Rundveehouderij

Achtergrond 5902 x bekeken

Tweede leven verouderde stal

Stallen uit de jaren negentig zijn al ruim 15 tot 25 jaar in gebruik. Die stallen hebben vaak een prima basis, maar wel zijn aanpassingen nodig.

Veel ligboxenstallen van de eerste generatie uit de jaren tachtig zijn inmiddels gerenoveerd, omgebouwd tot jongveestal, van functie veranderd of afgebroken. Dat geldt in mindere mate voor stallen uit de jaren negentig. Deze voldoen qua inhoud en maatvoering al meer aan de huidige eisen, maar ook daar ontkomt een veehouder niet aan renovatie om de stal bij de tijd te houden.

‘We zien dat veehouders vaker voor renovatie dan voor nieuwbouw kiezen’.

Vernieuwde interesse stalrenovatie

Stefan van Summeren, specialist huisvesting en milieu bij Agrifirm Exlan, ziet dat er een vernieuwde interesse is om deze stallen te renoveren. “Door de fosfaatregelgeving, onzekerheid over de financiële situatie en financieringsmogelijkheden zien we dat veehouders vaker voor renovatie dan voor nieuwbouw kiezen.” Hij schat dat een derde van de stallen van voor 2000 inmiddels is vervangen door nieuwbouw en dienstdoet als jongveestal of een andere bestemming kreeg. Het resterende deel is opgeknapt of staat dat nog te wachten.

Met een aantal aanpassingen voldoen verouderde stallen weer aan de eisen van nu. Lees meer hierover onderaan dit artikel.

Langetermijnvisie

Het is belangrijk dat een renovatie past in de langetermijnvisie, zeker als er op termijn uitbreiding aan zit te komen. Bij een nieuwe melkstal moeten bijvoorbeeld de capaciteit en looplijnen passen in het eindplaatje. Ook kunnen bouwkundige maatregelen nodig zijn om toekomstige aanpassingen gemakkelijker door te voeren. Van Summeren adviseert veehouders in Noord-Brabant vast rekening te houden met de verplichte aanpassingen in het kader van de aangescherpte milieuregels in die provincie. Melkveestallen waarvan de milieuvergunning 20 jaar of ouder is, moeten vanaf 1 januari 2022 emissiearm zijn uitgevoerd. Later volgt nog een verdere verlaging van de maximale ammoniakuitstoot.

Stallen uit de jaren negentig hebben meestal een redelijke inhoud en luchtinlaat. Wel zijn maten verouderd en is de stalinrichting aan vervanging toe. Foto: Roel Dijkstra
Stallen uit de jaren negentig hebben meestal een redelijke inhoud en luchtinlaat. Wel zijn maten verouderd en is de stalinrichting aan vervanging toe. Foto: Roel Dijkstra

Extra ruimte: voorkeur voor verbreden

Vergeleken met de eerste ligboxenstallen zijn de stallen uit de jaren negentig al een stuk moderner. Aspecten als inhoud en luchtinlaat, de achilleshiel bij oudere stallen, zijn hier veel minder een probleem.

Toine van Erp, zoötechnisch specialist bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), ziet vooral afwijkende boxmaten en te weinig ruimte achter het voerhek. De smalle vreetruimte per koe is vaak een probleem. “We adviseren 70 tot 75 centimeter per koe, maar dat wordt zelfs in nieuwe stallen niet altijd gehanteerd.” Bij droogstaande koeien is dit een erg belangrijk punt.

Watervoorziening

Verder verdient de watervoorziening aandacht. Van Erp: “Betonnen drinkbakken zijn moeilijk te reinigen en vaak te hoog geplaatst. Daardoor is wateropname voor kleinere koeien lastig.” Ook het aantal bakken, de waterkwaliteit en -afgifte verdienen aandacht.

Op het gebied van klimaat schiet vooral de nok in deze stallen tekort. Van Erp: “Typisch voor de jaren negentig is de brede lichtdoorlatende nok met beperkte capaciteit om stallucht af te voeren.”

‘Verbreding van de stal heeft de voorkeur boven verlenging’.

Vervanging kap

In een aantal gevallen heeft de stal uit de jaren negentig te weinig inhoud of is de kap aan vervanging toe. Een nieuw dak met constructie is volgens Van Summeren doorgaans geen probleem, mits de draagkracht van de onderbouw voldoende is. Een serrestal is veel lichter en flexibeler qua kolommen in de stal in te passen.

