Mechanisatie

Achtergrond 1093 x bekeken

Ravens Hawkeye spuit ‘traploos’

Een nieuwe manier om de af te geven hoeveelheid spuitvloeistof te regelen, is pulserend spuiten. Dit is heel snel wisselen tussen klep open en klep dicht.

De klassieke manier om de dosis gewasbeschermingsmiddel of meststof te regelen, is variëren met type en grootte (doorlaat) van doppen, en met spuitdruk. Het laatste kan echter alleen binnen een bepaalde bandbreedte, anders ontstaan ongewenste afwijkingen in spuitbeeld of druppelgrootte. Vroeg of laat komt het toch neer op doppen wisselen. Dat vergt een extra investering in doppenset(s); bovendien kost wisselen tijd en dus geld.

Snelle wisselingen in spuitwolk met Hawkeye

Het Amerikaanse bedrijf Raven – dat vorig jaar SBG in Middenmeer (N.-H.) overnam – ontwikkelde een alternatief: Hawkeye. Bij dit systeem zit op elke dophouder een klep die heel snel open en dicht kan. De hoeveelheid verspoten middel (zowel gewasbeschermingsmiddel als meststof is mogelijk) wordt geregeld door de perioden ‘dicht’ en ‘open’ te variëren in lengte.

Raven stuurt dit met een vaste frequentie van tien cyclussen per seconde. Dus ongeacht de gehanteerde rijsnelheid is er tien keer per seconde een tijdvenster ‘dop open’ en ook tien keer een periode ‘dop dicht’. Dat gaat zo snel dat de toeschouwer (of de chauffeur) met het blote oog geen wisselingen in de spuitwolk waarneemt.

Op elke individuele dophouder is een sturingsmodule aangebracht (zwart met twee witte stickers). Dit is de klep die per seconde tien keer schakelt tussen open en dicht, en op die manier bij variërende rijsnelheden de ingestelde spuitdruk handhaaft. Vooralsnog is het maximum 100 van deze kleppen per systeem.

Twintig schakelingen

De te spuiten hoeveelheid vloeistof regelt het systeem met de hoofdpomp en een doorstroommeter. De computer regelt de bijpassende spuitdruk door de lengte van de open en dichte periodes te veranderen. Voorbeeld: bij een spuitvolume van x liter per hectare en de door de chauffeur ingestelde spuitdruk, hoeft de dop maar de helft van de tijd open te staan. Er zijn tien cyclussen open/dicht, twintig tijdvensters. Door open en dicht 50 milliseconden te laten duren (1 seconde = 1.000 milliseconden, delen door 20 = 50 milliseconden) kom je op de helft van de maximale opbrengst. Dit gaat razendsnel.

Doppen langer open bij hogere snelheid

Rijd je sneller, en ga je dus meer liters per minuut spuiten, dan zet Hawk­eye de doppen langer open. Bijvoorbeeld 20 milliseconden dicht en 80 milliseconden open. Je beschikt als het ware over een traploos regelbare dopgrootte.

Testen van een demo-spuit

Raven test in Middenmeer een demo-spuit, een Hardi. Die is nu nog per sectie geschakeld, volgend voorjaar per dop. Het systeem kan maximaal 100 kleppen aansturen. Bij een dop­af­stand van 50 centimeter geeft dat een spuitboom van maximaal 50 meter; bij 25 centimeter afstand houdt het vooralsnog op bij 25 meter.

Achteraf opbouwen kan ook

Raven verwacht dat het systeem veelal af-fabriek wordt opgebouwd op een bestelde spuit. Achteraf opbouwen kan ook prima. Dat komt neer op sectiekranen verwijderen, een stuurmodule per dophouder plaatsen, ergens op de spuit de hoofdmodule, en de bijbehorende bekabeling aanleggen. Een team van twee man kan de spuit in een dag aanpassen.

Hawkeye is Isobus-gebaseerd. Is de trekker reeds van een geschikte kast voorzien, dan kan de aanschaf van een afzonderlijke terminal achterwege blijven. Elk merk spuit heeft zijn eigen set passende stuurmodules nodig. Voor de meest gangbare doppen (Teejet, Hypro, Arag, Wilger) is al zo’n set beschikbaar.

Spuitnauwkeurigheid in bochten en op de kopakker

De pulserende regeling van de afgiftehoeveelheid is in eerste instantie ontwikkeld voor het gewone bedrijf op grote Amerikaanse percelen (met hoge rijsnelheden). Het is een alternatief voor variëren van de spuitdruk en moet vooral het omslachtige doppen wisselen sterk verminderen. De alternatieve spuitmethode heeft een aantrekkelijk bijkomend voordeel op de kleinere Nederlandse akkers, namelijk de spuitnauwkeurigheid in bochten en op de kopakker.

Buitenste spuitdop nauwelijks van zijn plaats

Het probleem: als de chauffeur draait of keert, komt de buitenste spuitdop in de binnenbocht een tijdje nauwelijks van zijn plaats. De dop op de andere kant maakt een zeer grote cirkel; bij een boomlengte van 50 meter legt deze dop 157 meter af. De overige doppen zitten daartussenin. Al die tijd geeft elke spuitdop evenveel vloeistof af bij een klassieke spuit. Het gewas onder het deel van de spuitboom dicht bij het draaipunt krijgt dan een overdosering; het gewas onder de trekker/spuit zelf ontvangt min of meer de correcte hoeveelheid, en de planten onder het buitenste boomdeel raken ondergedoseerd.

