adi404541-002

Aardappelveredeling

Terug naar dossier
Akkerbouw

Achtergrond

TPC: Nederlandse pootgoedteelt is erg intensief

Gaby Stet startte in 2004 een nieuw aardappelveredelingsbedrijf. Nu heeft The Potato Company (TPC) een volledig eigen kweekprogramma. TPC wil verder groeien en ziet daar mogelijkheden voor in Frankrijk. “In Nederland is geen ruimte voor extra pootgoedareaal.”

Een nieuw bedrijf beginnen in de pootgoedsector is geen kleinigheid. Telers willen pas pootaardappelen leveren als het bedrijf zijn bestaansrecht heeft bewezen. Maar afnemers gaan pas zaken doen als het bedrijf een goed product kan aanbieden. Directeur Gaby Stet van The Potato Company (TPC) heeft deze strijd meegemaakt.

TPC vanuit het niets opgebouwd

In 2004 startte Stet met TPC. Daarvoor werkte hij bij het ouderlijke aardappelbedrijf Stet Holland. Nadat dat was overgenomen door de toenmalige coöperatie ZPC, wilde Stet zelfstandig verder. Hij moest bij nul beginnen. “Er gold een concurrentiebeding voor een bepaalde tijd. Toen ik daarna begon met TPC moest alles vanuit het niets worden opgebouwd. Nieuwe pootgoedtelers en nieuwe klanten vinden, werd de hoofdzaak. Meer dan 90% van de relaties van TPC zijn nieuw. Daarom hield TPC zich in het begin ook bezig met de handel in consumptieaardappelen en uien. De schoorsteen moest roken.”

Vijftien jaar later verhandelt TPC met 8 medewerkers 20.000 ton pootaardappelen, die worden afgezet in 59 landen. Het voor TPC geteelde areaal beslaat inmiddels 500 tot 600 hectare in Nederland en Frankrijk. Sinds 2017 zit het aardappelbedrijf in een nieuw pand aan de rand van Emmeloord in de Noordoostpolder. Het oude pand was te klein geworden.

Lees verder onder de foto.

Directeur Gaby Stet van The Potato Company graaft een aardappel uit op het kweekveld van het veredelingsbedrijf. “We hebben een aantal rassen met volledige resistenties tegen alle typen aardappelmoeheid, zoals Toronto en Monte Carlo.” - Foto: Ruud Ploeg
Directeur Gaby Stet van The Potato Company graaft een aardappel uit op het kweekveld van het veredelingsbedrijf. “We hebben een aantal rassen met volledige resistenties tegen alle typen aardappelmoeheid, zoals Toronto en Monte Carlo.” - Foto: Ruud Ploeg

The Potato Company

Areaal: 500 tot 600 hectare
Waar: Nederland en Frankrijk
Omzet: 20.000 ton pootaardappelen
Afzet: in 59 landen
Medewerkers: 8

Eigen aardappelrassen ontwikkelen

In 2005 startte TPC met het ontwikkelen van eigen aardappelrassen en in 2009 met een volledig eigen kweekprogramma. Stet wil waarde creëren voor de afnemers. “Inmiddels staan er 12 TPC-rassen op de rassenlijst. Zo’n 65% van onze afzet bestaat uit eigen rassen. Dat willen we laten groeien naar 100%. We exporteren ongeveer 95% van onze pootgoedproductie. Zo’n 70% gaat naar landen buiten de EU, vooral naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten.”

Uitbreiding in Frankrijk

TPC wil verder groeien en ziet daar mogelijkheden voor in Frankrijk. In Nederland is geen ruimte voor extra pootgoedareaal, stelt Stet. “Er is geen plek in Nederland voor meer dan de huidige 40.000 hectare pootaardappelen. De agrarische sector raakt landbouwgrond kwijt aan natuur, wegenbouw en woningen. Terwijl de pootgoedteelt met een 1 op 3 vruchtwisseling al erg intensief is. Dat geeft meer kwaliteitsproblemen, zoals erwinia en aaltjes. In Frankrijk wordt 1 op 7 pootaardappelen geteeld. Dat is een beter uitgangspunt voor gezond pootgoed dan de intensieve teelt hier. Bovendien zijn hier in Nederland veel buitenlandse pootgoedhandelshuizen actief, die allemaal areaal in Nederland zoeken. Denk maar aan Europlant, Norika, Danespo, IPM en Germicopa. Ook zijn er nieuwe bedrijven bijgekomen, zoals Plantera en Q-Potato.”

Lees verder onder de foto.

