Home

Achtergrond 6 reacties

Zoeken naar alternatieven voor sleepvoetbemester

Het verbod op sleepvoetbemesting op klei- en veengrond is uitgesteld omdat alternatieve technieken ontbraken. Zijn die er nu wel? In maart moet EZ beslissen.

Drijfmest en vloeibaar slib tussen het gras op klei- en veengrond uitrijden met een sleepvoetbemester, heeft zijn langste tijd gehad. De regels voor het uitrijden van drijfmest worden in het kader van de PAS (stikstofregels) aangescherpt. Doel is minder ammoniakemissie bij het uitrijden van drijfmest en zuiveringsslib en meer ontwikkelruimte voor veehouderijen. Concreet betekent dit dat mest vanaf 2018 op klei- en veengrasland niet langer op de grond mag worden aangebracht, maar in de grond.

Dat betekent dat de sleepvoetbemester niet meer mag worden gebruiken, tenzij de mest verdund met water wordt aangevoerd. Dit gebeurt bij sleepslangen.


  • Sleepvoetbemester zonder sleepslang is vanaf 2018 verboden. - Foto: Penn Communicatie

    Sleepvoetbemester zonder sleepslang is vanaf 2018 verboden. - Foto: Penn Communicatie

  • Sleepvoetbemester in combinatie met sleepslang mag wel - Foto: Hans Banus

    Sleepvoetbemester in combinatie met sleepslang mag wel - Foto: Hans Banus

De sleepvoetbemester mag daarom in combinatie met een sleepslangensysteem nog wel gebruikt worden. Maar niet alle percelen lenen zich voor bemesting met slangaanvoer. Te kleine percelen, land op afstand of land met onhandige hoeken, zijn niet geschikt. Op zand- en lössgrond mag al sinds 2010 niet meer gewerkt worden met de sleepvoetbemester.

Verbod uitgesteld

Al sinds oktober 2012 is bekend dat de sleepvoetbemester op klei- en veengrond zal worden verboden. Eerst gold 1 januari 2017 als de ingangsdatum van het verbod. Maar afgelopen oktober kondigde staatssecretaris Martijn van Dam uitstel aan. De procedure voor het maken van de benodigde regelgeving kost meer tijd dan gedacht. Daarnaast vraagt de borging van de alternatieve technieken extra tijd. Volgens Van Dam zal de toepassing van alternatieven, inclusief noodzakelijke aanpassingen in de regelgeving, op zijn vroegst 1 januari 2018 mogelijk zijn.

In de Overeenkomst Generieke Maatregelen is afgesproken dat het bedrijfsleven verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van alternatieve technieken. Deze moeten qua ammoniakuitstoot vergelijkbaar zijn aan een zodenbemester.

Innovatiewedstrijd

Om het bedrijfsleven een handje te helpen, is sinds 2013 een innovatiewedstrijd – een zogenoemde SBIRr – opengesteld door het ministerie van Economische Zaken (EZ). Doel is ondernemers uit te dagen nieuwe methoden te ontwikkelen voor het uitrijden van dierlijke mest op een manier dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden wordt verminderd. EZ trok € 2,2 miljoen uit. 25 initiatieven schreven zich in. 11 daarvan zijn geselecteerd voor een haalbaarheidsonderzoek. Volgens Hans Verkerk van brancheorganisatie Cumela Nederland zijn 2 technieken uiteindelijk getest in een veldproef.

Ontwikkeling van alternatieven

Al jaren werken machinefabrieken aan alternatieve technieken voor de sleepvoetbemester. Deze zijn in ontwikkeling en de verwachting is positief. Het onderzoek is echter nog niet afgerond. Dat blijkt uit de brief van staatssecretaris Martijn van Dam, in oktober 2016. Uitgangspunt van de alternatieve technieken is dat het emissieniveau minimaal gelijk is aan een zodenbemester.

