Rundveehouderij

Achtergrond 13070 x bekeken 8 reactieslaatste update:19 feb 2016

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen

Het Rekenmodel melkveewet van Boerderij berekent in drie stappen de gevolgen van de regels voor grondgebonden groei op basis van gegevens die melkveehouders zelf invullen.

Het Rekenmodel melkveewet van Boerderij is gebaseerd op de rekenmethode voor 'Grondgebonden groei melkveehouderij' die staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken (EZ) onlangs naar de Tweede Kamer stuurde. De beperking van grondloze groei staat in een zogenoemde AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) die van kracht wordt op 1 januari 2016. De AMvB wordt later vervangen door een wet met dezelfde inhoud en ingangsdatum.

Hoeveel grond nodig en mest verwerken?

Voor het invullen van het model zijn gegevens nodig over vee, grond, de melkveefosfaatreferentie en eventueel voordeel door de bedrijfsspecifieke excretie (BEX). Het model berekent vervolgens hoeveel grond minimaal nodig is in 2016. Verder berekent het model hoeveel mest verwerkt moet worden in 2015 en 2016.

Eigen gegevens invullen

Het rekenmodel is te downloaden als Excel-bestand. Het bestand bevat blauwe velden waar gegevens ingevuld kunnen worden. Hieronder wordt met voorbeelden uit het model aangegeven welke gegevens op welke plek in het model ingevuld moeten worden.

Stap 1. Berekening melkvee-fosfaatoverschot (MFO)

Het melkfosfaatoverschot is gedefinieerd als: fosfaatproductie melkvee – fosfaatruimte op grond – de melkveefosfaatreferentie. Tot melkvee wordt gerekend melkkoeien (mestcategorie 100), jongvee jonger dan een jaar (categorie 101) en jongvee van een jaar en ouder (102). De vee-gegevens moeten per jaar ingevuld worden in de blauwe vakken bij stap 1.1. Het gaat om de gemiddelde dieraantallen. Voor melkkoeien is daarbij de gemiddelde melkproductie van belang voor de fosfaatnorm. In het vak naast het aantal melkkoeien kan de juiste melkproductie gekozen worden. Het model rekent voor jongvee standaard met 70 procent, maar de eigen cijfers kunnen in de blauwe vakken ingevuld worden.

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen

 

In stap 1.2 moet het grondgebruik ingevuld worden volgens de hectares die zijn opgegeven in de gecombineerde opgave 2014 en 2015. De grond voor 2016 moet geschat worden. Ook natuurterrein kan onder voorwaarde meegeteld worden, die hectares moeten in een apart veld ingevuld worden. In de berekening voor het jaar 2016 wordt voor alle jaren gerekend met de fosfaatnorm per hectare voor het jaar 2016.

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen

 

In stap 1.3 moet de melkveefosfaatreferentie ingevuld worden volgens de opgave van RVO.nl. Op basis van de eerste drie stappen berekent het model in stap 1.4 het melkveefosfaat-overschot. Bedrijven die hun fosfaatproductie berekenen volgens de bedrijfsspecifieke berekening kunnen dat invullen in stap 1.4.

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen

 

Stap 2. Maximaal MFO in 2016

De beperking van groeien zonder grond gebeurt via een kleine omweg. Eerst wordt het maximale fosfaatoverschot (MFO) voor een bedrijf berekent. Daaruit volgt dan hoeveel grond er nodig is. Dat wordt berekend in stap 2.

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen


Eerst wordt de groei van de fosfaatproductie ten opzichte van 2014 berekend, beide jaren met de norm van 2016 (zie stap 2.1). Van die groei mag een percentage verwerkt worden volgens een staffel op basis van het overschot per hectare in het voorgaande jaar (zie stap 2.2):

  • kleiner dan 20 kilo per hectare: 100 procent verwerken;
  • 20 tot 50 kilo per hectare: 75 procent verwerken;
  • 50 kilo of meer per hectare: 50 procent verwerken.

