Redactieblog

4 reacties

‘Zo zagen we de toekomst van het boerengezin in 1980’

Oprukkende steden zouden het boerenleven gaan beïnvloeden. Trouwen met niet-boerendochters en museumbezoek, het zat er allemaal aan te komen.

Ik rol van de ene verbazing in de andere tijdens het doorbladeren van een Boerderij uit 1980. Een agrarisch socioloog schetste toen een vergezicht over het boerengezin van de toekomst. Dat zou er heel anders uit gaan zien.

Te beginnen bij de jeugd. Die zou reeds in hun puberteit geslachtsgemeenschap gaan plegen. Alleen dat woord al: plegen. Alsof het een misdaad betrof. Er zou ook gepleegd gaan worden met meer dan één partner voor het uiteindelijk tot een weloverwogen huwelijk zou komen. Dankzij anticonceptie zou het ‘moetje’ steeds minder vaak voorkomen, tegelijk moest rekening gehouden worden met vrouwen die wel een kind wilden, maar geen man.

Stad kwam richting platteland

Voor wie meende dat dergelijke moderniteiten aan de agrarische sector voorbij zouden gaan, had de socioloog een aparte boodschap: vergeet het maar. Het boerengezin zou zich al minder kunnen afschermen van de buitenwereld. De stad, met al haar moderne ideeën, zou namelijk richting het platteland komen en het zou onvermijdelijk zijn dat het tot vermenging kwam.

De bijbehorende veranderingen waren nog veel groter dan alleen het puberale plegen van voorhuwelijkse geslachtsgemeenschap. De gezinsgrootte zou afnemen, er zouden minder vriendjes zijn voor de kinderen om mee te spelen zodat de boerin meer tijd aan haar kinderen zou moeten besteden.

Lees verder onder de foto.

Een socioloog voorspelde in 1980 dat boerenkinderen op school in aanraking zouden komen met kinderen die niet van de boerderij kwamen. - Foto: HollandseHoogte
Een socioloog voorspelde in 1980 dat boerenkinderen op school in aanraking zouden komen met kinderen die niet van de boerderij kwamen. - Foto: HollandseHoogte

Gemengde scholen

Minderen kinderen betekende ook minder scholen en op grotere afstand. En dat betekende weer dat de boerin drukker zou worden met halen en brengen. Op die verafgelegen scholen zouden de kinderen vervolgens in aanraking komen met kinderen die niet van boeren-komaf waren. Dat zou een groot aanpassingsvermogen vergen, maar de socioloog zag het zonnig in, dat kwam vast goed.

Het grote voordeel van die gemengde scholen: de jeugd ontwikkelde zich breder dan op de dorpsschool in de buurt. Een absolute must want ‘veel boerenzoons zullen op den duur gedwongen worden met niet-boerendochters te trouwen. Ze zullen in dat geval meer te bieden moeten hebben dan alleen kennis van het boerenbedrijf’.

Boeren zouden zelfs aan vrije tijd gaan doen

Andere voorspellingen uit 1980 waren de werkweken van de boer. Het gezegde dat je niet leefde om te werken maar andersom, zou een steviger fundering krijgen. Boeren zouden zelfs aan vrije tijd gaan doen, ‘interesse in musea, concerten of het leren van een taal, behoorden tot de mogelijkheden’. En zo gaat het nog een tijdje door.

Boeren als zonderlinge mensen

Terugkijken op al die voorspellingen, valt me vooral op dat boeren destijds nogal raar bekeken werden, als zonderlinge mensen die ‘in de toekomst misschien wel een museum zouden gaan bezoeken’. Tjonge jonge. Tegelijk moet ik concluderen dat vrijwel alle voorspellingen over het boerengezin van de toekomst, zijn uitgekomen. Blijft het hierbij? Vast niet. Maar meer dan dit durf ik niet te voorspellen.

Laatste reacties

  • Peerke1

    Als het zo doorgaat hebben we straks alleen maar vrije tijd!!!! Geen boeren meer, slechts enkele die nog wat Kringlopen.

  • Drikus Dekker

    Kunnen we mooi vrijwillig tuintjes schovelen bij die 75.000 huizen (blokkendozen) die Den Haag Laat bouwen in ruil voor onze stikstof..zijn we toch in de buiten lucht bezig.

  • Muito

    Zal weinig tuin zijn daar

  • bpm

    Hoi Margreet, zou er ook een linkje geplaatst kunnen worden met het hele artikel uit 1980?

Of registreer je om te kunnen reageren.