Akkerbouw

Achtergrond laatste update:21 jan 2020

Komend seizoen grotere kans op vergelingsziekte

Haarden met vergelingsziekte, achtergebleven bietenresten en een zachte winter zijn ingrediënten voor een hoge vergelingsziektedruk.

Bietentelers moeten komend seizoen rekening houden met een verhoogde vergelingsziektedruk. Dat zei Sjors Leermakers, Cropadvisor Akkerbouw van Bayer CropScience, op een teeltbijeenkomst van coöperatie CZAV.

Zachte winter

Vooral in het zuidwesten was afgelopen seizoen duidelijk schade door vergelingsziekte. Onderzoek door het IRS laat zien dat het BMYV-virus in een groot deel van Nederland voorkomt en verder oprukt en dat in het zuidwesten de meeste monsters met daarin virus gevonden zijn. Door de haarden in de percelen heeft het virus zich flink kunnen vermeerderen en door de tot nu toe zachte winter kan het virus in achtergebleven bieten en waardplanten overleven. Vanwege de natte herfst zijn veel bietenpercelen gespit om er tarwe in te zaaien, mogelijk besmette bietenresten blijven dan bovenin. Bronnen zijn dus wel weer aanwezig. Ook de belangrijkste overbrenger van het virus, de groene perzikbladluis, overleeft een zachte winter. Deze kan dan in het voorjaar al weer snel infecties overbrengen. Vorig jaar zijn volgens Leermakers in Zeeuws Vlaanderen begin mei al de eerste groene perzikbladluizen gevonden.

Vroeg controleren

Telers moeten hun bieten daarom al vroeg controleren op luizen. In de praktijk blijkt dat voor telers erg lastig omdat de groene perzikbladluis vrijwel dezelfde kleur heeft als het bietenblad. Bovendien ligt de schadedrempel in het voorjaar al op 2 bladluizen per 10 planten, erg laag dus.

Rol van zwarte bonenluis

Leermakers vraagt zich af of de rol van de zwarte bonenluis in de virusoverdracht niet onderschat wordt. De groene perzikbladluis brengt het virus het meest efficiënt over. De overdrachtsefficiëntie ligt bij de groene perzikbladluis op 28,6% en bij de zwarte bonenluis op 1,1%. De kans dat een plant besmet wordt met vergelingsvirus door groene perzikluis is daarom vele malen groter. De overdrachtsefficiëntie van zwarte bonenluis is echter geen 0%. Daar staat wel tegenover dat de zwarte bonenluis minder snel van plant naar plant gaat.

Schadedrempel

Van de zwarte bonenluis worden echter veel grotere aantallen getolereerd. De gehanteerde schadedrempel wordt in het voorjaar overschreden wanneer meer dan 50% van de planten bezet is met kolonies van 30 tot 50 luizen per plant. Wellicht is deze schadedrempel aan de hoge kant wanneer de druk van zwarte bonenluis aan het begin van het seizoen al erg hoog is. “Op een kiemplantje passen niet eens 50 luizen.” In 2019 waren de luizen er al in het kiemplantstadium van de bieten.

Direct ingrijpen

Zwaar bezette plantjes lopen een groeiachterstand op die ze niet meer inlopen. Daarbij komt volgens Leermakers dat sapstroom in de plantjes vrijwel weg is. Daardoor werken systemische middelen tegen de luis bijna niet. De adviseur pleit er daarom ook voor om in dit gewasstadium bij een geringe besmetting direct in te grijpen. Zijn ervaring is dat één bespuiting met een lage dosering meestal voldoende is om de zwarte bonenluis onder controle te houden. Bij telers die later zijn gaan spuiten vallen de resultaten vaak tegen.

Conclusies onderzoek

Uit proeven gedaan door het IRS in 2019 in Colijnsplaat (Zld.) bleek dat 2 bespuitingen tegen groene perzikbladluis met bijvoorbeeld Calypso/Bariard een rendement had van € 400 tot € 500 per hectare suikerbieten. Het onderzoek is wel uitgevoerd met geïnfecteerde luizen. Een andere conclusie uit het onderzoek is dat bij zeer hoge virusdruk twee bespuitingen niet altijd voldoende zijn op de luizen onder controle te houden en dat telers moeten blijven monitoren op het voorkomen van luizen in hun suikerbieten.

Of registreer je om te kunnen reageren.