Home

Nieuws 1271 x bekeken 2 reacties

Dierenwelzijn in gevaar bij dierziekte-uitbraak

Wageningen - Dierenwelzijn komt nog steeds in de knel bij een uitbraak van klassieke varkenspest (KVP) of mond- en klauwzeer (MKZ). Dit blijkt uit een rapport van LEI Wageningen UR waarin de knelpunten tijdens een uitbraak van deze ziekten zijn geïnventariseerd.

De varkenshouderij onderkent de risico's. Onderdeel van het convenant Diergezondheidsfonds (DGF) is een plan van aanpak om dierenwelzijnsproblemen te voorkomen tijdens een dierziekte uitbraak. De Producenten Organisatie Varkenshouderij en het ministerie van Economische zaken gaan dit samen opstellen.

Uit het rapport van LEI Wageningen UR blijkt dat dit zeer ingewikkeld is en het risico op dierwelzijnsproblemen alleen maar toeneemt. De bedrijfsgrootte van varkensbedrijven is de laatste jaren sterk gegroeid. Hierdoor nemen de capaciteitsproblemen tijdens een uitbraak toe. Het LEI berekende dat er tijdens een uitbraak op vermeerderingsbedrijven in het beschermings- en toezichtgebied 245.000 extra dierplaatsen nodig zijn. Het is de afspraak dat varkensbedrijven in het geval van een uitbraak alle biggen zes weken lang op het eigen bedrijf huisvesten. Vrijwel alle bedrijven blijken echter niet over deze noodopvang te beschikken. Dit leidt bij een uitbraak al snel tot overbezetting en welzijnsproblemen.

Ook transport van levende biggen naar vleesvarkensbedrijven binnen een besmette regio is dan niet meer mogelijk en de grenzen sluiten. Een deel van de jaarlijks circa 7,1 miljoen geëxporteerde biggen kan niet worden afgezet, waardoor er een sterk overaanbod op de Nederlandse markt ontstaat. In het onderzoeksrapport worden verschillende oplossingen bediscussieerd.

Tijdens de vorige uitbraak van KVP is besloten om pasgeboren biggen te euthanaseren. Dit is volgens het LEI maatschappelijk onacceptabel. Het slachten van biggen als speenbig is ook geen oplossing, omdat er op het ogenblik geen slachthuis is ingericht om biggen van 25 tot 35 kilo te slachten en te verwerken. De oplossing ligt volgens het onderzoeksinstituut in het onder strenge voorwaarden toestaan van vervoer van biggen naar vleesvarkensbedrijven en van vleesvarkens naar het slachthuis. Zoals 1-op-1-transport, het inspecteren van vervoer en de R&O-faciliteiten op het betreffende bedrijf moeten in orde zijn. Op het moment is dit echter niet het geval.

NVV en LTO kaartten onlangs aan dat de spoelplaatsen op veel varkensbedrijven niet op orde zijn en daardoor transportmiddelen niet adequaat worden gereinigd en ontsmet. Het beperkt toestaan van transport werkt mogelijk verspreiding van de ziekte in de hand. Ondanks de complexiteit verwachten de POV en het ministerie van EZ binnen een half jaar een plan op te stellen om dierenwelzijnsproblemen tijdens een uitbraak te voorkomen.

Laatste reacties

  • John*

    Kunnen we als sector het niet voor elkaar krijgen om een garantstellingsregeling te realiseren voor voldoende biggenplaatsen op 0,4 en enkele mestafdelingen bij alle zeugenhouderijen in Nederland?

    > kwaliteit van de biggen gaat omhoog
    > aflevergewicht van de biggen gaat omhoog

    > voldoende ruimte om biggen op te vangen indien er calamiteiten zijn

    de andere kant van het verhaal kan natuurlijk ook zijn dat elk bedrijf een aantal zeugen mag houden wat hoort bij het beschikbare aantal vierkante meters biggenstal.

    Op deze manier vind de sanering van de zeugenhouderij die hogenkamp graag ziet ook plaats.

  • Burnetti

    Eigenlijk een logische situatie. De keten is ingericht op business as usual. Zolang er kleine fluctuaties zijn kan dat worden opgevangen. 'Op slot' betekend overproductie.
    Dit geldt voor elke sector die produceert.

Of registreer je om te kunnen reageren.