Bij een combinatie van renovatie met uitbreiding heeft verbreding voor Van Summeren de voorkeur boven verlenging. Er wordt dan een extra voergang gerealiseerd, er zijn meer vreetplaatsen beschikbaar en looplijnen blijven kort. Verder biedt het mogelijkheden om ruimte te creëren bij de buitenste boxrij. Ook kan het positief werken voor stallen met weinig inhoud; de nieuwbouw en een gedeelte van de bestaande stal kan dan hoger worden, waardoor in de bestaande stal een beter klimaat ontstaat.

Lastig: putten en roosters

Lastiger is het bij de tijd brengen van de putten en roosters. Die hebben immers een vaste maatvoering. Het is maatwerk om te kijken welke mogelijkheden er zijn. Soms kan een deel van de boxen op de voergang of zijn de zijgevels te verplaatsen. Met een automatisch voersysteem kan een stal toe met een smalle voergang. Roosterproblemen zijn soms op te lossen door delen dicht te leggen en een mestrobot of mestschuif te installeren.

Het maken van diepstrooisel is mogelijk, mits de lengte van de boxen voldoende is. Er zijn speciale toepassingen op de markt met een verhoogde achterwand of boxverlenger. De box kan soms wat minder hoog en diep worden uitgevoerd dan bij nieuwbouw, maar is nog prima functioneel.

Meer dan de helft van de veehouders die renoveert plaatst een automatisch melksysteem. In de meeste gevallen op de plaats van de oude melkstal. Foto: Mark Pasveer
Meer dan de helft van de veehouders die renoveert plaatst een automatisch melksysteem. In de meeste gevallen op de plaats van de oude melkstal. Foto: Mark Pasveer

Automatisch melken goed mogelijk

Een ander aandachtspunt bij renovatie is de melkstal en met name de routing. Koeien hebben ruimte nodig om snel de melkstal in en uit te kunnen. Het kan nodig zijn bij de wachtruimte boxen weg te halen. Een minimale ruimte van 4 meter is nodig, zodat koeien de inloop niet blokkeren. De terugloopgang moet breed genoeg zijn, zonder dat de koeien zich kunnen omdraaien. Is deze krap, bekijk dan of bijvoorbeeld de afkalfstal is te verplaatsen.

Meer dan de helft van de veehouders kiest bij renovatie voor een automatisch melksysteem, aldus Wybren Jongbloed, commercieel productspecialist automatisch melken bij Lely. Arbeidsverlichting en efficiëntie zijn bij renovatie belangrijke argumenten. Hoewel veel oude stallen niet ontworpen zijn voor automatisch melken, is het plaatsen van een robot meestal geen probleem. Jongbloed: “Hoe jonger de stal, hoe meer ruimte er is en hoe makkelijker plaatsbaar. Omdat de melkstal en bijvoorbeeld de separatieruimte wegvallen, ontstaat veel ruimte.” Soms is het nodig boxen op te offeren of een doorsteek over de voergang te maken. “Maar er zijn ook situaties waar zelfs extra ligboxen geplaatst kunnen worden.”

‘Robot achter in de stal voor wie weidegang toepast’.

Robot op plek oude melkstal

In de meeste gevallen komt de robot op de plaats van de oude melkstal. Daar is ruimte en zijn alle aansluitingen voor stroom en water. Ook wordt de robot achter in de stal geplaatst. “Voor bedrijven die weidegang toepassen, kan dat voordelen hebben.” Dat betekent wel dat leidingen verlegd moeten worden. Achter in de stal worden boxen opgeofferd, maar op de plaats van de oude melkstal ontstaat weer ruimte.

Het is soms puzzelen met de ruimte, maar Jongbloed kent geen situaties waar plaatsen van een robot niet gelukt is. Ook nadien hoeft het resultaat niet minder te zijn, mits de opzet maar goed doordacht is. Als de omstandigheden in de stal goed zijn, zoals ruime boxen, paden en doorgangen en voldoende lucht en licht, ziet Lely geen noemenswaardig verschil tussen nieuwe stallen en renovatieprojecten.

Na ingrepen kan verouderde stal weer jaren mee

Met een aantal aanpassingen voldoen verouderde stallen weer aan de eisen van nu.

