsnog met ‘potlood’ geschreven. Het ministerie wilde die afspraken voor het zomerreces nog niet bevestigen omdat dit – zo stelt SZH – juridisch niet mogelijk zou zijn.

SZH-voorzitter Geert Boink heeft evengoed vertrouwen in het gesprek van 11 augustus. “Het ministerie kan het niet maken om terug te komen op de beloftes die ze ons gedaan hebben. We hebben een sterk dossier.”

Risicostatus rundvee, varkens en schapen

De risicostatus van de rundveerassen Fries Roodbont, Brandrood, Verbeterd Roodbont en de Groninger Blaarkop is op dit moment het zorgelijkst. De aantallen van deze rassen liggen allemaal onder de drieduizend. De inteelttoename is volgens criteria van de FAO bij deze rassen hoog. Als het gaat om de varkensrassen is de situatie kritiek voor het Nederlands landvarken en de Bonte Bentheimer. Dat geldt ook voor de Groot Yorkshire berenlijn van Topigs Norsvin. Wat betreft de schapen springt de Flevolander eruit; dit ras is in de jaren zeventig ontwikkeld en staat nu alweer op uitsterven.

‘De eigenschappen van lokale, meer aangepaste rassen hebben we hard nodig’.

Robuuste dieren

Directeur Sipke Joost Hiemstra van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland – en topwetenschapper in Wageningen op het gebied van genetische diversiteit en fokkerij – ziet het belang van behoud van zeldzame rassen. “Deze rassen vormen een levende genenpool”, zegt Hiemstra. “Het gaat vaak om robuuste rassen die goed passen bij extensievere, extremere omstandigheden, waar het management van de dieren minder optimaal is. Minder hoge producties maken minder kwetsbaar. De dierenartskosten liggen om die reden lager.” De oude rassen bezitten eigenschappen die voor de genetische wetenschap van belang zijn. “Een brede genenpool is nodig om te kunnen begrijpen hoe het staat met de genetische achtergrond van bepaalde eigenschappen, bijvoorbeeld vruchtbaarheid.”

Net als MRIJ-koeien zijn de andere oude rassen dubbeldoelkoeien. Er zijn volgens Hiemstra aanwijzingen dat deze rassen voor melk- en vleesproductie vanuit milieuoogpunt efficiënter zijn dan een combinatie van gespecialiseerde melk- en vleesrassen.

Wereldwijd produceert slechts een klein aantal rassen een steeds groter deel van het voedsel. Van het totale aantal veerassen op de wereld is voor een derde deel de risicostatus bedreigd of kritiek. ”De FAO maakt zich daar ernstige zorgen over”, zegt Hiemstra. “Denk aan de klimaatverandering, de productieomstandigheden worden extremer. De hoogproductieve rassen zijn daar minder tegen opgewassen. De eigenschappen van lokale, meer aangepaste rassen hebben we daarom hard nodig.”

‘Het geld ligt klaar in Brussel. Maak daar gebruik van!’

Europese subsidie

Voorzitter Geert Boink van de stichting Zeldzame Huisdierrassen wijst op een recent Europees onderzoeksrapport, waaruit blijkt dat Nederland een van de weinige landen is die geen gebruik maakt van Europese subsidie om eigenaren van zeldzame dieren financieel te ondersteunen. “Het ministerie zegt geen geld te hebben. Dat is er wel, het ligt klaar in Brussel. Maak daar gebruik van!”

In de nationale genenbank van landbouwhuisdieren met locaties in Wageningen en Utrecht worden collecties sperma bewaard. Van de meeste zeldzame rassen is inmiddels sperma opgeslagen. De genenbank geeft materiaal uit ter ondersteuning van fokprogramma’s van bedreigde rassen. De Fries Roodbont-fokkers maken bijvoorbeeld al twintig jaar gebruik van sperma van de bank.

Leden van de stichting Zeldzame Huisdierrassen protesteren begin juni op het Binnenhof. Zij zoeken steun om te voorkomen dat oeroude rassen uit Nederland verdwijnen.Hier een Brandrood rund. - Foto: ANP
Leden van de stichting Zeldzame Huisdierrassen protesteren begin juni op het Binnenhof. Zij zoeken steun om te voorkomen dat oeroude rassen uit Nederland verdwijnen.Hier een Brandrood rund. - Foto: ANP

Genenbank

Met behulp van de genenbank kunnen uitgestorven rassen in principe worden teruggefokt. Hiemstra – hij geeft leiding aan deze bank – vindt dat een te simpele voorstelling van zaken. “Het kan, maar daar gaan zeven, acht generaties overheen. Welke partij gaat daarin investeren? Wel zie ik voor me dat genetisch materiaal uit de genenbank wordt gebruikt om bepaalde eigenschappen in te kruisen in een ander ras. Dat is overigens tot nu toe nog niet gebeurd.”

