Expertblog

2 reacties

‘Nederland moet nationale exportheld in ere houden’

‘Local for local’ is de trend, maar Hollandse uien moeten beschikbaar blijven om te exporteren, zegt Gijsbrecht Gunter. Door samenwerking lokale oogst stimuleren moet hand in hand gaan met exportmogelijkheden als er geen lokale uien op de markt zijn.

Export hoeft niet meer per se, ‘local for local’ is de trend en duurzaamheid het devies. Aan 2.200 hectare uien hebben we genoeg voor onze nationale behoefte van een schamele 120.000 ton. Zo ongeveer het uienareaal van 1870. Dat kunnen honderd boeren makkelijk aan. Daarvoor hebben we de hele trein van andere boeren, verwerkers, exporteurs, havens en tal van toeleveranciers en kennisinstellingen niet nodig. Kunnen die zich met belangrijkere dingen bezighouden.

Wereldwijd marktleider

Blijkbaar hebben we met z’n allen de laatste 60 jaar gewoon een foutje gemaakt door een sector op te bouwen die nu wereldwijd marktleider is voor de meest gegeten groente op aarde. Het huidige areaal van 37.000 hectare, waarvan we met maar liefst 95% jaarrond gaten vullen naar landen die om uien zitten te springen, kunnen we beter achterwege laten. Terwijl we dan zelf nog amper uien weten te telen, helpen we de telers in het verre buitenland natuurlijk nog wel om hun teelt te optimaliseren. De vraag rijst of dat dan nog wel zo logisch is. Afijn, ons onbenutte areaal toveren we om tot echte natuur, we bouwen zonneparken of zetten het onder water om ons kikkerlandje klimaatbestendig te maken. Zo voorkomen we dat lokale boeren elders op de aardbol een ui uit de mond gestoten wordt. Misschien bereiken we wel hetzelfde resultaat als het handelsprotectionismespook dat rondwaart, maar dan in een duurzaam jasje.

Wezenlijk onderdeel in het bouwplan

Wie zo redeneert, gaat voorbij aan het feit dat uien een wezenlijk onderdeel in het bouwplan van een boer zijn en significant bijdragen aan het totale rendement. Uien moeten ook de tarwe vergoeden, zogezegd.

Uniek uitgangspunt

Bovendien weet maar een handjevol mensen dat er slechts een superklein strookje op aarde is waar zogenoemde ‘lange-dag uien’ groeien die jaarrond geëxporteerd kunnen worden. Nergens anders dan ten noorden van Parijs tot de bovenkant van Denemarken ligt landbouwareaal dat meer dan 16 uur daglicht ontvangt, waardoor de lange-dag uien een stevige, blanke ronde bast kunnen vormen. Dit is een uniek uitgangspunt. Moeten we dat zomaar negeren en 150 landen waar bij tijden schrijnende behoefte is aan onze Hollandse ui in de kou laten staan?

Groei uienareaal

In Nederland groeide het uienareaal de laatste twee decennia fors. Van 19 naar 34 duizend hectare in de periode tussen 2000 en 2017. Echter, wereldwijd nam het areaal in die jaren toe van 2,9 naar 5,2 miljoen hectare. Beide cijfers lopen met 80% groei precies in de pas. Dat is ook nodig om de alsmaar toenemende wereldbevolking te voeden. De uienproductie nam mondiaal toe van 52 naar 98 miljoen ton over dezelfde periode, bijna 90% meer. De opbrengst per hectare steeg van 17,5 tot amper 19 ton maar nauwelijks, wat per saldo dus ten koste gaat van miljoenen hectares natuur. Daar kunnen we in Nederland niet tegenop compenseren met natuurontwikkeling.

