Varkenshouderij

Achtergrond 630 x bekeken

Krimp tegengaan in Deense vleesvarkenshouderij is complex

De vleesvarkensproductie in Denemarken krimpt, maar groei is mogelijk, mits wordt ingezet op de juiste maatregelen. Een door de landbouwfederatie ingesteld groeipanel geeft 15 aanbevelingen, waaronder meer productdifferentiëring, de ontwikkeling van nieuwe managementconcepten en meer schaalgrootte.

De vleesvarkenssector in Denemarken krimpt, een inmiddels bekend gegeven, want dat is al jaren zo. Met de vraag hoe het tij kan worden gekeerd, heeft zich een door de landbouwfederatie LF ingesteld 'groeipanel' beziggehouden. De door het uit een grote groep branche-experts samengestelde panel kwam vorige week op een speciaal belegde conferentie, die onder meer werd bijgewoond door de landbouwminister, met zijn antwoord.

Verlies van 4 miljoen varkens

Dat het antwoord niet simpel is laat zich raden. De problemen die tot de krimp hebben geleid zijn namelijk ook niet simpel. Het gaat daarbij om een giftige cocktail met ingrediënten zoals een relatief hoog kostenniveau, politieke regelgeving die verder gaat dan die van de varkenshouderij in de landen waarmee op de vleesexportmarkten wordt geconcurreerd en onwillige kredietverstrekkers.

Dat alles leidde ertoe dat in 2014 een slordige 4 miljoen varkens minder op eigen Deens terrein werden geslacht, dan 10 jaar eerder. Dat heeft arbeidsplaatsen gekost en vleesexportinkomsten. De biggenproductie steeg daarentegen wel, of bleef op z'n minst constant. Maar deze biggen werden in navenant toenemende mate afgezet in Duitsland en Polen, afgezien van nog een aantal kleinere markten.

5.000 arbeidsplaatsen creëren

Vorig jaar verwerkten de Deense slachterijen rond de 18 miljoen vleesvarkens. Het groeipanel formuleert de doelstelling dat de komende jaren het verlies van 4 miljoen varkens weer kan worden goedgemaakt. Volgens het panel kunnen daardoor 5.000 arbeidsplaatsen worden gecreëerd en wordt daarmee zo een belangrijke bijdrage aan de welzijnsstaat geleverd.

Hoe complex het door het panel aangedragen recept tegen de krimp en voor de groei is, blijkt uit het feit dat dit 15 aanbevelingen met in totaal 32 concreet te nemen innovatieacties omvat. Van die acties moeten er 17 worden aangepakt door de politiek, de rest moet de sector zelf doen.

Meer samenwerking

Onder meer zou er bij de vleesproductie meer moeten worden gedifferentieerd, een geluid dat Nederlandse varkenshouders niet onbekend in de oren zal klinken. De ontwikkeling van op specifieke groepen gerichte producten is nodig om nieuwe markten te ontsluiten. Verder zouden er, om nog maar wat te noemen, nieuwe bedrijfsleidingsconcepten moeten worden ontwikkeld, en wel in nauwe samenwerking met de verwerker.

Ook varkenshouders onderling zouden meer kunnen samenwerken. Daarbij denkt het panel aan de opzet van grote bedrijven, die door twee of meer ondernemers samen worden gerund. Ten eerste kan daardoor worden geprofiteerd van de schaalgrootte en ten tweede kunnen de competenties worden verdeeld, zodat iedereen zich kan beperken tot waar hij dan wel zij het beste in is.

Zo doet bijvoorbeeld de een de stal en de ander de akkerbouw. Veruit de meeste varkensbedrijven in Denemarken hebben een akkerbouwtak, vooral met het oog op de mestafzet. Niettemin wordt het in 2017 mogelijk om ook varkens te houden zonder grond, onder de voorwaarde dat het milieu er niet onder lijdt. Hoe dan ook, het groeipanel is optimistisch. Nu de varkenshouderij nog.

Of registreer je om te kunnen reageren.