Rundveehouderij

Achtergrond 3799 x bekeken 1 reactie

Meer grond gebruiken zonder grote investeringen

Irene en Jan Dirk van de Voort willen hun kaasboerderij uitbreiden om een gesloten kringloop te creëren. Zelf grond aankopen willen ze niet.

De beslissing van de vader van Jan Dirk om in 1967 samen met twee collega’s de eerste 3 Jersey-koeien naar Nederland te halen, heeft het huidige bedrijf van Irene en Jan Dirk van de Voort gevormd. Een boerderij waar alle melk zelf verwerkt wordt tot kaas.

Omdat Jersey-koeien volgens Irene bekendstaan om hun uitstekende melk was het in de ogen van de Van de Voorts jammer daar niet meer mee te doen. “Het zou jammer zijn de melk in de ‘Holstein-plas’ te laten lopen”, aldus Irene.

Veertiende generatie

Al vele generaties is het bedrijf van Van de Voort op de huidige locatie gevestigd. Volgens Irene is haar man al de veertiende generatie die hier boert. Het bedrijf begon, zoals zo vele, als een gemengd bedrijf met wat kippen, varkens, koeien en akkerbouw. Uiteindelijk verdwenen de kippen en varkens en ging Van de Voort zich toeleggen op de melkveehouderij. In 1984 werd de stap gezet naar zelf zuivelen. Van iedere 7 liter melk wordt 1 kilo kaas gemaakt, in totaal jaarlijks zo’n 60 ton onder de naam Remeker Jersey boerenkaas.

Ook verkoop in eigen hand

Behalve de verwerking heeft Van de Voort ook de verkoop in eigen hand. Naast een winkel bij het bedrijf, waar ongeveer 10 procent van het totaal afgezet wordt, gaat de kaas vooral naar een vaste groep afnemers waar al jaren contact mee is. Ook online wordt het nodige afgezet. De meeste kaas blijft in Nederland, maar ook omliggende landen als België, Duitsland en Engeland nemen een klein deel af.

Beweeg met de muis over het icoon voor meer informatie

Luxe positie

Volgens Irene zitten ze in de luxe positie dat er meer vraag is dan wat ze kunnen leveren. “Soms wordt zelfs meer geld geboden dan we vragen, maar we gaan in principe voor langetermijncontacten. Door de grote vraag zijn we wel scherp op de betalingen. Als een klant bestelt zonder dat de vorige levering is betaald, leveren we niet.”

Om alles in eigen hand te houden werkt Van de Voort met vijf personeels­leden. Verder is een dochter van Dirk Jan actief als kaasmaker. Er zijn medewerkers voor de koeien, de kaasmakerij, het pakhuis en de verzendafdeling. Zij werken geheel zelfstandig, Van de Voort hoeft weinig tijd te steken in het aansturen van de medewerkers.

Kringloop sluiten

Irene en Jan Dirk willen als volgende stap proberen voor hun bedrijf de kringloop te sluiten door hun eigen krachtvoer te telen en zelf alle mest af te zetten. 
Om dat te bereiken, zou er 20 tot 40 hectare grond bij moeten komen. Daarvoor hebben de Van de Voorts de Remeker Landbouwcoöperatie opgericht. Via die landcoöperatie kunnen beleggers vanaf €25.000 inleggen tegen een rendement van 1,5%. Sinds oktober vorig jaar hebben zich al zes investeerders gemeld en zijn de eerste hectares aangekocht.

'Wij zijn geen beleggers, maar boeren'

De kaasmakers kozen hiervoor, omdat ze niet zelf eigenaar van de grond hoeven te worden, alleen gebruiker. Irene: “Een hectare kost hier al snel €70.000. Met 3% rente kost dat erg veel geld. Als je kijkt naar het rendement wat je op die grond kunt maken, kan het niet uit. Bovendien zijn we al behoorlijk zwaar gefinancierd en wij zijn ook geen beleggers, maar boeren. Daarom hebben dus investeerders gezocht die in grond willen beleggen. We delen nu alleen niet in de waardestijging. Als je geld over hebt, is grond heel geschikt, het is al dertig jaar waardevast. Het rendement is niet hoog, het risico is ook klein.”

Hoger inlegbedrag

Van de Voort koos bewust voor een hoger inlegbedrag, omdat daarmee echte beleggers worden aangetrokken. Bovendien houdt dat het aantal beleggers overzichtelijk; dat scheelt veel administratief werk. Tot nu toe kwam er ieder kwartaal een investeerder bij. Irene hoopt dat door meer bekendheid te geven aan de coöperatie meer ideëel bewogen beleggers hun geld willen steken in grond die zij vervolgens van de landcoöperatie kan huren.

Regie in eigen hand

Meer grond verwerven, staat hoog in het ondernemingsplan van Van de Voort. Door zelf graan te verbouwen en te pletten, denkt Irene nog meer zelf de regie in handen te kunnen nemen. “Als de mest te dun wordt, kunnen we met ons eigen verse, geplette graan bijsturen.”

De ondernemer wil zich ook meer gaan richten op oudere kaas. Die ligt dan weliswaar langer in het pakhuis, maar oude kaas levert zoveel meer op dat dat goed uitkan. In de bedrijfsvoering gaat het bij de kaasmakerij niet om het hoogste rendement. Continuïteit is het belangrijkst. Daarom is gekozen voor het creëren van meerwaarde en niet voor bulk.

Vlakbij Natura 2000-gebieden

Wat Irene zorgen baart, is dat het bedrijf op deze locatie niet tot nauwelijks kan uitbreiden – het ligt bij een paar Natura 2000-gebieden. Voor nu geen probleem. Mogelijk is het bedrijf op de lange termijn te klein om rendabel te zijn.

Kwaliteit staat bovenaan

Omdat op de kaasboerderij De Groote Voort met de medewerkers alles zelf wordt gedaan, voelen Irene en Jan Dirk zich zowel ondernemer als praktijkman. Beide facetten van het werk lopen min of meer in elkaar over.
Vernieuwend zijn de Lunterse kaasmakers absoluut. Ze zijn iedere keer op zoek naar de beste mogelijkheid hun producten te vermarkten.

Winst maken wordt niet uit het oog verloren, maar werkplezier is minstens zo belangrijk. Volgens Irene is het anders onmogelijk goed te functioneren.

Van de Voort gaat voor langdurige relaties: nodig om de kwaliteit van het eindproduct te kunnen garanderen.
Risico’s worden niet gemeden. Na een stal en pakhuis moet nu de melkstal aan gepakt worden. Volgens Irene zijn ze altijd aan het (ver)bouwen, ook met het oog op de toekomst.

Eén reactie

  • Sjaak

    Knap als je op die manier grond kunt verwerven. Dat het échte beleggers zijn, geloof ik niet zo....
    Echte beleggers willen meer rendement en kunnen dat ook behalen met grondaankoop. De gunfactor en commitment zullen een grotere rol spelen....
    Desalniettemin een knappe prestatie!

Of registreer je om te kunnen reageren.