Andere landen helpen met kennis

Terug naar lokale teelt. Nederland kan inderdaad andere landen helpen hun productie te verbeteren en doet dat ook. Juist vanwege ruime teeltervaring hebben we een schat aan kennis opgebouwd. Wat de lokale telers betreft, Senegal sluit bijvoorbeeld in goed overleg de grens wanneer lokale teelt beschikbaar komt. Bovendien worden enkel importlicenties verstrekt wanneer ook lokaal product wordt verhandeld als dat beschikbaar komt. Dat helpt lokale telers hun product te vermarkten. Evenals onderzoeksprogramma’s waarin Nederlandse handelsbedrijven mee investeren in lokale teelt. En niet te vergeten int het land vele miljoenen via importheffingen die rechtstreeks geïnvesteerd kunnen worden in verbetering van de lokale agrosector. Als de lokale politieke dat tenminste wil. Zomaar een voorbeeld ter illustratie.

Samenwerking hand in hand met exportmogelijkheden

Samenwerking om de lokale oogst te verbeteren dient hand in hand te gaan met exportmogelijkheden wanneer er geen lokaal product op de markt is. En dat betekent dat er Hollandse uien moeten zijn om te exporteren. Immers, hoewel er veel te verbeteren valt, blijft de korte dag ui import noodzakelijk maken. Nederland in eigen land de teelt(kennis) laten afbouwen maar wel als teeltexpert de wereld overtrekken en dan ook nog eens de export aan andere landen overlaten is onrealistisch.

Hollandse ui duurzaam

De Hollandse ui is ook veel duurzamer dan menigeen denkt. Met een opbrengst die drie keer hoger ligt dan het wereldwijde gemiddelde behoort de milieu footprint per kilo ongetwijfeld tot de laagste. Voor iedere hectare die we hier niet telen is elders 3 tot 5 hectare landbouwareaal nodig en een veelvoud aan water. Wij exporteren duizenden tonnen in containers op grote zeeschepen naar belangrijke havensteden Terwijl elders lokale telers met slechts enkele honderden kilo’s uien grote afstanden afleggen naar dezelfde bestemming in ronkende trucjes. Bovendien moeten de aangevoerde containers richting Europa vanuit Nederland toch weer retour. Beter uien erin, dan leeg terugsturen. Dat logistieke voordeel hebben we nu eenmaal met grote zeehavens in de achtertuin.

Mooi evenwicht

Nee, laat Nederland zijn nationale exportheld maar hoog houden. Ontwikkelingssamenwerking en export kunnen juist een mooi evenwicht vormen waarbij het mes echt aan twee kanten snijdt.

Zo’n handelsmentaliteit verdient het om trots op te zijn en geeft ruimte voor duurzame groei

Met een wereldbevolking die over drie decennia 10 miljard mondjes herbergt die gemiddeld 15 kilo uien verorberen hebben we nog een keer 50 miljoen ton extra productie per jaar nodig op het beperkte landbouwareaal waar nutriënten en water steeds schaarser worden en klimaatinvloeden plots lokale tekorten laten ontstaan. Laten we die gaten als internationale koploper maar blijven vullen, terwijl we ook helpen de lokale teelt te verbeteren. Zo’n handelsmentaliteit verdient het om trots op te zijn en geeft ruimte voor duurzame groei.

Laatste reacties

  • veldzicht

    Een geloofwaardig verhaal al heb ik weinig verstand van uien(ik lust ze nog niet eens brr)Maar geldt dit niet het zelfde voor aardappels,kasgroenten en zuivel?Het enigste waar ze hier in Nederland goed in zijn dat is de boer afzeiken en dat ze niet de hele wereld hoeven te voeden, zo dat een groot deel van Nederland kan worden omgezet naar bos,natuur en voor waterberging(vaak verkapte natuur.)

  • Alco

    Juist, maar dat geldt voor al onze export.
    Broodnodig om al onze importen te betalen.
    Als Jesse en die andere snotneuzen het voor het zeggen krijgen zullen we binnen de kortste keren tot de bedelstaf veroordeeld worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.