Lees ook: ‘We kunnen nog niet zonder sleepvoet’

Beide geteste technieken zijn gestoeld op de toepassing van water tijdens het uitrijden van drijfmest: het verdund uitrijden of het direct inregenen van drijfmest. De bottleneck is de borging van de hoeveelheid water dat gebruikt wordt. Die hoeveelheid moet vastgelegd worden in regelgeving en controleerbaar zijn. Voor dit laatste lijkt een datalogger in combinatie met GPS-systeem het meest voor de hand liggend.

Verkerk zegt dat het denkbaar is dat die borging met GPS en datalogger ook mogelijk gaat gelden voor bemesters met slangaanvoer.

Regels moeten in maart klaar zijn

Van Dam stelde het verbod op de sleepvoetbemester met een jaar uit. Wil de toelating van de nieuwe technieken per 1 januari 2018 wel kunnen ingaan, dan moeten de regels in maart klaar zijn. De toelating is een wijziging van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen. Deze wijziging wordt in een AMvB geregeld. De staatssecretaris heeft voor deze wijziging geen goedkeuring nodig van de Eerste of Tweede Kamer. Wel geldt een verplichte voor- en napublicatie. Daarop kunnen Kamerleden besluiten het onderwerp te agenderen.

Voor de toelating is toestemming nodig van Brussel en moet de Raad van State om advies worden gevraagd. Voor dit traject is circa 9 maanden doorlooptijd nodig. Voor maart moet dus een besluit genomen zijn welke technieken als alternatief voor de sleepvoetbemester worden aangewezen en hoe deze geborgd worden.

Boer verantwoordelijk

Verkerk verwacht dat zowel boer als loonwerker verantwoordelijk worden voor het naleven van het verbod op de sleepvoetbemester en de nieuwe eisen voor emissiearm aanwenden op klei- en veengrasland.

Deze gedeelde verantwoordelijkheid geldt nu ook in het algemeen voor het uitrijden van mest op emmissiearme wijze op zand- en lössgrond. Loonwerkers krijgen een boete van € 1.500 als zij een overtreding begaan, de boer wordt gekort op de toeslagrechten of krijgt een boete. Eindverantwoordelijk is sowieso de boer, omdat hij moet weten wat op zijn perceel gebeurt.

Alternatieven op een rij:

Het sleepvoetverbod op klei- en veengrond betekent dat daar alleen een zodenbemester nog achter een tank mag. Ofwel, snijden in de zode tot 6 centimeter diep. Het is praktisch bijna niet haalbaar. Op veen te diep snijden betekent dat de draagkracht verdwijnt. Klei is bij droogte zo hard dat een zodenbemester amper in de grond komt en dus geen emissie reduceert. Daarbij kunnen droogtescheuren ontstaan.

De staatssecretaris van EZ schreef daarom een SBIR-subsidieregeling uit om ondernemers alternatieve systemen te laten bedenken. Het systeem moet net zoveel ammoniak reduceren als een zodenbemester (de referentie) en voldoen op klei en veen. Daarbij moeten de handhaving voor de NVWA net zoveel werk zijn als een zichtcontrole bij een zodenbemester. Bij de aanbesteding is geen meetmethode opgelegd.

Een deel van de fabrikanten heeft daarom de massabalansmethode met het Vera-protocol door ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) gebruikt en een ander deel de massabalans methode van Wageningen UR. Daarin zouden kleine verschillen zitten. Ook de referentie van zodenbemester is niet helemaal eenduidig. Ieder gebruikte een eigen zodenbemester, op eigen wijze, op een eigen moment. Resultaten zijn dus niet 100 procent vergelijkbaar.

Grofweg is een onderverdeling in de ideeën te maken tussen de mest verdunnen met water, aanzuren en de huidige zodenbemester verbeteren. Welke systemen worden toegelaten, moet dit jaar blijken.