In het voorbeeld bedraagt het overschot in 2015 29,58 kilo fosfaat per hectare, dat betekent dat 75 procent van de groei ten opzichte van 2014 verwerkt mag worden.
In stap 2.3 staat de berekening van het maximale MFO dat verwerkt mag worden: het MFO 2014 plus de berekende maximale verwerking van de groei (75 procent van 1.032 = 774). Uitkomst: maximaal te verwerken MFO is 1.537 kilo fosfaat. Het berekende MFO 2016 is 1.795 en dat betekent dat voor 258 kilo fosfaat extra plaatsingsruimte nodig is. Dat komt neer op 2,87 hectare grasland met een fosfaatgebruiksnorm van 90 kilo per hectare.
De uitkomst van onderdeel 2.3 kan vervolgens worden aangepast in stap 1. Bijvoorbeeld door het areaal grasland (neutraal) te verhogen met de 2,87 hectare uit onderdeel 2.3. Een andere optie is het verlagen van vee-aantallen of rekenen met BEX of een combinatie van meerdere opties.

Stap 3. Overzicht mestverwerking

In stap 3 staat het overzicht met de gevolgen van de ingevoerde gegevens voor mestverwerking in 2015 en 2016. In het blauwe vak achter 'fosfaatproductie overig vee' kan de totale fosfaatproductie van andere vee dan melkvee worden ingegeven. Bij het onderdeel verplichte mestverwerking moet nog de juiste mestregio gekozen worden. Vervolgens berekent het model hoeveel mest verwerkt moet worden in 2015 en 2016.

Gevolgen grondgebonden groei zelf berekenen

 

Bekijk een instructievideo.

Laatste reacties

  • massan

    Vraagje over rekenmodel:
    Mag in de berekening uitgegaan worden van de forfaitaire normen (dus 0% BEX-voordeel) in 2014? Zo ja, mag in 2015 en 2016 dan wel het BEX-voordeel worden toegepast?

  • jaap69

    kunnen we ook een berekening krijgen van een melkveehouder die land is kwijtgeraakt na 2014 maar nog steeds onder de 20 kg fosfaat overschot zit

  • Wim Esselink

    @massan
    Volgens de rekenmethode van EZ mag u gebruik maken van BEX. Die keuze kan volgens EZ per jaar gemaakt worden.

    @Jaap De berekening voor een melkveehouder die land kwijt is geraakt kunt u maken met het rekenmodel. Volgens de rekenmethode moet hij de plaatsingsruimte die hij minder heeft wel aanvullen via extra grond. Of via minder vee of door het werken met BEX.

  • brutus71

    Nog een vraagje Wim,

    Ik had in het verleden op 30% van mijn grond snijmais en kon aan de derogate voorwaarden voldoen, in 2014 is me ontheffing verleent, 1malig,.
    Dit jaar kon dat niet en ben tot de conclusie gekomen om een derde van het maisland te verhuren aan de loonwerker en weer die hoeveelheid mais terug te kopen en de mest is via boer-boer constructie op dit verhuurde perceel geleverd.
    Als ik dit weer in 2016 ga doen, dan moet ik dus minder koeien gaan houden, of minder koeien gaan houden ben ik bang voor.
    Ik kan ook de verhuur opzeggen en dit perceel inzaaien met gras, maar dat is niet mijn voorkeur, ik heb kuilvoer voldoende en wil graag de hoeveelheid snijmais in het rantsoen handhaven.
    Via de bex zie ik niet veel mogelijkheden meer.

    Zijn er nog mogelijkheden via vaste relatie met die loonwerker (akkerbouwer) ik lever de mest en koop de mais terug.

  • Wim Esselink

    @Brutus
    Op dit moment is het volgens de uitwerking niet mogelijk om voer-mest overeenkomsten als alternatief voor extra grond mee te tellen. Daar wordt wel om gevraagd door enkele politieke partijen en door LTO en NMV.
    Volgende week kunnen politieke partijen schriftelijke vragen inleveren. En wordt misschien duidelijk wanneer grondgebonden groei behandeld wordt in de kamer.

  • brutus71

    @Wim Esselink,
    dank voor de informatie, nu maar hopen dat de politiek, oppositie nog wat kan betekenen.

  • Cremers

    Is de keuze voor het al dan niet gebruik maken van de BEX in 2014 niet al gemaakt bij het doorgeven van de eindvoorraad mest van dat jaar? Of staat dat hier los van?

  • Verwe

    Wim heb nog een vraag over je antwoord van jaap, je zegt in dat voorbeeld dat je de plaatsings ruimte moet opvullen met grond of anders. Mijn vraag waarom je blijft toch onder de 20 kg fosfaat overschot? Wat is de reden daarvoor

Laad alle reacties (4)

Of registreer je om te kunnen reageren.