1127 x bekeken

Niet elke big is perfect

Tineke van Gisteren
Voor de diergezondheid op een vermeerderingsbedrijf is het van belang dat restbiggen zo snel mogelijk van het bedrijf gaan.

Met mijn man en onze kinderen woon ik in het mooie Keent, een gehucht langs de Maas, vlakbij Oss. Vroeger was Keent een echt boerendorp. Nu zijn nog maar een paar agrarische bedrijven over. Akkerbouw, weilanden en meidoornhagen hebben plaatsgemaakt voor een groot natuurgebied, dat Keent helemaal omringt. Ook mooi, maar toch even wennen ...

Het aantal varkens in Keent is ook geslonken; er zijn nu circa evenveel varkens als inwoners, zo’n 75. Deze varkens liggen in een kleine stal, waar ik elke vier weken even doorheen loop om de gezondheid te controleren en af en toe bloed te tappen.

De varkens zijn van één vermeerderaar, uit de buurt. Het zijn vooral de minder goede biggen die hierheen gaan. Achterblijvers, varkens die ziek geweest zijn: biggen die niet verkocht worden.

Vleesvarkenshouders betalen een forse prijs voor grote koppels biggen. Logisch dat ze dan verlangen dat dit goede én gezonde biggen zijn.

Het is voor de gezondheid op een vermeerderingsbedrijf van belang dat deze restbiggen zo snel mogelijk van het bedrijf af gaan. Zij vormen namelijk een groot risico op de verspreiding van ziektekiemen. Maar ook op gesloten bedrijven worden deze biggen nogal eens opgelegd tussen de goede varkens, of in een aparte afdeling op het bedrijf gehouden. Je kunt je afvragen of je dit risico wilt nemen.
Het apart verkopen van minder goede biggen of ze opleggen in een huurstalletje is een betere oplossing, die waarschijnlijk onderaan de streep meer oplevert.

In het stalletje in Keent doen de varkens het over het algemeen erg goed. De stal ligt niet al te vol en er is veel zorg voor de dieren. Uiteindelijk worden het prima vleesvarkens.

Zo hebben we nog best veel kleinere varkensbedrijven binnen onze praktijk. Ik kom regelmatig bij een veehouder die naast een modern melkveebedrijf zo’n 400 vleesvarkens houdt. Een keurige stal, waarin de varkens tweemaal daags uit de trog gevoerd worden. Tijdens mijn bedrijfsbezoek gaan de kleppen open en zie ik eigenlijk alleen de mooie, brede ruggen van de uniforme dieren. Met een dierdagdosering van praktisch nul zou je hier ook gerust SPF-biggen op kunnen leggen; die zouden hier optimaal kunnen presteren.

Ook zijn er enkele bedrijven waar ik telkens als ik een afdelingsdeur openmaak, eerst even wacht zodat de muizen vast weg kunnen rennen. Hier en daar even bukken voor wat spinnenwebben. En eenmaal weer thuis wordt gemopperd dat ik niet zo fris ruik! Maar: de varkens doen het goed. Alleen als bijvoorbeeld de wind verkeerd staat, of als het 
’s nachts flink afkoelt, wordt wat gehoest. SPF-biggen moet je hier zeker niet heen brengen, maar de match tussen vermeerderaar en mester is bij deze bedrijven in orde en daar gaat het om.

Niet alle vleesvarkenshouders streven naar een zo hoog mogelijke gezondheidsstatus  van de opgelegde biggen. Een passende gezondheid en goede onderlinge communicatie, díe zijn van belang!

Of registreer je om te kunnen reageren.