Verdunnen met water (1)

Mest verdunnen of toedekken met water is gedaan door Green Duo van (Roelama/Boerenverstand) en Slootsmid met zijn Triple-Spray. De Green Duo is doorgemeten door Wageningen UR waaruit bleek dat 66% meer emissie optrad dan een zodenbemester op dat moment. Water rijden en verpompen gaat daarbij ten koste van de capaciteit. Boerenverstand ontwikkelde samen met Dynalynx ook een mestbox voor borging en handhaving van systemen die met water werken.

Verdunnen met water (2)

Slootsmid introduceerde eerder al zijn Triple-Spray. De mest wordt daarbij bedekt met een nevel van water. Slootsmid werkt inmiddels aan een andere manier van toedekken met water dan de eerste opzet. De methode is getest door ECN en zou gelijk waardig op emissiereductie scoren als de zodebemester.

Aanzuren

Het aanzuren van mest is door Veenhuis en Schuitemaker beproefd. Schuitemaker testte met Proeftuin Natura 2000 Overijssel het SyreN-systeem uit Denemarken. Een tank in de fronthef met zwavelzuur. Door zuur aan de ammoniak uit mest toe te voegen is de pH-waarde te verlagen en de vorming van ammoniak beperkt. Zonder data-logging is de zuur-dosering lastig te controleren maar zuur is wel effectief. Net als water verpompen kost zuur toevoegen uiteraard ook geld en de dosering luistert nauw. Bij te veel zuur gaat de mest bijvoorbeeld schuimen.

Bestaande techniek verbeteren (1)

Duport en Vredo verbeterde bestaande techniek. De Pulse-Track van Duport is net als de Slootsmid-machine volgens het Vera-protocol onderzocht door het Louis Bolk Instituut en ECN. Hij zou 20% meer emissie reduceren dan een zodenbemester. In plaats van sleuven trekken is er een kuilenwiel dat, op de wijze van de spaakwielbemester, piramidevormige gaten maakt in de grond en daarin mest pulseert. De hoeveelheid mest aan de oppervlakte is kleiner en dus de emissie ook, er wordt niet gesneden in de grasmat en de capaciteit blijft op peil.

Bestaande techniek verbeteren (2)

Vredo lanceerde een gps-systeem dat de werkdiepte van de zodenbemester aanpast aan de mestgift. Daardoor hoeft in veel gevallen minder diep gesneden te worden. Handhaving kan door gps-coördinaten en dieptemeting op de zodenbemester vast te leggen. Daarbij heeft Vredo een soort kammen achter de elementen die de gemaakte snede bedekken met gras en gewasresten. Hoeveel dit emissie reduceert is onbekend.

Mede-auteur: Frits Huiden

Laatste reacties

  • Nick1983

    Ik denk dat geen van de alternatieven interessant zijn voor de normale boer. Te duur en / of te zwaar.

    Denk dat je beter kan investeren in een mobiele mestzak voor land op afstand. Als je da leuk vind zelf volrijden met je eigen tank. En gewoon laten sleepslangeren. Daarbij eventueel samenwerken met andere boeren die er ook hun land op afstand hebben liggen.

  • landboer

    Doe niet zo moeilijk;gewoon de sleufkouter wat minder diep.

  • roolmangmbh

    lekker bezig daar in Den Haag, aan de ene kant de sleepvoet verbieden en vervolgens aan de andere kant onder bepaalde voorwaarden het bovengronds uitrijden toelaten. https://mijn.rvo.nl/vrijstelling-bovengronds-aanwenden-runderdrijfmest

  • Frederiqe

    Wie verzint die regels sleepvoet niet en sleepslang wel lijkt verdacht veel dat Cumela dat doet

  • haj146

    het hele ammoniak verhaal is al achterhaalt en daarmee dit ook automatisch. Laat ze daar eens wat aan doen!

  • het hele ammoniak verhaal is al achterhaalt en daarmee dit ook automatisch. Laat ze daar eens wat aan doen!

    klopt!!

    en ten tweede kost het zoveel extra brandstof om te injecteren, of rijdt de trekker soms op electrisch?? miljeu gaat er op achteruit door die extra regels in plaats van op vooruit.

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.