Algemeen

  • Zorg voor voldoende licht, via de golfplaten en verlichting. Voor veeverzorging is 100 lux nodig; in verzorgingsruimten is dat 120 tot 150 lux.
  • Controleer en vernieuw eventueel waterleiding en drinkplekken. Voor elke 20 koeien is één waterbak nodig met 
    10 tot 15 centimeter per koe. Rond de bakken moeten enkele meters vrij zijn. De bovenkant van de bak is hooguit 
    70 centimeter hoog.
  • Laat de elektra doormeten, indien nodig vervangen en een overspanningsbeveiliging aanbrengen door een erkende installateur. Let op goede aarding en vereffening; alle elektrisch geleidende delen zijn dan met elkaar verbonden.
  • Pak de buitenkant van de stal aan, zoals deuren, ramen en ander houtwerk. Schilder houten deuren elke twee 
    tot vijf jaar, en schilder de zon- en regenkant en onderkant van kozijnen elke twee jaar.

Klimaat

  • Maak voldoende luchtinlaat. Een vuistregel is 3.000 vierkante centimeter per GVE. Bij stallen met een korte boxvloerlengte kan de hele zijgevel eruit, tot ongeveer 
    30 centimeter vanaf de boxvloer. Bij een voldoende lange boxvloer kan de muur tot circa een meter blijven staan.
  • Ga na of er voldoende trek is in de stal. Daarvoor is een goed functionerende nok nodig met venturi-werking. Een oversteeknok of nok met opstaande randen is een flinke verbetering.
  • Plaats enkele (grote) ventilatoren voor meer luchtverversing. Hoe meer verse lucht de ventilator binnenhaalt, hoe beter. Dit is vooral goed mogelijk met een paar vaste ventilatoren in de gevels.
  • Overweeg waterverneveling in de inlaat om de tijdens hete dagen de lucht te koelen. Hoe kleiner de inhoud van de stal, hoe groter het voordeel zal zijn.

Boxen

  • Vervang boxen die versleten zijn of niet meer passen bij de huidige normen. Een streeflengte voor een box in de binnenrij is 2,50 meter; in de buitenrij is het ideaal 2,70 meter, zeker als de kop niet weg kan.
  • Verhoog kop- en schoftboom om extra ruimte te maken. Extra ruimte is soms mogelijk door de buitenmuur eruit te breken en het dak met één golfplaat te verbreden.
  • Pak de boxbedekking aan, eventueel met diepstrooisel.

Loop-/vreetruimte

  • Meet de afstanden van de loop-/vreetruimte. Een vuistregel is 4 meter bij het voerhek, maar bij renovatie is 3,5 meter het minimum. Tussen de boxen minimaal 3 meter.
  • Wees kritisch op het voerhek; in veel gevallen is de afstand tussen twee vreetplaatsen te smal. Per koe is minimaal 70 centimeter nodig. Bij automatisch melken of situaties dat koeien de hele dag kunnen vreten, is de noodzaak minder groot.
  • Verplaats het voerhek op de voergang om ruimte te winnen, mits de voergang breed genoeg blijft. Een breedte van 4,5 meter voergang is minimaal nodig bij voeren aan twee kanten. Automatisch of mechanisch voeren (Welink) bespaart op ruimte.
  • Controleer de roosters op scheuren waardoor de wapening mogelijk is aangetast (betonrot). Let ook op of de roosters nog recht liggen. Laat roosters opruwen als ze technisch nog in orde zijn.

Geen emissiearme verplichting

Of bij renovatie van een stal vergunningen nodig zijn, hangt af van de ingreep. Een bouwvergunning is vereist als dragende muren of de dakconstructie veranderen. De commissie welstand van de gemeente kan eisen stellen. Veranderen van de ammoniakuitstoot heeft gevolgen voor de milieu- en Nb-wetvergunning. In het kader van het Besluit emissiearme huisvesting moeten nieuwe stallen voldoen een maximale emissiewaarde. Dat geldt ook voor aanbouw aan een bestaande stal. Bij renovaties is het in principe niet nodig aan de strengere emissie-eisen te voldoen. Het aantal dieren op de vergunning moet dan gelijk blijven, evenals de functies van ruimten en oppervlaktes.

Of registreer je om te kunnen reageren.