Bij toedienen van meststof kan zo een niet-uniforme gewasstand ontstaan. Bij beschermingsmiddel loop je het risico dat aantastingen toch kansen krijgen (bij onderdosering) of dat planten schade oplopen (overdosering).

De trekker maakt een bocht tegen de klok in. Dat is goed te zien aan de spuitnevel: in de binnenbocht geven de doppen duidelijk minder vloeistof af dan in de buitenbocht. Dit voorkomt gewasschade (of verkwisting van meststof) in de binnenbocht, en onvoldoende gewasbescherming (of te weinig mest) in de buitenbocht.

Individuele dopaansturing

Met individuele dopaansturing als bij de Raven Hawkeye kun je de doppen van buiten naar binnen steeds verder afknijpen: bijvoorbeeld 90 milliseconden open en 10 milliseconden dicht in de buitenbocht, verlopend naar 10 milliseconden open en 90 milliseconden dicht bij de ‘stilstaande’ spuitdop. De vloeistofverdeling over het gewas is zo veel egaler.

'Pisstraaltjes' zijn verleden tijd

Ook bij het op snelheid komen en vaart minderen op de kopakker zorgt het sys­teem altijd voor de juiste spuitdruk. ‘Pisstraaltjes’ onder de doppen zijn daarmee verleden tijd. Volgens de fabrikant kan Hawkeye met alle gewasbeschermingsmiddelen en de meeste meststoffen overweg; alleen zeer stroperige vloeistoffen zijn ongeschikt, omdat die te traag stromen bij de hoge frequentie van het open en dicht gaan van de kleppen.

Foto

  • Dit schema verduidelijkt de aan-uitschakelcyclus. De bovenste lijn hoort bij een krappe afgifte, bij de middelste spuit Hawkeye op halve capaciteit. Onderaan stroomt de spuitvloeistof bijna voltijds, en werkt de machine dus vrijwel hetzelfde als een klassieke spuit.

    Dit schema verduidelijkt de aan-uitschakelcyclus. De bovenste lijn hoort bij een krappe afgifte, bij de middelste spuit Hawkeye op halve capaciteit. Onderaan stroomt de spuitvloeistof bijna voltijds, en werkt de machine dus vrijwel hetzelfde als een klassieke spuit.

  • De aan-uitcyclus werkt om en om. Dus niet alle doppen op de spuitboom gaan tegelijk open en tegelijk dicht: dop 1, 3, 5 et cetera gaan open, terwijl 2, 4, 6 sluiten, en omgekeerd. Dit geeft een optimale verdeling van de spuitvloeistof (egaal spuitbeeld) en voorkomt tevens drukpieken in het systeem.

    De aan-uitcyclus werkt om en om. Dus niet alle doppen op de spuitboom gaan tegelijk open en tegelijk dicht: dop 1, 3, 5 et cetera gaan open, terwijl 2, 4, 6 sluiten, en omgekeerd. Dit geeft een optimale verdeling van de spuitvloeistof (egaal spuitbeeld) en voorkomt tevens drukpieken in het systeem.

  • Raven test Hawkeye momenteel op een Hardi-spuit; het systeem is niet aan dit merk gebonden. Het is toepasbaar op diverse merken spuiten. Er zijn nu aanpassingssets verkrijgbaar voor doppen van de gangbare merken Teejet, Hypro, Arag en Wilger.

    Raven test Hawkeye momenteel op een Hardi-spuit; het systeem is niet aan dit merk gebonden. Het is toepasbaar op diverse merken spuiten. Er zijn nu aanpassingssets verkrijgbaar voor doppen van de gangbare merken Teejet, Hypro, Arag en Wilger.

  • De hoofdmodule op de spuit bevat onder meer een gyroscoop. Die detecteert of de combinatie een bocht maakt, waarop Hawkeye de doppen corrigerend aan kan sturen. Op de proefspuit is hij goed zichtbaar bovenop gemonteerd; bij productiemodellen is een meer verscholen en beschermde positie ook mogelijk.

    De hoofdmodule op de spuit bevat onder meer een gyroscoop. Die detecteert of de combinatie een bocht maakt, waarop Hawkeye de doppen corrigerend aan kan sturen. Op de proefspuit is hij goed zichtbaar bovenop gemonteerd; bij productiemodellen is een meer verscholen en beschermde positie ook mogelijk.

  • Hawkeye is Isobus-gebaseerd, dus wie al een geschikte terminal heeft hoeft dit Raven 4-beeldscherm niet aan te schaffen. Je stelt onder meer een ‘target’ in van in dit geval 150 liter per hectare. Een groen balkje in het klokje geeft het gebied aan waarbinnen Hawkeye correct functioneert, hier 133 tot 166 liter per hectare.

    Hawkeye is Isobus-gebaseerd, dus wie al een geschikte terminal heeft hoeft dit Raven 4-beeldscherm niet aan te schaffen. Je stelt onder meer een ‘target’ in van in dit geval 150 liter per hectare. Een groen balkje in het klokje geeft het gebied aan waarbinnen Hawkeye correct functioneert, hier 133 tot 166 liter per hectare.

Of registreer je om te kunnen reageren.