Het aardappelkweekveld van The Potato Company. TPC heeft sinds 2009 een volledig eigen kweekprogramma. Het bedrijf wil waarde creëren voor de afnemers. - Foto: Ruud Ploeg
Het aardappelkweekveld van The Potato Company. TPC heeft sinds 2009 een volledig eigen kweekprogramma. Het bedrijf wil waarde creëren voor de afnemers. - Foto: Ruud Ploeg

Over 20 jaar hebben we hier het klimaat van Zuid-Frankrijk

Droogte en extreme regenbuien

Naast het ruimtegebrek en de intensieve teelt ziet Stet nog een uitdaging voor de Nederlandse pootgoedsector. “Door de klimaatverandering krijgen we meer last van droogte en extreme regenbuien. Over 20 jaar hebben we hier het klimaat van Zuid-Frankrijk. Dat is nadelig voor de kwaliteit. Nederland heeft nog steeds een goed imago wat betreft pootaardappelen. Maar ik verwacht dat door de intensieve teelt en de klimaatverandering de goede reputatie steeds meer onder druk komt te staan. Daarom zijn we vijf jaar geleden begonnen nieuwe teeltgebieden te zoeken.”

Rassen in licentie laten telen

Een andere manier om te groeien is door de eigen rassen in licentie te laten telen. Stet ziet de behoefte aan kwalitatief pootgoed groeien in de wereld. “De aardappel produceert in een korte groeiperiode veel voedingswaarde met weinig water. Het is een aantrekkelijk gewas in veel landen. Daardoor groeit de behoefte aan goede rassen. Daarom doet TPC bijvoorbeeld mee aan projecten in onder andere Angola en Burkina Faso, in gebieden waar transport lastig is. Daar wordt pootgoed geteeld voor de lokale markt.”

Afzetmarkten TPC

TPC ontwikkelt rassen voor de meeste afzetmarkten, maar niet voor chips en zetmeel. Stet: “De telers van zetmeelaardappelen maken veel gebruik van eigen geteeld pootgoed. De chipsmarkt wordt gedomineerd door de eigen rassen van Frito-Lay. Daar kom je als veredelaar moeilijk tussen. De afzetmarkt voor pootgoed van fritesrassen is erg groot, maar de concurrentie is ook hevig. De markt voor tafelaardappelen is vrij klein. Daarom richt TPC zich ook op nichemarkten. Ons ras Bergerac levert paarse knollen. Ons ras Paris is geschikt voor de productie van krielaardappelen tot 40 millimeter. Dat zijn groeimarkten voor ons.”

Resistenties tegen aardappelmoeheid

Voor alle rassen geldt dat ze over de juiste resistenties beschikken. Stet: “We hebben een aantal rassen met volledige resistenties tegen alle typen aardappelmoeheid, zoals Toronto en Monte Carlo. Beide rassen zijn ook resistent tegen wratziekte, wat in landen als Polen, Griekenland en Denemarken erg belangrijk is. Verder kweken we rassen die resistent zijn tegen phytophthora, vooral voor de biologische markt. En we proberen rassen te kweken die resistent zijn tegen chitwoodi en rassen die zouttolerant zijn.”

Lees verder onder de foto.

TPC heeft 12 rassen op de rassenlijst. Zo’n 65% van de afzet van The Potato Company is eigen rassen. Directeur Gaby Stet wil dat dat groeit naar 100%. - Foto: Ruud Ploeg
TPC heeft 12 rassen op de rassenlijst. Zo’n 65% van de afzet van The Potato Company is eigen rassen. Directeur Gaby Stet wil dat dat groeit naar 100%. - Foto: Ruud Ploeg

Crispr-Cas dure manier van veredeling

Een nadeel van de aardappelveredeling is dat het ontwikkelen en op de markt brengen van een nieuw ras vele jaren kost. Dat kan wellicht op termijn worden verkort dankzij nieuwe genetische technieken, zoals Crispr-Cas. Dat blijft in de EU echter een dure manier van veredeling omdat hier strenge toelatingseisen voor gelden. Stet vindt dat de Nederlandse sector voorzichtig moet omgaan met nieuwe genetische technieken. “Veel afzetmarkten zijn daar huiverig voor, vooral in islamitische landen. Maar ik vraag me wel af of je dergelijke nieuwe ontwikkelingen kunt of moet tegenhouden.”

Het is lastig te voorspellen wat er gebeurt als een techniek als Crispr-Cas algemeen wordt toegepast. Stet: “Als de toepassing goedkoop wordt, kunnen wij er ook gebruik van maken, mits onze afnemers dat accepteren. Maar als deze technieken erg kostbaar blijven, dan voorzie ik dat veel kleine veredelingsbedrijven daar niet de financiële middelen voor hebben. Dan komt hun bestaansrecht in gevaar.”

Hybride diploïde veredeling

Een andere ontwikkeling in de pootaardappelsector is de hybride diploïde veredeling, waar kweekbedrijven als Aardevo en Solynta zich volledig op richten. Uiteindelijk willen de bedrijven aardappelen laten telen uit zaad.

Stet ziet de voordelen van vermeerdering uit zaad, omdat zaad veel minder ruimte inneemt dan knollen en gemakkelijker is te bewaren. “Maar knollen die voortkomen uit zaad zijn te pluriform voor onze afzetmarkten. Dat is geen probleem voor tropische afzetmarkten in Afrika, waar voedingswaarde belangrijker is dan homogeniteit. Maar voor onze grote afzetmarkten is dat zeer onwenselijk. Daarom blijft vermeerdering uit knollen noodzakelijk om uniforme knollen te leveren.”

Of registreer je om te kunnen reageren.