Het is niet precies bekend hoeveel professionele veehouders zich hebben toegelegd op zeldzame rassen. Volgens een schatting van de SZH gaat het in de rundveehouderij om enkele tientallen bedrijven. Een kleine dertig boeren houdt Nederlandse melkschapen, inmiddels ook een ras met de risicostatus kwetsbaar. De professionals produceren vaak biologisch, verwerken hun producten bij voorkeur zelf en zetten deze af in de directe omgeving.

Hobbydierhouders

De hobbydierhouders spelen een belangrijke rol bij het behoud van deze rassen. Hun professionele collega’s, zeker in de pluimveehouderij, zijn overigens niet al te positief over deze groep. Het buitenlopen van de kippen zou een risico vormen voor de diergezondheid. De groep hobbyisten is voor onze sector belangrijk, maar vergrijst, zegt SZH-voorzitter Boink. “Vandaar dat we in onze brandbrief aan de Kamer pleiten voor financiële steun. De professionals hebben we hard nodig. We kunnen dan bijvoorbeeld projecten opzetten om de producten van zeldzame rassen beter te vermarkten. De stichting Lakenvelder Vlees kan als voorbeeld dienen.”

Die suggestie krijgt steun van Hiemstra. “Ik geloof niet zo in het effect van individuele dierpremies zoals we die vroeger ook in Nederland kenden. Beter is om deze groep veehouders te ondersteunen in hun ondernemerschap. Er is een markt voor Lakenvelder-kaas en Bonte Bentheimer-karbonade.”

Fokkerijorganisatie CRV vindt dat zij een belangrijke rol heeft om oude rassen te behouden. “Die rassen hebben specifieke eigenschappen, bijvoorbeeld op het gebied van productie, vruchtbaarheid en levensduur”, zegt CRV-woordvoerder Bertil Muller. “Die eigenschappen zijn van belang voor de kruisingsmarkt. Om daar gebruik van te kunnen maken, moet je ze natuurlijk nog wel hebben.”

Naam: Petra Beerda (53) Woonplaats: IJlst (Fr.). Bedrijf: Het vleesveebedrijf Rispens State van Beerda houdt louter Fries Roodbont runderen op 45 hectare. De veestapel bestaat uit 25 koeien en 40 stuks ossen en jongvee. Verkoop van vlees aan restaurants en particulieren is de belangrijkste economische activiteit. Daarnaast wordt biologisch ruwvoer verkocht. - Foto: Mark Pasveer
Naam: Petra Beerda (53) Woonplaats: IJlst (Fr.). Bedrijf: Het vleesveebedrijf Rispens State van Beerda houdt louter Fries Roodbont runderen op 45 hectare. De veestapel bestaat uit 25 koeien en 40 stuks ossen en jongvee. Verkoop van vlees aan restaurants en particulieren is de belangrijkste economische activiteit. Daarnaast wordt biologisch ruwvoer verkocht. - Foto: Mark Pasveer

Schitterende dubbeldoel-koe

Van de oud-Nederlandse rundveerassen is Fries Roodbont de zeldzaamste. Toen voormalig dierenarts Petra Beerda in 2004 de kans kreeg een agrarisch bedrijf in Friesland te kopen en als veehouder te beginnen, koos zij bewust voor dit ras.

Tijdens haar studie was zij al geïnteresseerd in de oude rassen. “Behoud van de genetische diversiteit is voor de toekomst van de Nederlandse rundveehouderij van levensbelang. Fries Roodbont stond er in het begin van deze eeuw het slechtste voor. Daar wilde ik mee aan de slag.”

Volgens Beerda heeft de Fries Roodbont-koe unieke eigenschappen. “Het is een dubbeldoel-koe met een goede melk- én vleesproductie. Sobere koeien die gedijen op louter gras. En vergeet vooral niet: het is een schitterend dier.”

Beerda houdt zoogkoeien, de koeien worden niet gemolken. De stierkalveren worden gecastreerd zodat ze in de familiekudde kunnen blijven lopen. Vier tot vijf keer per jaar wordt een aantal ossen geslacht. Het vlees gaat naar vaste restaurants in de omgeving en particulieren.

Als er vraag is, verkoopt zij vaarskalveren. “Vanwege de gezondheidsstatus van hun bedrijf kopen weinig veehouders vee van collega’s. Dat snap ik. Als er vraag is, gaat het meestal om hobbyisten.”

Er lopen op dit moment nog een kleine vijfhonderd Friese Roodbont-runderen in Nederland. De risicostatus valt in de categorie bedreigd. De uitzonderingspositie in de fosfaatregeling voor zeldzame rassen, in mei afgekondigd, kwam voor honderd Friese Roodbont-koeien te laat.

Beerda verwacht dat de belangstelling voor zeldzame rassen toeneemt. “Er komt een tijd dat de sector kiest voor een extensievere, duurzame rundveehouderij. Fries Roodbont past daar uitstekend bij.”

Laatste reacties

  • frl

    Snap niet dat de biologische boeren deze Nederlandse rassen niet meer gebruiken, past op schralere grond beter.

  • Ewullink

    De boer dat wordt een zelfzaam ras....

Of registreer je om te kunnen reageren.